Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2024-07-03
ECLI:NL:OGHACMB:2024:300
Strafrecht
Hoger beroep
6,706 tokens
Inleiding
Zaaknummer: H 122/23
Parketnummer: 300.00290/23
Uitspraak: 3 juli 2024 Tegenspraak
Vonnis
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht), van 7 juli 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.
Hoger beroep
Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis van de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 telkens primair ten laste gelegde diefstal vrijgesproken en ter zake van de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 telkens subsidiair ten laste gelegde opzetheling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het Gerecht beslissingen genomen ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 juni 2024.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. B.S. van Unnik, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D.G. Croes, naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 primair ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.
De raadsvrouw heeft primair bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 primair ten laste gelegde feiten. Subsidiair heeft zij een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof deels tot andere beslissingen komt dan het Gerecht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte wordt verweten - kort en zakelijk weergegeven - dat hij zich, telkens in Aruba, schuldig heeft gemaakt aan:
primair medeplegen van diefstal (met braak) uit een woning te [adres 1] op 8 december 2022, subsidiair medeplegen van opzetheling in de periode van 8 december 2022 tot en met 12 januari 2023;
primair medeplegen van diefstal (met braak) uit een woning te [adres 2] op 22 december 2022, subsidiair medeplegen van opzetheling in de periode van 22 december 2022 tot en met 12 januari 2023;
primair medeplegen van diefstal (met braak) uit een woning te [adres 3] op 23 december 2022, subsidiair medeplegen van opzetheling in de periode van 23 december 2022 tot en met 12 januari 2023;
primair medeplegen van diefstal (met braak) uit een woning te [adres 1] op 29 december 2022, subsidiair medeplegen van opzetheling in de periode van 29 december 2022 tot en met 12 januari 2023;
primair medeplegen van diefstal (met braak) uit een woning te [adres 4] op 2 januari 2023, subsidiair medeplegen van opzetheling in de periode van 2 januari 2023 tot en met 12 januari 2023;
primair medeplegen van diefstal (met braak) uit een woning te [adres 5] op 6 januari 2023, subsidiair medeplegen van opzetheling in de periode van 6 januari 2022 tot en met 12 januari 2023;
primair medeplegen van diefstal (met braak) uit een woning te [adres 6] op 9 januari 2023, subsidiair medeplegen van opzetheling in de periode van 9 januari 2023 tot en met 12 januari 2023;
primair medeplegen van diefstal (met braak) uit een woning te [adres 2] op 9 januari 2023, subsidiair medeplegen van opzetheling in de periode van 9 januari 2023 tot en met 12 januari 2023.
De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
Vrijspraak primair ten laste gelegde feiten
Ten aanzien van feit 5 primair: diefstal met braak te [adres 4]
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het Hof het onder 5 primair ten laste gelegde diefstal wettig en overtuigend bewezen zal verklaren. Zij heeft daartoe gesteld dat de verdachte – geheel in het zwart gekleed – korte tijd na de diefstal (een deel van de) weggenomen goederen voorhanden heeft gehad en naar de woning van de medeverdachte [medeverdachte] heeft gebracht. Daar komt bij dat dagen later tijdens een huiszoeking bij de verdachte diverse Roemeense bankbiljetten zijn aangetroffen.
De raadsvrouw heeft vrijspraak van het onder 5 primair ten laste gelegde bepleit. Zij heeft daartoe – kort gezegd – aangevoerd dat de verdachte met klem ontkent dat hij in de woning heeft ingebroken en het dossier ook geen aanknopingspunten biedt waaruit de betrokkenheid van de verdachte bij de betreffende diefstal volgt.
Het Hof overweegt als volgt.
Vooropgesteld dient te worden dat aan het enkele voorhanden hebben van gestolen goederen niet zonder meer de conclusie kan worden verbonden dat de betrokkene die goederen ook heeft gestolen. Voor de beoordeling van de betekenis die aan dat voorhanden hebben moet worden gehecht, zijn de feiten en omstandigheden van het geval van belang (vgl. HR 19 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2880, NJ 2010/475). Bij die beoordeling kan een rol spelen of de betrokkenen een aannemelijke verklaring heeft gegeven voor dat voorhanden hebben (vgl. HR 3 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0733, NJ 1997/584).
Op grond van het dossier stelt het Hof de volgende feitelijke gang van zaken vast.
Op 2 januari 2023 tussen 18:00 en 21:45 uur wordt in een woning te [adres 4] ingebroken, waarbij onder andere een [telefoon 1] is weggenomen. Rond middernacht komen de aangevers met behulp van de applicatie ‘[applicatie 1]’ achter de locatie van de weggenomen [telefoon 1], namelijk een perceel te [adres 7]. De politie verricht op 4 januari 2023 een huiszoeking op het adres [adres 7], maar daar wordt niets aangetroffen. Daarop is op het aangrenzende perceel, [adres 8] eveneens een huiszoeking verricht. Op dat adres wordt de [telefoon 1] samen met een grote hoeveelheid goederen aangetroffen en in beslag genomen. De medeverdachte [medeverdachte] bevond zich in zijn woning te [adres 8] en is aangehouden.
Later wordt zowel in de grijskleurige [auto 1] van de verdachte, als in zijn kamer in [plaats], tassen en koffers inhoudende goederen aangetroffen en in beslag genomen.
Een aantal van de bij de medeverdachte [medeverdachte] en de verdachte aangetroffen goederen worden herkend door de aangevers als de goederen die tijdens de diefstal in hun woning op 2 januari 2023 waren weggenomen.
De medeverdachte [medeverdachte] en de verdachte zijn door de politie verhoord.
De verdachte heeft verklaard dat de medeverdachte [medeverdachte 2] hem op 2 januari 2023 in de avonduren belde om door te geven dat hij goederen voor de verdachte had. De verdachte verklaarde voorts dat hij de goederen bij de medeverdachte [medeverdachte 2] ophaalde en vervolgens bracht naar de medeverdachte [medeverdachte].
Ook de medeverdachte [medeverdachte 2] is door de politie aangehouden en verhoord. De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij in de maanden december 2022 en januari 2023 meerdere keren goederen aan de verdachte heeft aangeboden.
De medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat de verdachte op 2 januari 2023 tussen 19:30 en 21:30 uur samen met een andere man bij hem is gekomen om de goederen te brengen.
Dictum
Het Hof:
vernietigt het vonnis van 7 juli 2023 van het Gerecht en doet opnieuw recht;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte ten aanzien van feit 1 primair en subsidiair en de feiten 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 telkens primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 telkens subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 telkens subsidiair meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba, zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, ook als dat inhoudt dat de verdachte zich onder behandeling laat stellen voor zijn verslavingsproblematiek;
gelast de teruggave van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen aan de rechthebbenden.
Dit vonnis is gewezen door mrs. F.V.L.M. Wannyn, J.A.W. van ‘t Westeinde en M.L.A. Angela, leden van het Hof, bijgestaan door mr. T.M.A.D. de Lanoy, (zittings)griffier, en op 3 juli 2024 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba.
De uitspraakgriffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Inleiding
Uit het proces-verbaal van bevindingen van de camerabeelden is te zien dat de verdachte om 21:13 uur bij de medeverdachte [medeverdachte] is geweest.
Uit de hiervoor genoemde belastende feiten en omstandigheden volgt weliswaar dat de verdachte kort na de ten laste gelegde diefstal uit de woning te [adres 4] de daarbij weggenomen spullen voorhanden heeft gehad.
Het Hof is echter, anders dan de advocaat-generaal, van oordeel dat de verklaring die de verdachte voor het bezit van die spullen heeft gegeven niet onaannemelijk is. Die verklaring strookt bovendien met de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 2]. Gelet daarop acht het Hof in het onderhavige geval het kort na de diefstal voorhanden hebben gehad van de gestolen spullen onvoldoende voor een bewezenverklaring van die diefstal. De omstandigheden dat de verdachte zwarte kleding aanhad en in het bezit was van Roemeense bankbiljetten maken het voorgaande niet anders, te meer nu in de aangifte geen melding wordt gemaakt van de kleding van de dader(s) en weggenomen Roemeense bankbiljetten. De verdachte zal daarom van het onder 5 primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 8 telkens primair: diefstal met braak
De procureur-generaal heeft de – naar haar oordeel – bewezen inbraak van feit 5 als uitgangspunt genomen voor het schakelbewijs voor bewezenverklaring van de inbraken ten aanzien van andere ten laste gelegde feiten. Nu het Hof van oordeel is dat bij feit 5 de inbraak niet bewezen kan worden verklaard, kan het gestelde schakelbewijs voor inbraken bij de overige feiten reeds daarom niet (mede) op het bewijs van dat feit 5 worden gebaseerd. Daarbij komt dat ook overigens naar het oordeel van het Hof geen sprake is van een zo specifieke modus operandi dat met toepassing van schakelbewijs de primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend zouden kunnen worden verklaard.
De verdachte zal dan ook terzake van alle feiten van het primair tenlastegelegde worden vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 1 subsidiair: opzetheling te [adres 1]
Het Hof is met de procureur-generaal van oordeel dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende wettig en overtuigend bewijs naar voren is gekomen voor het voorhanden hebben door de verdachte van (een deel van de) bij de diefstal op 8 december 2022 gestolen goederen. De verdachte zal daarom ook van de hem onder 1 subsidiair ten laste gelegde opzetheling worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het Hof acht – op grond van de bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverweging – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 subsidiair ten laste heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 2 subsidiair [adres 2]
hij in of omstreeks de periode van 22 december 2022 tot en met 12 januari 2023 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk onder meer
- een Amerikaans paspoort en/of
- een (of meer) laptop(s) (van het merk [merk 1], [merk 2] en [merk 3]) en/of
- een tablet (van het merk [merk 3]) en/of
- een Ipad en/of
- airpods en/of
- een (of meer) oplader(s) en/of
- een (of meer) portemonnee(s) inhoudende creditcards en een hoeveelheid geld en/of
- een (of meer) rugtas(sen),
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) wist(en) of begre(e)p(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
Feit 3 subsidiair [adres 3] hij in of omstreeks de periode van 23 december 2022 tot en met 12 januari 2023 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk onder meer
- een (of meer) Venezolaans(e) paspoort(en) en/of
- een (of meer) Amerikaans(e) paspoort(en) en/of
- een Italiaans paspoort en/of
- een (of meer) laptop(s) (van het merk [merk 4] en [merk 5]) en/of
- een tablet (van het merk [merk 3]) en/of
- een Macbook (van het merk [merk 3]) en/of
- een (of meer) siera(a)d(en) en/of
- een (of meer) portemonnee(s) en/of
- een headphone (van het merk [merk 6]) en/of
- een rugtas,
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) wist(en) of begre(e)p(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
Feit 4 subsidiair [adres 1]hij in of omstreeks de periode van 29 december 2022 tot en met 12 januari 2023 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk onder meer
- een (of meer) Amerikaans(e) paspoort(en) en/of
- een (of meer) laptop(s) (van het merk [merk 1] en [merk 4]) en/of
- een Ipad en/of
- een (of meer) creditcard(s) en/of
- een (of meer)airpod(s) en/of
- een (of meer) lees/zonnebril(len) en/of
- een (of meer) kledingstuk(ken)/honkbalpet(ten)/schoen(en) en/of
- een (of meer) portemonnee(s) inhoudende creditcards en een hoeveelheid geld en/of
- een (of meer) siera(a)d(en) en/of
- een (of meer) koffer(s) en/of
- een geldbedrag van US$ 300,=, althans een hoeveelheid geld, en/of
- een (of meer) oplader(s) en/of
- een (of meer) rugtas(sen),
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) wist(en) of begre(e)p(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
Feit 5 subsidiair [adres 4]hij in of omstreeks de periode van 2 januari 2023 tot en met 12 januari 2023 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk onder meer
- een (of meer) Roemeens(e) paspoort(en) en/of
- een laptop (van het merk [merk 7]) en/of
- een Ipad en/of
- een [telefoon 2] en/of
- een (of meer) zonnebril(len) en/of
- een paar [merk 8] schoenen en/of
- een tas (van het merk [merk 9]) en/of
- een sjaal en strandtas (van het merk [merk 10]),
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) wist(en) of begre(e)p(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
Feit 6 subsidiair [adres 5]
hij in of omstreeks de periode van 6 januari 2023 tot en met 12 januari 2023 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk onder meer
- een (of meer) tas(sen) met toilet/make-up artikelen en/of
- een laptop en/of
- een (of meer)Macbook(s) en/of
- (een) airpod(s) en/of
- een (of meer) zonnebril(len) en/of
- een (of meer) kledingstuk(ken)/schoenen en/of
- een (of meer) koffer(s) en/of
- een (of meer) siera(a)d(en) en/of
- een handtas en rugtassen,
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) wist(en) of begre(e)p(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
Feit 7 subsidiair [adres 6]hij in of omstreeks de periode van 9 januari 2023 tot en met 12 januari 2023 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk onder meer
- een tab
Inleiding
let en mobiele telefoon (van het merk [merk 11]) en/of
- een laptop (van het merk [merk 1]) en/of
- een (of meer) Macbook(s) en/of
- een Ipad en/of
- een (of meer) zonnebril(len) en/of
- een (of meer) paar schoen(en) en/of
- een (of meer) koffer(s) en/of
- een (of meer) siera(a)d(en) en/of
- een verrekijker en/of
- een handtas en schoudertas,
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) wist(en) of begre(e)p(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
Feit 8 subsidiair [adres 2]hij in of omstreeks de periode van 9 januari 2023 tot en met 12 januari 2023 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk onder meer
- een (of meer) Amerikaans(e) paspoort(en) en/of
- een geldbedrag van US$ 500,=, althans een hoeveelheid geld, en/of
- een (of meer)rugtas(sen) en/of
- een (of meer)oordopje(s) (van het merk [merk 12] en [merk 3]) en/of
- een (of meer)zonnebril(len) en/of
- een (of meer) kledingstuk(ken) en/of
- een (of meer) koffer(s),
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) wist(en) of begre(e)p(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Het Hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte vonnis beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.
Bewijsoverweging
Het Hof acht op basis van de aangiftes, de bekennende verklaringen van de verdachte, de verklaringen van de medeverdachten en de tijdens de doorzoekingen aangetroffen goederen in de tassen in de grijskleurige [auto 1] van de verdachte, in de drie koffers in de kamer van de verdachte en in de woning van de medeverdachten [medeverdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan opzetheling van de in de tenlastelegging onder feiten 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 genoemde goederen.
Met de procureur-generaal is het Hof van oordeel dat voor de feiten 2, 3, 4 en 5 ook het medeplegen wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Bij de feiten 6, 7 en 8 is dat niet het geval zodat de verdachte terzake die feiten van dat bestanddeel zal worden vrijgesproken.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het onder 2, 3, 4 en 5 telkens subsidiair bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:397, eerste lid, onder a, juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd.
Het onder 6, 7 en 8 telkens subsidiair bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:397, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht van Aruba. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Opzetheling, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde
wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde wordt het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft, in meer dan de helft van de gevallen samen met anderen, een grote hoeveelheid – kostbare - goederen verworven en voorhanden gehad die afkomstig waren uit zeven woninginbraken. Dit zijn zeer kwalijke feiten. Door aldus te handelen heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen en aldus vermogenscriminaliteit bevorderd. Daarnaast heeft hij getoond geen respect te hebben voor andermans eigendommen en zich enkel laten leiden door zijn eigen financieel gewin. Het Hof rekent dit de verdachte aan.
De ernst van de feiten wordt geaccentueerd door het gegeven dat de goederen afkomstig zijn van inbraken in toeristen accommodaties. Niet alleen heeft dit de betrokken toeristen een nare tijd in Aruba bezorgd, het is ook schadelijk voor het imago van Aruba als vakantiebestemming. Toerisme is namelijk een van de grootste economische steunpilaren voor Aruba. Aantasting van dat imago door dergelijk handelen brengt dan ook het risico op economische schade voor het eiland met zich.
Naar het oordeel van het Hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het Hof houdt ten nadele van de verdachte rekening met zijn strafkaart, waaruit blijkt dat hij meermalen voor het plegen van strafbare feiten is veroordeeld, laatstelijk op 9 september 2022. Op die datum is de verdachte tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld en heeft tot 29 november 2022 vastgezeten. Korte tijd na zijn vrijlating, heeft de verdachte, gedurende de proeftijd van de opgelegde deels voorwaardelijke gevangenisstraf, de bewezen verklaarde feiten gepleegd. De recente veroordeling noch de eerdere veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen.
Tenslotte heeft het Hof kennis genomen van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. De verdachte heeft een ernstige verslavingsproblematiek en heeft ter terechtzitting aangegeven te willen meewerken aan de – door de procureur-generaal voorgestelde – behandeling van zijn verslavingsproblematiek (als op te leggen voorwaarde bij voorwaardelijke invrijheidstelling). Het Hof zal deze mogelijkheid van behandeling verbinden aan een voorwaardelijk op te leggen strafdeel.
Het Hof is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld. In de omstandigheden de persoon van de verdachte betreffende, ziet het Hof aanleiding om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.