Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2024-02-20
ECLI:NL:OGHACMB:2024:122
Civiel recht
Hoger beroep
2,142 tokens
Inleiding
Burgerlijke zaken over 2023
Registratienummers: CUR202300104 - CUR2023H00093
Uitspraak: 20 februari 2024
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S IN KORT GEDING
in de zaak van:
1de naamloze vennootschap SPEEDY SECURITY GROUP N.V.,
2. de naamloze vennootschap SPEEDY ARMORED DIVISION N.V.,
beide gevestigd in Curaçao,
3. [ [APPELLANT 3],
wonend in Curaçao,
4. de naamloze vennootschap A-1 MONITORING STATION N.V.,
gevestigd in Curaçao,
oorspronkelijk eiseressen, thans appellanten,
gemachtigde: mr. M.T.J. Cicilia,
tegen
1Nathaly Filomena Faustina [GEÏNTIMEERDE 1],
wonend in Curaçao,
2. de naamloze vennootschap THE ELITE FORTRESS N.V.,
gevestigd in Curaçao,
oorspronkelijk gedaagden, thans geïntimeerden,
gemachtigde: mr. L.N. Asjes.
Appellanten worden hierna gezamenlijk als Speedy c.s. aangeduid, geïntimeerden als [geïntimeerde] c.s. en partijen afzonderlijk als Speedy Security, Speedy Armored, [appellant 3], A-1 Monitoring, [geïntimeerde 1] en Elite.
1. Het verloop van de procedure
1.1
Bij akte van appel, ingekomen ter griffie op 14 maart 2023 is Speedy c.s. in hoger beroep gekomen van het vonnis in kort geding van 24 februari 2023 van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, hierna: het Gerecht.
1.2
Bij memorie van grieven met producties, ingekomen ter griffie van het Hof via e-mail op 3 april 2023, heeft Speedy c.s. twee grieven gericht tegen het bestreden vonnis en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen en [geïntimeerde] c.s. zal veroordelen om binnen een termijn van drie dagen over te gaan tot afgifte van alle sub 40 in de memorie genoemde documenten, hardware en software dan wel een maatregel te nemen op grond waarvan de goederen gezamenlijk dan wel apart ter beschikking kunnen worden gesteld van Speedy c.s. een en ander met veroordeling van [geïntimeerde] c.s. in de kosten van beide instanties en de nakosten.
1.3
Bij op 17 mei 2023 ingekomen memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] c.s. de grieven bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van Speedy c.s. in de proceskosten in hoger beroep.
1.4
Op de daarvoor bepaalde dag hebben de gemachtigden van partijen pleitnotities ingediend.
1.5
Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.
Feiten
2.1
Het hof gaat uit van de volgende feiten.
2.2
Speedy c.s. exploiteert een alarm monitoringbedrijf, een centrale meldkamer en een geldtransportservice. [appellant 3] is grootaandeelhouder van Speedy c.s.
2.3
Op enig moment is [appellant 3] gedetineerd geraakt.
2.4
Thans is [bestuurder speedy] aangesteld als bestuurder van Speedy c.s. Zij voert de directie over de bedrijven van Speedy c.s.
2.5
Speedy c.s. heeft een bodemprocedure aanhangig gemaakt. In die zaak is op 9 oktober 2023 een comparitie van partijen gehouden. De zaak staat nu op de rol voor akte uitlating na comparitie.
3. De vordering en beslissing van het Gerecht
3.1
In eerste aanleg heeft Speedy c.s. - samengevat weergegeven - gevorderd bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:
I. Voor recht te verklaren dat zowel de administratie als het monitoringsysteem aan Speedy c.s. gezamenlijk dan wel aan een van hen, toebehoren
II. [geïntimeerde] c.s. te veroordelen om de administratie en het monitoringsysteem af te geven aan Speedy c.s. op verbeurte van een dwangsom van NAf. 350 per dag(deel) dat [geïntimeerde] c.s. in gebreke blijft daaraan te voldoen en met veroordeling van [geïntimeerde] c.s. in de proceskosten.
3.2
Bij vonnis in kort geding van 24 februari 2023 heeft het Gerecht de gevorderde voorzieningen afgewezen.
Beoordeling
Ontvankelijkheid Speedy c.s.
4.1 [
geïntimeerde] c.s. stelt dat Speedy c.s in hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat Speedy c.s. de memorie van grieven te laat heeft ingediend. Dat verweer gaat niet op, omdat Speedy c.s. de memorie op 3 april 2023, dus tijdig, per e-mail heeft ingediend. Daar komt nog bij dat, ook als aangenomen wordt dat de memorie van grieven wel te laat is ingediend, dat nog niet tot niet-ontvankelijkheid zal leiden (zie HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2009 en Gemeenschappelijk Hof ECLI:NL: OGHACMB:
2023:79).
Spoedeisend belang gevorderde voorzieningen
4.2
Uit de stellingen van Speedy c.s. en de aard van de gevorderde voorzieningen vloeit voort dat Speedy c.s. ook nu in hoger beroep nog steeds een spoedeisend belang daarbij heeft.
Onvoldoende aannemelijk dat Speedy c.s. rechthebbende van de goederen is
4.3
Het Hof komt evenals het Gerecht tot het oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat Speedy c.s. op dit moment recht heeft op de goederen waarvan zij afgifte vordert. Haar vorderingen met die strekking zijn daarom niet toewijsbaar. Het Hof overweegt daartoe het volgende.
4.4
Speedy c.s stelt dat op enig moment gesproken is over de voortzetting van de bedrijven van [appellant 3] door [geïntimeerde 1]. De reden daarvoor was dat [appellant 3] gedetineerd raakte en daarom niet langer in staat was zijn bedrijven te besturen.
Om de continuïteit van de bedrijven te waarborgen heeft hij [geïntimeerde 1] ingeschakeld en met haar afspraken gemaakt over de voortzetting van de bedrijven en het behoud van de bestaande klanten, aldus Speedy c.s. Daargelaten dat de afspraken die Speedy c.s. stelt met [geïntimeerde 1] in dat verband te hebben gemaakt niet op schrift staan heeft Speedy c.s., tegenover de gemotiveerde betwisting door [geïntimeerde] c.s. van de gestelde feiten en vorderingen, onvoldoende concreet gesteld wat die afspraken inhielden. Het ligt op de weg van Speedy c.s. om duidelijk te maken op basis van welke concrete feiten en omstandigheden, waar mogelijk onderbouwd met schriftelijke stukken, zij recht meent te hebben op de goederen waarvan zij afgifte vordert en dat [geïntimeerde 1] die goederen zonder recht of titel onder zich heeft. Dat laat Speedy c.s. ook in hoger beroep na. Dat een van de bedrijven van Speedy c.s. de goederen lang geleden heeft aangeschaft en betaald, zoals Speedy c.s. onder verwijzing naar e-mailcorrespondentie stelt, is daarvoor niet voldoende.
Dat betekent dat een grondslag voor de vordering niet is komen vast te staan en dat ook in hoger beroep Speedy c.s. onvoldoende heeft gesteld om tot bewijs te worden toegelaten nog daargelaten dat deze kort geding procedure zich niet leent voor bewijslevering.
De gevorderde voorzieningen zijn niet toewijsbaar.
Conclusie
4.5
De slotsom is dat het hoger beroep niet slaagt. Het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd en Speedy c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Uitvoerbaar bij voorraadverklaring van die proceskostenveroordeling is niet gevorderd.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep,
veroordeelt Speedy c.s. in de proceskosten aan de zijde van [geïntimeerde] c.s. gevallen en tot op heden begroot op NAf 353,50 aan verschotten en NAf 6.000 aan gemachtigdensalaris,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, C.G. ter Veer en C.J.H.G. Bronzwaer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 20 februari 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.