Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2023-12-12
ECLI:NL:OGHACMB:2023:277
Civiel recht
Hoger beroep
1,220 tokens
Inleiding
Burgerlijke zaken over 2023
Registratienummers: CUR202204828 – CUR2023H00071
Uitspraak: 12 december 2023
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[APPELLANT],
wonende in Curaçao,
in eerste aanleg eiser, thans appellant,
procederende in persoon, voorheen gemachtigden: mrs. E.J. Martha en H.S. Johannes,
tegen
de naamloze vennootschap
ASKA SCHADEVERZERING N.V.,
gevestigd in Curaçao,
in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. A.C. van Hoof.
Partijen worden hierna [appellant] en Aska genoemd.
1De zaak in het kort
In dit kort geding vordert [appellant] een voorschot op de schadevergoeding die zij pretendeert jegens Aska op grond van de door haar afgesloten brandverzekering. [appellant] heeft schade geleden door brand. Aska weigert uitkering. Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) heeft de vordering afgewezen.
In dit hoger beroep beoordeelt het Hof de vorderingen opnieuw.
2Het verloop van de procedure
2.1
Bij op 10 februari 2023 ingekomen akte van appel is [appellant] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 20 januari 2023 uitgesproken vonnis in kort geding van het Gerecht .
2.2
Bij op 7 maart 2023 ingekomen memorie van grieven heeft [appellant] drie grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en zijn vordering alsnog zal toewijzen, met veroordeling van Aska in de proceskosten in beide instanties.
2.3
Bij op 12 april 2023 ingekomen memorie van antwoord, met productie, heeft Aska de grieven bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten in hoger beroep in beide instanties.
2.4
Op de daarvoor nader bepaalde dag heeft de gemachtigde van Aska pleitnotities ingediend.
2.5
Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.
Beoordeling
3.1
Het verststrekkende verweer van Aska is dat [appellant] niet-ontvankelijk is omdat hij te laat de memorie van grieven heeft ingediend en te laat de griffierechten heeft betaald. Het Hof overweegt daarover als volgt.
3.2
Ingevolge artikel 235 juncto 271 Rv bedraagt de voor indiening van de memorie van grieven ingestelde termijn drie weken vanaf de datum waarop het hoger beroep is ingesteld. In dit geval is blijkens de aantekening van de griffier het hoger beroep ingesteld op 10 februari 2023 (per e-mail 9 februari 2023). Blijkens de ontvangstbevestiging van de griffier is de betaling van de griffierechten op 2 maart 2023 voldaan. Dat is binnen de termijn van drie weken en derhalve tijdig. In zoverre faalt het verweer.
3.3
Blijkens de aantekening van de griffier op de memorie van grieven is die memorie evenwel pas op 7 maart 2023 (per e-mail 6 maart 2023) ingediend. Aangezien het hoger beroep is ingesteld op 10 februari 2023 (per e-mail 9 februari 2023) is dat niet binnen termijn van drie weken. Het rechtsgevolg is dat de inhoud ervan buiten beschouwing dient te blijven. Weliswaar is [appellant] bevoegd om zijn in eerste aanleg aangevoerde stellingen en weren bij pleitnota in hoger beroep toe te lichten, te verbeteren en aan te vullen (Gemeenschappelijk Hof van Justitie 17 mei 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:79), maar [appellant] heeft geen pleitnota ingediend. In zoverre slaagt het verweer van Aska.
3.4
Omdat het Hof ambtshalve geen gronden ziet om het bestreden vonnis te vernietigen, zal het worden bevestigd. [appellant] wordt in de proceskosten veroordeeld.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van Aska gevallen en tot op heden begroot op NAf 331,91 aan verschotten en NAf 1.500,-aan salaris voor de gemachtigde;
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, E.M. van der Bunt, en M.A. Loth, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 12 december 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.