Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2024-12-02
ECLI:NL:OGHACMB:2024:301
Strafrecht
Hoger beroep
6,771 tokens
Inleiding
Zaaknummer: H-38/24
Parketnummer: 300.02646/23 (P-2023/02646)
Uitspraak: 2 december 2024 Tegenspraak
Vonnis
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 5 april 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres 1], naar eigen zeggen feitelijk: [adres 2].
Hoger beroep
Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis van het onder 1 primair ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren onder een bijzondere voorwaarde, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het Gerecht beslissingen genomen over het in beslag genomen voorwerp.
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het Hof in Aruba op 12 november 2024.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. B.S. van Unnik, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman,
mr. P.M.E. Mohamed, naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder 1 primair (poging doodslag) alsmede het onder 2 en 3 tenlastegelegde zal bewezen verklaren en de verdachte hiervoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Tevens is gevorderd dat aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarde wordt verbonden dat de verdachte zich zal houden aan reclasseringstoezicht, met inachtneming van de punten zoals aangegeven in het psychologisch rapport.
De raadsman heeft het Hof verzocht het vonnis van het Gerecht te bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het Hof kan zich op onderdelen niet met het vonnis waarvan beroep verenigen. Om redenen van doelmatigheid zal het Hof het vonnis in zijn geheel vernietigen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd:
feit 1 primair:
dat hij op of omstreeks 21 oktober 2023 in Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,
meermalen met kracht met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, steek bewegingen in de richting van het bovenlichaam en/of de hals en/of de nek, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft gedaan en in de rechterhand en/of de rechteronderarm van die [slachtoffer] heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 1 subsidiair:
dat hij op of omstreeks 21 oktober 2023 in Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
meermalen met kracht met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, steek bewegingen in de richting van het bovenlichaam, en/of de hals en/of nek, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft gedaan en in de rechterhand en/of de rechter onderarm van die [slachtoffer] heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 1 meer subsidiair:
dat hij op of omstreeks 21 oktober 2023 in Aruba, opzettelijk [slachtoffer] heeft mishandeld met een wapen, te weten een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, zijnde een wapen als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de Wapenverordening,
immers heeft hij toen aldaar die [slachtoffer], meermalen, althans eenmaal, met kracht met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in haar rechterhand en/of rechteronderarm gestoken en/of gesneden;
feit 2:
dat hij op of omstreeks 21 oktober 2023 in Aruba, [aangever] heeft mishandeld met een wapen, te weten een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp,
zijnde een wapen als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de Wapenverordening, immers heeft hij toen aldaar die [aangever] meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in zijn rechterhand en/of rechteronderarm gestoken en/of gesneden;
feit 3:
dat hij op of omstreeks 21 oktober 2023 in Aruba, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening, door
meermalen met kracht met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, steek bewegingen in de richting van het bovenlichaam en/of de hals en/of de nek, althans het lichaam van die [slachtoffer] te doen,
terwijl hij die [aangever] dreigend de woorden toevoegde: "Te voy a matar. Te voy a matar" (vrije vertaling ovj: "Ik ga je doodmaken. Ik ga je doodmaken"), althans woorden van gelijke dreigende aard en/ of strekking.
Vrijspraak van feit 1 primair
Het Hof is van oordeel dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet is gebleken dat de verdachte vol opzet had op de dood van de aangeefster [slachtoffer]. Ook voor opzet in voorwaardelijke zin biedt het dossier naar het oordeel van het Hof onvoldoende aanknopingspunten.
Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier de dood – is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of een gedraging deze aanmerkelijke kans in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Hieronder moet worden verstaan "de in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid".
Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zulk een kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard. Bepaalde gedragingen kunnen echter naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg bewust (willens en wetens) heeft aanvaard.
In hoger beroep heeft de verdachte – anders dan bij de politie en het Gerecht – toegegeven dat het mes dat ter plaatse is aangetroffen en waarvan zich een foto in het dossier bevindt – waarop te zien is dat het mes in opengeklapte staat zo’n 18 cm lang was – van hem was. Hij verklaarde ter zitting van het Hof dat hij dat mes opengeklapt in zijn broeksband droeg. Hij verklaarde voorts dat dit mes uit zijn broeksband was gevallen doordat hij met zijn bovenlichaam door het autoraam naar binnen leunde en dat de verwondingen van aangeefster [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) zijn ontstaan toen zij tegelijkertijd probeerden het mes op te pakken. De verdachte ontkende met het mes stekende bewegingen in de richting van [slachtoffer] te hebben gemaakt.
Dictum
Het Hof:
vernietigt het vonnis van 5 april 2024 van het Gerecht en doet opnieuw recht;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de als 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;
bepaalt dat een gedeelte van deze straf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 2 (twee) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, ook als dat inhoudt behandeling en begeleiding zoals opgenomen in het Reclasserings- en psychologisch rapport;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
verklaart verbeurd het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een zwart multitool mes.
Dit vonnis is gewezen door mrs. M.L.A. Angela, F.V.L.M. Wannyn en
H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, leden van het Hof, bijgestaan door mr. B.G. Scheepbouwer, (zittings)griffier, en vervolgens op 2 december 2024 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba.
uitspraakgriffier:
Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba, d.d. 6 december 2023, geregistreerd onder administratienummer A151/23 en de onderzoeksnaam "Rosa".
Inleiding
Het Hof acht deze nieuwe verklaring van de verdachte over het ontstaan van de verwondingen bij het slachtoffer [slachtoffer] niet geloofwaardig, nu zij geen steun vindt in het dossier en ook anderszins niet aannemelijk is geworden.
Vaststaat dat de verdachte met een mes stekende bewegingen in de richting van aangeefster [slachtoffer] heeft gemaakt en dat [slachtoffer] letsel heeft opgelopen aan haar rechter onderarm en haar rechter hand toen zij het mes met haar hand heeft vastgepakt/gehouden om zich te verdedigen. Meer kan uit de bewijsmiddelen niet buiten redelijke twijfel worden afgeleid. Met name kan niet worden vastgesteld op welk(e) lichaamsde(e)len die bewegingen gericht waren, met welke kracht en/of intensiteit die stekende bewegingen werden gemaakt en op welke afstand en in welke positie de verdachte en aangeefster [slachtoffer] zich toen bevonden.
Gelet op het voorgaande kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat door het handelen van de verdachte de aanmerkelijke kans ontstond dat [slachtoffer] zou overlijden, laat staan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op haar overlijden bewust heeft aanvaard. Als gevolg hiervan kan het voor een bewezenverklaring vereiste opzet in voorwaardelijke vorm niet worden bewezen. De verdachte zal daarom van het onder 1 primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.
Het Hof is met het Gerecht van oordeel dat uit de bewijsmiddelen wel volgt dat de verdachte opzet in voorwaardelijk zin had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij aangeefster [slachtoffer].
Bewezenverklaring
Het Hof acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, subsidiair, 2 en 3 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:
feit 1 subsidiair: poging zware mishandeling
dat hij op of omstreeks 21 oktober 2023 in Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen met kracht met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, steek bewegingen in de richting van het bovenlichaam, en/ of de hals en/of nek, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft gedaan en in de rechter hand en/of de rechter onderarm van die [slachtoffer] heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2: mishandeling met een wapen
dat hij op of omstreeks 21 oktober 2023 in Aruba, [aangever] heeft mishandeld met een wapen, te weten een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, zijnde een wapen als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de Wapenverordening, immers heeft hij toen aldaar die [aangever] meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in zijn rechterhand en/of rechteronderarm gestoken en/of gesneden;
feit 3: bedreiging
dat hij op of omstreeks 21 oktober 2023 in Aruba, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening, door meermalen met kracht met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, steek bewegingen in de richting van het bovenlichaam en/of de hals en/of de nek, althans het lichaam van die [slachtoffer] te doen, terwijl hij die [slachtoffer] dreigend de woorden toevoegde: "Te voy a matar. Te voy a matar" (vrije vertaling ovj: "Ik ga je doodmaken. Ik ga je doodmaken"). althans woorden van gelijke dreigende aard en/ of strekking.
Het Hof acht niet bewezen wat de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
1. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 oktober 2023, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisanten:
Op 21 oktober 2023, omstreeks 01:55, stuurde de centralist van de meldkamer, patrouilles naar een perceel in Tanki Leendert in verband met een vechtpartij, waarbij een van de betrokkenen een mes in handen heeft. Ter plaatse aangekomen zagen wij, verbalisanten, een man midden op straat staan die later op gaf te zijn [getuige]. Hij wees ons een man en riep dat hij de man is die met het mes bezig was. Toen wij, verbalisanten, die man benaderden herkenden wij hem meteen, gezien wij, verbalisanten, al meerdere keren naar bedoelde adres moesten gaan in verband met echtelijke twist. De man gaf op te zijn [verdachte]. Hij was helemaal besmeurd met bloed.
Wij, verbalisanten, spraken met [slachtoffer] en [ (het Hof begrijpt: de aangevers [slachtoffer] en [aangever]), die ook besmeurd waren met bloed. [slachtoffer] verklaarde dat zij en haar zoon steekwonden hadden opgelopen door een worsteling met [verdachte]. De verdachte werd aangehouden. Ter plaatse werd een mes (opmerking Hof: een zwarte multi tool mes) onder een auto dichtbij de auto van [slachtoffer] aangetroffen en in beslag genomen (opmerking Hof: zie proces-verbaal van bevindingen foto's plaats delict).
2. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 21 oktober 2023, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangeefster [slachtoffer]:
Ik doe aangifte tegen mijn ex-partner [verdachte]. Op 20 oktober 2023 ging ik bij mijn kapper waar ik de man genaamd [getuige] (het Hof begrijpt: de getuige [getuige]) had ontmoet. We gingen uit. Later in de avond kocht ik eten voor de kinderen en reed ik naar huis. David reed achter mij naar mijn huis. Toen ik bij mijn huis aankwam had ik mijn zoon [aangever] (het Hof begrijpt: de aangever [aangever]) een bericht gestuurd om naar buiten kon komen om het eten op te halen. [aangever] vroeg aan mij om binnen te komen. Ik zei van nee, dat hij naar buiten moest komen zoals altijd. [aangever] kwam toen naar buiten. Ik kon zien dat hij bang eruit zag. Hij kwam bij de auto. Ik zat nog steeds in de auto. Ik vroeg aan hem waarom hij niet naar buiten wilde komen. [aangever] zei dat [verdachte] binnen het huis was. Op dat moment zag ik [verdachte] uit mijn appartement komen. Hij was zonder hemd en zag er agressief uit. Ik had de politie direct opgebeld. [aangever] stond aan de chauffeurszijde. [verdachte] kwam op mij of terwijl [aangever] hem op een afstand probeerde te houden. Ik zag dat [verdachte] een mes in zijn handen had. [aangever] probeerde [verdachte] vast te houden, maar het lukte hem niet. Ik sprong toen aan de passagierszijde en [aangever] kwam ook aan de passagierszijde staan. [verdachte] deed het portier van de chauffeur zijde open en uitte in het Spaans: "Te voy a matar. Te voy a matar". Terwijl hij dat zei, trachtte hij mij met het mes te steken. Ik probeerde mij te verdedigen en hij had mij aan mijn hand en onderarm gestoken waardoor ik veel pijn ondervond. [aangever] ging weer naar [verdachte] toe en probeerde hem weg te halen waardoor [verdachte] hem ook met het mes aan zijn hand had gestoken. Toen ik zag dat David met [verdachte] begon te worstelen, zag ik een kans om uit mijn auto te stappen en ging samen met [aangever] in mijn appartement schuilen. De ambulance kwam ter plaatse en wij werden naar de spoedeisende hulp verwezen. Ik kreeg 4 hechtingen aan mijn hand.
3. Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring d.d. 21 oktober 2023 van de arts drs. P. van Ool, voor zover inhoudende:
Lichamelijk onderzoek
Hand R: laceratie webspace dig 2/3.
Onderarm R: oppervlakkige laceratie 4 cm lang, 1 mm diep.
Beleid
Wond gehecht en wond onderarm geplakt.
4. Een proces-verbaal van aangifte d.d.
Inleiding
21 oktober 2023, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangever [aangever]:
Ik, verbalisant, zag dat de aangever zijn rechterhand in een verband had en tevens snijwonden aan zijn rechtervingers had.
Vanmorgen na 1:00 uur zat ik in onze appartement toen ik een geluid hoorde. Ik dacht dat mijn moeder (het Hof begrijpt: de aangeefster [slachtoffer]) thuis was gekomen, maar ik zag [verdachte] ((het Hof begrijpt: de verdachte) binnen lopen. Ik schrok toen ik hem zag. Ik ben bang van [verdachte] omdat ik mee had gemaakt hoe hij mijn moeder mishandelde. Hij begon met mij te praten. Na ongeveer 10 minuten had mijn moeder mij een bericht gestuurd dat zij buiten was en om naar haar te komen. [verdachte] zei tegen mij om mijn moeder te overtuigen om naar binnen te komen. lk zag dat [verdachte] een mes bij zich had en dat hij het in zijn schoen had verstopt. Het betrof een zakmes. Ik was erg bang. Ik besloot om naar buiten te gaan. Ik liep naar de auto van mijn moeder. [verdachte] kwam achter mij aan. Ik probeerde hem vast te houden om te voorkomen dat hij mijn moeder ging slaan. [verdachte] had het mes vanuit zijn schoen gehaald en begon mijn moeder te bedreigen. [verdachte] schreeuwde in het Spaans: "Te voy a matar. Te voy a matar". Tegelijkertijd maakte hij stekende bewegingen met het mes in zijn hand in de richting van mijn moeder. Ik probeerde het mes van hem of te pakken. Tijdens het worstelen had [verdachte] mij met het mes gesneden. Ik ondervond veel pijn. [verdachte] had ook het portier open gemaakt en deed alweer stekende beweging met het mes in zijn hand in de richting van mijn moeder. Op een gegeven moment kwam de vriend van mijn moeder (het Hof begrijpt: de getuige Orlando D. Avila Torres)ons helpen en begon met hem te worstelen. Het lukte ons op dat moment om in onze appartement te gaan schuilen. Ik ging naar de spoedeisende hulp voor medische behandeling. Ik kreeg echter geen medische verklaring, omdat ik nog niet via de AZV ben verzekerd. Ik heb wel een kwitantie gekregen welke ik aan u overhandig.
5. Een geschrift, te weten een factuur van Dr. Horacio E. Oduber Hospital d.d. 21 oktober 2023 gericht aan [aangever], voor zover inhoudende:
Date of service: 21-10-2023
21-OCT-2023 E.R. LARGE WOUND en 21-OCT-2023 LOCAL ANAESTHESIA en 21-OCT-2023 TRIAGE E.R.
6. Een proces-verbaal van verhoor d.d. 21 oktober 2023, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige]:
Gisteren leerde ik de vrouw genaamd [slachtoffer] (het Hof begrijpt: de aangeefster [slachtoffer] ) kennen toen ik mijn haar ging knippen. Wij gingen op stap. [slachtoffer] zei op een gegeven moment dat ze eten moest kopen voor haar kinderen en naar huis moest gaan om het eten te brengen. Omdat we aan het flirten waren reed ik achter haar aan richting haar huis. Toen wij bij haar appartement kwamen, had [slachtoffer] haar auto voor het appartement geparkeerd. Ik had mijn auto langs de weg geparkeerd en bleef wachten. Plotseling zag ik twee personen aan de auto van [slachtoffer]. Ik zag een man zonder hemd die aan de bestuurder zijde stond ((het Hof begrijpt: de verdachte) en een jongeman (het Hof begrijpt: de aangever [aangever]) die hem van achteren greep. De man zonder hemd was over zijn toeren. Ik hoorde de man zonder hemd schreeuwen: "Mi ta bay matabo, mi ta bay mata boso tur". Ik zag dat de jongeman bedoelde man trachtte weg te halen door hem weg te trekken. Ik zag dat de man zonder hemd een mes, dat gekarteld was, in zijn hand hield. Ik zag hoe de man zonder hemd de jongeman hierna met het mes stak. De jongeman viel op de grond en begon te bloeden. Hierna ging de man zonder hemd weer aan de chauffeurszijde en ik zag hoe hij zeven stekende bewegingen door het raam deed. Ik dacht dat hij [slachtoffer] had vermoord. Ik kon de benen van [slachtoffer] zien. Het leek alsof zij van de andere zijde van haar auto probeerde uit te stappen. De jongeman begon voor hulp te schreeuwen. Ik besloot toen om uit de auto te stappen en verzocht de man zonder hemd om te stoppen. De man kwam toen met het mes op mij af.
6. Een proces-verbaal van verhoor d.d. 21 oktober 2023, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte:
Ik was gisteravond rond 23:00 uur naar het huis van [slachtoffer] ((het Hof begrijpt: het slachtoffer [slachtoffer]) gegaan. Toen ik daar aankwam was zij niet thuis. Ik was naar binnen gegaan. Ik heb een sleutel van het appartement. Binnen sprak ik met de zoon van [slachtoffer] genaamd [aangever] Blanco ((het Hof begrijpt: de aangever [aangever]). Op een gegeven moment werd hij door zijn moeder gebeld. Zij stelde [aangever] in kennis dat zij eten voor hem aan het halen was. Een moment later had [slachtoffer] hem een Whatsapp gestuurd dat zij buiten was en om het eten buiten bij haar te gaan ophalen. Toen [aangever] naar buiten liep, liep ik achter hem aan. Gekomen bij de auto van [slachtoffer] ging ik bij de rechterzijde van de auto staan. De auto is right hand drive. Ik verzocht aan haar om te gaan praten. Zij deelde mij mede dat zij de politie voor mij zou gaan bellen. [aangever] liep naar de andere kant van de auto. [slachtoffer] ging toen op de passagierszijde zitten.
7. de verklaring, die de verdachte op 12 november 2024 ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd:
Ik had die avond (Het Hof begrijpt: op 20 oktober 2023) een mes meegenomen. U toont mij het mes dat ter plaatse, op de grond tussen de auto’s, is aangetroffen. Het is een zwarte multitool. Dat is inderdaad het mes dat ik die avond bij mij had. U houdt mij voor dat op de foto in het dossier te zien is dat de totale lengte van het mes zo’n 18 cm is.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1, subsidiair: poging tot zware mishandeling,
strafbaar gesteld bij artikel 2:275, eerste lid, juncto artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
feit 2: mishandeling gepleegd met gebruikmaking van wapenen, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening,
strafbaar gesteld bij artikel 2:273, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
feit 3. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,
strafbaar gesteld bij artikel 2:255, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht van
Aruba.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het Hof is van oordeel dat straf die het Gerecht aan de verdachte heeft opgelegd passend en geboden is en kan zich verenigen met de overwegingen van het Gerecht ten aanzien van deze straf en neemt deze over. Waar in onderstaande overwegingen “het Gerecht” wordt vermeld, dient derhalve “het Hof” te worden gelezen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging zware mishandeling, mishandeling met een wapen en bedreiging.