Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2023-11-02
ECLI:NL:OGHACMB:2023:335
Strafrecht
Hoger beroep
668 tokens
Inleiding
Zaaknummer: H-189/22
Parketnummer: 100.00552/21
Uitspraak: 2 november 2023 Tegenspraak
Vonnis
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 23 november 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:
[VERDACHTE],
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Sint Maarten.
Hoger beroep
Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaren met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het Gerecht beslissingen gegeven over in beslag genomen voorwerpen en de vordering tot schadevergoeding van een benadeelde partij.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal,
mr. R.J. Boswijk, en van wat door de verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. S.D.M. Roseburg, naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De verdachte heeft ter terechtzitting van het Hof de wens kenbaar gemaakt het door hem ingestelde hoger beroep niet langer te willen handhaven. Intrekking van het hoger beroep is echter niet meer mogelijk, nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op een eerdere zitting van het Hof is aangevangen. Nu de verdachte geen belang meer stelt te hebben in behandeling van het hoger beroep en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak in hoger beroep, zal de verdachte daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.
Dictum
Het Hof:
verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.W. van ’t Westeinde, voorzitter, mr. F.V.L.M. Wannyn en mr. W. Foppen, leden van het Hof, bijgestaan door mr. J. Mulder, griffier, en is uitgesproken op 2 november 2023 op de openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao via een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw in Sint Maarten.