Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
2025-04-29
ECLI:NL:OGEAM:2025:75
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,939 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Zaaknummer: SXM202200875
Vonnis van 29 april 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonend in Sint Maarten,
eiseres,
eerst procederend met een gemachtigde, maar nu in persoon,
tegen
1[gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
3. [gedaagde 3],
4. [gedaagde 4],
5. [gedaagde 5],
6. [gedaagde 6],
7. [gedaagde 7],
8. [gedaagde 8],
9. [gedaagde 9],
10. [gedaagde 10],
allen wonend in Sint Maarten,
gedaagden,
gemachtigden: mr. P.A.M. Brandon en mr. L.C. Peterson.
Eiseres wordt hierna ‘[eiseres]’ genoemd en gedaagde 7 ‘[gedaagde 7]’. De overige gedaagden worden aangeduid met hun eerste voornaam.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift met producties, dat op 21 juli 2022 is ingediend;
de conclusie van antwoord met producties;
de akte van [eiseres] van 7 maart 2023 met producties;
de akte van gedaagden van 27 juni 2023;
het comparitievonnis van 18 juli 2023;
de brief van de gemachtigde van [eiseres] van 2 oktober 2023, met producties;
de akte rekening en verantwoording van gedaagden, met producties;
de akte inbreng producties tevens antwoordakte van [eiseres] met producties;
de contra-akte inbreng producties van gedaagden;
de productie die gedaagden tijdens de tweede mondelinge behandeling hebben overhandigd;
de afspraken die de partijen tijdens de tweede mondelinge behandeling hebben gemaakt, zoals vastgelegd in de mail van het Gerecht aan de gemachtigden van 11 december 2023;
de mail van de gemachtigde van de gedaagden van 18 december 2023;
de mail van de gemachtigde van [eiseres] van 18 december 2023;
de rolbeslissing van 2 april 2024;
de akte uitlating van gedaagden van 14 mei 2024, met producties;
de antwoordakte van [eiseres] van 11 juni 2024;
de akte uitlating stand van zaken van gedaagden, met producties;
de response deed van [eiseres];
de mail van ICE van 17 april 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 5 oktober 2023 plaatsgevonden. Op 7 december 2023 is die behandeling voortgezet en heeft ook een descente plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken.
1.3.
Het vonnis is bepaald op vandaag.
Beoordeling
Wat is de kern van de zaak?
2.1. [
eiseres] was samen met haar moeder [naam] (hierna: [moeder eiseres]) eigenaar van het recht van erfpacht op een perceel, met (nummer). In 2011 is [moeder eiseres] overleden. [eiseres] en de gedaagden zijn haar erfgenamen. [eiseres] eist dat het (perceelnummer) verdeeld wordt. Zij wil zelf in ieder geval de helft krijgen, namelijk (perceelummer) en (new), zoals aangeduid op de onderstaande tekening. Ze eist dat dit vonnis in de plaats komt van de medewerking van de gedaagden. Ze eist daarnaast dat de gedaagden worden veroordeeld om mee te werken aan het verdelen van de andere helft van het perceel. Verder staan er op het perceel gebouwen die verhuurd worden. De huur wordt geïncasseerd door (een van) de gedaagden. [eiseres] wil dat de gedaagden worden veroordeeld om daar rekening en verantwoording van af te leggen.
2.2.
De gedaagden zijn het niet eens met de eisen van [eiseres]. Volgens hen heeft [eiseres] alleen recht op (perceel) en dus niet op (new). Zij zijn bereid om de rest van het (perceel) te verdelen. Zij hebben daarnaast in de loop van de procedure rekening en verantwoording van de huurinkomsten afgelegd. Daarmee vinden zij dat zij al hebben voldaan aan de eis van [eiseres].
2.3.
Tijdens de tweede comparitie van partijen hebben de partijen al voor een groot deel afspraken gemaakt. Het Gerecht verdeelt het perceel gedeeltelijk, in lijn met die afspraken. De eis om rekening en verantwoording af te leggen wordt daarnaast afgewezen. In dit vonnis legt het Gerecht dit oordeel uit.
Opmerking vooraf: [naam X] en [naam Y] zijn geen procespartij
2.4.
In het verzoekschrift is [naam X] als gedaagde genoemd. Uit de stukken blijkt echter dat hij in 2007 al is overleden. Zijn erfgenamen [gedaagde 7], [gedaagde 8], [gedaagde 9] en [naam Y] zijn daarom in zijn plaats opgeroepen in deze procedure. [naam X] zelf is daarom geen procespartij.
2.5.
Uit het uittreksel uit de basisadministratie, dat [eiseres] bij een akte heeft gevoegd, volgt verder dat [naam Y] in 2009 is uitgeschreven, met een onbekende bestemming. Hij is daarom in het openbaar opgeroepen. Hij is niet verschenen. De andere procespartijen hebben verklaard dat dit komt omdat hij ook overleden is en geen partner en/of kinderen heeft nagelaten. Hoewel de partijen geen overlijdensakte hebben kunnen vinden, gaat het Gerecht ervan uit dat dit klopt, omdat [naam Y] niet is verschenen in deze procedure. Ook [naam Y] is daarom niet weergegeven als procespartij.
(Perceelnummer) ] wordt aan [eiseres] toegedeeld
2.6.
De gedaagden hebben niet betwist dat (perceelnummer) aan [eiseres] moet worden toegedeeld. Het Gerecht wijst dat deel van de eis dus toe.
[eiseres] wil niet langer dat (perceel new) aan haar wordt toegedeeld
2.7.
Zoals hiervoor aangegeven hebben de partijen tijdens de tweede zitting afspraken gemaakt. Uit die afspraken volgt dat [eiseres] niet langer eist dat (perceel new) aan haar wordt toegedeeld. Dat deel van de eis wordt dus afgewezen.
De appartementen in de voormalige kerk worden aan [eiseres] en [gedaagde 6] toegedeeld
2.8.
Op (perceel new) staat een gebouw. De partijen duiden dit aan als de voormalige kerk. In dat gebouw bevinden zich twee appartementen: één appartement met twee slaapkamers en het ander met één slaapkamer. Tijdens de tweede zitting heeft [eiseres] aangegeven dat zij de appartementen toegedeeld wil krijgen. Na de zitting heeft [gedaagde 6] aangegeven dat zij dat ook wil. De andere erfgenamen hebben daar geen bezwaar tegen. Het Gerecht beslist daarom dat ieder van hen één appartement krijgen toegedeeld.
2.9. [
eiseres] wil het appartement het dichtst bij haar perceel toegedeeld krijgen. [gedaagde 6] heeft geen voorkeur uitgesproken. Daarom gaat het Gerecht mee in deze wens van [eiseres]. Uit de stukken bleek niet welk appartement het dichtst bij haar perceel lag. Dit heeft het Gerecht daarom nagevraagd bij de taxateur. Dit bleek het appartement met één slaapkamer te zijn.
2.10.
Tijdens de zitting is afgesproken dat [eiseres] en [gedaagde 6] hiervoor een vergoeding moeten betalen aan de andere erfgenamen (artikel 3:185 lid 2 onder b BW). De partijen hebben afgesproken dat taxateur [naam] het gebouw daarom zou taxeren. Uiteindelijk hebben de gedaagden niet hem, maar ICE het gebouw laten taxeren. [eiseres] heeft de juistheid van het taxatierapport niet betwist. Daarom gaat het Gerecht van dat rapport uit. Daaruit blijkt dat het tweeslaapkamerappartement is getaxeerd op $ 55.000,- en het eenslaapkamerappartement op $ 50.000,-. De vergoeding die [eiseres] en [gedaagde 6] aan de andere erfgenamen moeten betalen, wordt berekend op basis van deze waarde, vermenigvuldigd met het aandeel van elke erfgenaam in de nalatenschap.
2.11.
Bij haar brief van 2 oktober 2023 heeft [eiseres] een verklaring voor erfrecht gevoegd. De gedaagden hebben die verklaring niet betwist. Het Gerecht neemt daarom de verdeling die daarin staat als uitgangspunt. In die verklaring staat echter nog wel dat [naam Y] ook voor 1/32 erfgenaam is. Uit 2.5 blijkt dat het Gerecht ervan uitgaat dat hij is overleden, zonder een partner of kinderen na te laten. Op basis van de wet hebben zijn moeder [gedaagde 7] en zijn broers en zussen [gedaagde 9], [gedaagde 10] en [gedaagde 8] elk recht op 1/4 van zijn deel, dus op 1/128. Voor zijn broers en zus komt dat bij hun eigen aandeel van 1/32. Het Gerecht hanteert dus de volgende verdeelsleutel:
[eiseres]
1/8
[gedaagde 1]
1/8
[gedaagde 2]
1/8
[gedaagde 3]
1/8
[gedaagde 4]
1/8
[gedaagde 5]
1/8
[gedaagde 6]
1/8
[gedaagde 7]
1/128
[gedaagde 8]
5/128
[gedaagde 9]
5/128
[gedaagde 10]
5/128
[gedaagde 5] moet een vergoeding betalen aan de andere erfgenamen
2.12.
Op (perceelnummer)staat verder nog een gebouw waarin [gedaagde 5] woont. De benedenverdieping van die woning valt in de nalatenschap van [moeder eiseres]. De partijen hebben afgesproken dat [gedaagde 5] deze benedenverdieping krijgt toegedeeld en dat zij daarvoor een vergoeding zal betalen aan de andere erfgenamen. De taxateur heeft de waarde vastgesteld op $ 110.000,-.
Dictum
Het Gerecht:
3.1.
bepaalt dat het (perceelnummer) als volgt gedeeltelijk wordt verdeeld:
(perceelnummer) en het eenslaapkamerappartement in de voormalige kerk worden aan [eiseres] toegedeeld;
het tweeslaapkamerappartement in de voormalige kerk wordt aan [gedaagde 6] toegedeeld;
de benedenverdieping van de woning van [gedaagde 5] wordt aan [gedaagde 5] toegedeeld;
het drie-appartementengebouw wordt aan de gedaagden toegedeeld;
de onbebouwde buitenruimte blijft onverdeeld;
3.2.
veroordeelt [eiseres], [gedaagde 6] en [gedaagde 5] om de volgende vergoedingen te betalen aan de andere erfgenamen:
[eiseres]
[gedaagde 6]
[gedaagde 5]
[eiseres]
$ -
$ 6.875,00
$ 13.750,00
[gedaagde 1]
$ 6.250,00
$ 6.875,00
$ 13.750,00
[gedaagde 2]
$ 6.250,00
$ 6.875,00
$ 13.750,00
[gedaagde 3]
$ 6.250,00
$ 6.875,00
$ 13.750,00
[gedaagde 4]
$ 6.250,00
$ 6.875,00
$ 13.750,00
[gedaagde 5]
$ 6.250,00
$ 6.875,00
$ -
[gedaagde 6]
$ 6.250,00
$ -
$ 13.750,00
[gedaagde 7]
$ 390,63
$ 429,69
$ 859,38
[gedaagde 8]
$ 1.953,13
$ 2.148,44
$ 4.296,88
[gedaagde 9]
$ 1.953,13
$ 2.148,44
$ 4.296,88
[gedaagde 10]
$ 1.953,13
$ 2.148,44
$ 4.296,88
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.5.
wijst alles wat meer of anders is gevorderd af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2025.
De verdieping(en) boven de benedenverdieping is/zijn al eigendom van [gedaagde 5].
Beoordeling
De vergoeding die [gedaagde 5] aan de andere erfgenamen moet betalen, moet worden berekend op basis van de verdeelsleutel die hiervoor staat.
Het drie-appartementengebouw wordt toegedeeld aan de gedaagden
2.13.
Op (perceelnummer) staat nog een ander gebouw met daarin drie appartementen. De partijen hebben tijdens de zitting afgesproken dat deze wordt toegedeeld aan de gedaagden en dat zij daarvoor een vergoeding betalen aan [eiseres]. De taxateur heeft de waarde van dit appartement vastgesteld op $ 85.000,-. Dat betekent dat [eiseres] op basis van de verdeelsleutel aanspraak kan maken op een vergoeding van $ 10.625,- (1/8 x $ 85.000). In haar response deed heeft [eiseres] echter aangegeven dat zij daar geen aanspraak op maakt, als zij het dichtstbijzijnde appartement uit de voormalige kerk krijgt toegedeeld. Zoals uit 2.9 volgt zal het Gerecht dat appartement aan haar toedelen. Het Gerecht begrijpt daarom dat [eiseres] in dat geval geen aanspraak maakt op een vergoeding.
De onbebouwde buitenruimte van (perceelnummer) blijft onverdeeld
2.14.
De partijen hebben afgesproken dat de buitenruimte van (perceelnummer) die nu onbebouwd is onverdeeld blijft. Het Gerecht zal dit deel daarom ook onverdeeld laten.
Samenvatting van de verdeling
2.15.
Op basis van het voorgaande zal het Gerecht het (perceelnummer) als volgt verdelen (artikel 3:185 BW):
(perceelnummer) en het eenslaapkamerappartement in de voormalige kerk worden aan [eiseres] toegedeeld;
het tweeslaapkamerappartement in de voormalige kerk wordt aan [gedaagde 6] toegedeeld;
de benedenverdieping van de woning van [gedaagde 5] wordt aan [gedaagde 5] toegedeeld;
het drie-appartementengebouw wordt aan de gedaagden toegedeeld.
2.16. [
eiseres], [gedaagde 6] en [gedaagde 5] moeten hiervoor aan de andere erfgenamen de onderstaande vergoedingen betalen. Dat betreft steeds de waarde van de woonruimte die zij toegedeeld krijgen, vermenigvuldigd met de verdeelsleutel uit 2.11.
[eiseres]
[gedaagde 6]
[gedaagde 5]
[eiseres]
$ -
$ 6.875,00
$ 13.750,00
[gedaagde 1]
$ 6.250,00
$ 6.875,00
$ 13.750,00
[gedaagde 2]
$ 6.250,00
$ 6.875,00
$ 13.750,00
[gedaagde 3]
$ 6.250,00
$ 6.875,00
$ 13.750,00
[gedaagde 4]
$ 6.250,00
$ 6.875,00
$ 13.750,00
[gedaagde 5]
$ 6.250,00
$ 6.875,00
$ -
[gedaagde 6]
$ 6.250,00
$ -
$ 13.750,00
[gedaagde 7]
$ 390,63
$ 429,69
$ 859,38
[gedaagde 8]
$ 1.953,13
$ 2.148,44
$ 4.296,88
[gedaagde 9]
$ 1.953,13
$ 2.148,44
$ 4.296,88
[gedaagde 10]
$ 1.953,13
$ 2.148,44
$ 4.296,88
Totaal
$ 43.750,02
$ 48.125,01
$ 96.250,02
Het Gerecht gaat ervan uit dat de partijen de verdeling samen kunnen formaliseren
2.17. [
eiseres] heeft geëist dat dit vonnis in de plaats komt van vereiste medewerking van gedaagden. Ook eist ze dat de gedaagden worden veroordeeld om mee te werken aan deze verdeling. Deze eisen wijst het Gerecht af. De gedaagden hebben namelijk gesteld dat zij mee zullen werken aan de verdeling. Bovendien hebben zij zich ook constructief opgesteld tijdens de procedure en afspraken met [eiseres] gemaakt. Het Gerecht gaat er daarom vanuit dat de partijen zelf deze verdeling verder kunnen formaliseren.
[gedaagde 5] wordt niet veroordeeld om rekening en verantwoording af te leggen
2.18.
Een deel van de woonruimte op het perceel wordt verhuurd. Sinds 2016 incasseert [gedaagde 5] de huur. Volgens [eiseres] legt zij geen rekening en verantwoording af. Zij eist daarom dat de gedaagden worden veroordeeld om rekening en verantwoording af te leggen. Deze eis wordt afgewezen. Op zichzelf is [gedaagde 5] op basis van de wet verplicht om rekening en verantwoording af te leggen (artikel 3:173 BW). Zij heeft dat in de loop van deze procedure echter al gedaan, bij de akte van 14 november 2023. Het betreft een duidelijk overzicht, dat kan worden beschouwd als rekening en verantwoording. Zij kan daarom niet nog een keer worden veroordeeld om rekening en verantwoording af te leggen.
2.19.
Het Gerecht hoeft nu overigens niet te beoordelen in hoeverre de kritiek van [eiseres] op de rekening en verantwoording terecht is, omdat [eiseres] daar geen eisen aan heeft verbonden.
Afsluitende opmerkingen
2.20.
De partijen hebben tijdens de tweede zitting ook gesproken over de verdeling van de erfpachtschuld. Zij hebben hiervoor geen eis aan het Gerecht voorgelegd. In het kader van een voorspoedige afhandeling van deze kwestie ziet het Gerecht toch aanleiding om de partijen handvatten mee te geven.
2.21.
Het Gerecht oordeelt voorshands dat de openstaande erfpachtschuld tot 2023 door [eiseres] moet worden betaald, omdat zij daarvoor van [gedaagde 5] ‘geoormerkt’ geld heeft ontvangen. Vanaf 2023 zullen de erfgenamen de erfpacht gezamenlijk moeten betalen.