Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
2025-06-02
ECLI:NL:OGEAM:2025:87
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,883 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Registratienummer: EJ182/2024/SXM202400624
Beschikking van 2 juni 2025
op het verzoek van
1[naam verzoekster],hierna [verzoekster],
2. [naam verzoeker],
hierna [verzoeker],
beiden wonende te [woonplaats] in [land],
verzoekers, gemachtigde: dhr. E.I. Maduro.
Het Gerecht merkt als belanghebbenden aan:
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,
gevestigd te Sint Maarten,
hierna: de ABS,
HET OPENBAAR MINISTERIE,
gevestigd te Sint Maarten,
DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN,
zetelend te Sint Maarten.
1Het verloop van de rechtszaak
1.1.
Verzoekers hebben op 20 mei 2024 een verzoekschrift ter griffie ingediend. Daarop heeft de ABS schriftelijk gereageerd op 5 september 2024. Het verzoek is behandeld ter zitting van 9 september 2024. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
- de gemachtigde;
-mevr. D. Warner-Williams namens de ABS.
1.2.
Bij beschikking van 23 september 2024 zijn de Minister van Justitie en het Openbaar Ministerie in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de verzochte aanvulling van de registers van de burgerlijke stand en de aan verzoekers te stellen eisen. Op 27 januari 2025 heeft het Openbaar Ministerie zich uitgelaten over het verzoek. De Minister van Justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de Minister van Algemene Zaken zich dient uit te laten, onder verwijzing naar artikel 1:19e, lid 5, van het Burgerlijk Wetboek. Daarop is de zaak verwezen naar de rol van 3 maart 2025 voor uitlating zijdens de Minister van Algemene Zaken. Op de genoemde roldatum is geen akte ingediend.
1.3.
Bij beschikking van 17 maart 2025 is een getuigenverhoor gelast en is aan verzoekers opgedragen om een DNA-onderzoek te laten uitvoeren ter vaststelling van de verwantschap tussen verzoekers.
1.4.
Het getuigenverhoor heeft op 12 mei 2025 plaatsgevonden.
1.5.
Het DNA-rapport is op 20 mei 2025 ingediend.
1.6.
Beschikking is bepaald op vandaag.
2De verdere beoordeling
2.1.
Verzoekers vragen het Gerecht om een geboorteakte van verzoeker sub 2 te doen opmaken. Volgens verzoekers is verzoekster [verzoekster] op 23 september 1993 te Sint Maarten bevallen van verzoeker [verzoeker] in de kliniek van [naam vroedvrouw]. Door omstandigheden is geen geboorteaangifte gedaan. Er is wel een formulier opgemaakt voor de geboorteaangifte door [naam vroedvrouw].
Volgens verzoekers is [verzoekster] twee weken na de geboorte van [verzoeker] uit Sint Maarten verwijderd. [verzoeker] heeft vervolgens tot driejarige leeftijd bij een tante verbleven, waarna hij naar [land] is gezonden. In 2001 is [verzoeker] naar [land] vertrokken, alwaar hij nog steeds verblijft. [verzoeker] beschikt niet over identiteitsdocumenten, omdat hij geen geboorteakte heeft.
2.2.
Het DNA-onderzoek rapporteert een waarschijnlijkheidspercentage van 99.99% dat [verzoekster] de moeder is van [verzoeker].
2.3.
De getuige [naam vroedvrouw], voormalig vroedvrouw, heeft als getuige ten overstaan van de rechter verklaard dat zij zich herinnert dat [verzoekster] is bevallen van een kind van het mannelijk geslacht. Het formulier dat bestemd is voor de geboorteaangifte, is door haar ingevuld. De naam van het kind is pas vele jaren later ingevuld. De moeder zou een week na de bevalling bij de vroedvrouw langskomen om het formulier op te halen en de ontbrekende gegevens in te vullen, maar dat is nooit gebeurd.
2.4.
Het Gerecht blijft bij het oordeel dat het Gerecht op grond van artikel 429c, lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bevoegd is van het verzoek kennis te nemen en dat daarop het recht van Sint Maarten van toepassing is. Het gaat immers om aanvulling van de registers van de burgerlijke stand hier te lande.
2.5.
Op grond van artikel 24 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij Sint Maarten partij is, wordt elk kind onmiddellijk na de geboorte ingeschreven en krijgt het een naam. Verder heeft elk kind het recht een nationaliteit te verwerven. In deze zaak is komen vast te staan dat niet is voldaan aan de verplichting tot aangifte van de geboorte van [verzoeker], waardoor hij momenteel identiteitsloos is. Die situatie is in strijd met de genoemde mensenrechten en dient hersteld te worden.
2.6.
Het Gerecht overweegt dat op grond van artikel 1:24 lid 1 BW aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, op verzoek van belanghebbenden of op vordering van het openbaar ministerie kan worden gelast door de rechter in eerste aanleg. Een akte kan ontbreken als gevolg van het stilzitten van de personen die de aangifte, zoals de geboorteaangifte, hadden moeten doen (zie T&C bij artikel 1:24 BWNL).
2.7.
Naar het oordeel van het Gerecht is op grond van de stukken van het dossier, het verhandelde ter zitting, het getuigenverhoor en het DNA-onderzoek komen vast te staan dat de persoon die zich identificeert als [naam verzoeker] (Broward County Community ID# [nummer]) de zoon is van [verzoekster] en geboren is op [geboortedatum] te Sint Maarten.
2.8.
Het Gerecht zal de ABS opdragen een geboorteakte op te maken en op te nemen in de registers van de burgerlijke stand.
Dictum
Het Gerecht:
3.1.
gelast de aanvulling van het geboorteregister met een akte van geboorte, waarin de navolgende gegevens worden vermeld:
KIND
geslachtsnaam: [……]
voornamen: [……]
dag van geboorte: [……]
uur en minuut van de geboorte: [……]
plaats van geboorte: Sint Maarten, Nederlandse Antillen
geslacht: M (mannelijk)
OUDERS
geslachtsnaam vader: --
voornamen vader: --
geslachtsnaam moeder uit wie het kind is geboren: [……]
voornamen moeder uit wie het kind is geboren: [……]
OVERIGE GEGEVENS
GEBOORTEGEVENS OUDERS
plaats van geboorte vader: --
dag van geboorte van de vader: --
plaats van geboorte van de moeder uit wie het kind is geboren: [……]
dag van geboorte van de moeder uit wie het kind is geboren: [……]
3.2.
draagt de griffier op niet eerder dan zes weken na de dag van de uitspraak van deze beschikking -en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld- een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. Drenth, rechter bij dit Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2025.