Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
2024-08-20
ECLI:NL:OGEAM:2024:113
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,735 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Zaaknummer: SXM202300510
Vonnis d.d. 20 augustus 2024
inzake
CANON U.S.A. INC.,
gevestigd in New York, Verenigde Staten van Amerika,
verzoekster,
gemachtigden: mrs. S.H.Barten, S. Ehigiene en J. Veen,
tegen
CHULANI (ST. MAARTEN) N.V.
gevestigd in Sint Maarten,
gedaagde,
gemachtigden: mrs. C.R. Rutte en T.E. Matroos
Partijen zullen hierna Canon en Chulani worden genoemd.
1Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het inleidend verzoekschrift met producties, op 15 mei 2023 ter griffie ingediend;
de conclusie van antwoord;
de conclusie van repliek;
de conclusie van dupliek;
de akte uitlating producties.
Vonnis is bepaald op heden.
Geschil
2.1.
Canon verzoekt dat het gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Chulani zal veroordelen - tot betaling van $ 13.209.013.70, gelijk aan het bedrag waartoe Chulani door de rechter in New York is veroordeeld, te vermeerderen met de wettelijke rente;- tot betaling van de kosten van de door Canon ten laste van Chulani gelegde conservatoire beslagen;- tot betaling van de proceskosten.
2.2.
Chuliani concludeert tot afwijzing met veroordeling van Canon in de kosten van deze procedure.2.3 Op de aan deze standpunten ten grondslag liggende stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
3.1.
Tussen de Verenigde Staten en Sint Maarten bestaat geen verdrag waarin de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in handelszaken is geregeld. Dit betekent dat het commune internationaal privaatrecht van toepassing is bij de beoordeling of de uitspraak van de District Court, Eastern District of New York van 29 december 2020 in Sint Maarten kan worden erkend en tenuitvoergelegd.
Canon verzoekt in deze procedure de erkenning van dit vonnis op grond van het tweede lid van artikel 431 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en dat het gerecht zonder behandeling ten gronde Chulani veroordeelt tot datgene waartoe zij is veroordeeld door het gerecht in New York. Deze procedure wordt wel aangeduid als een verkapte exequaturprocedure.
3.2.
Artikel 431 lid 2 Rv houdt in dat het geding dat in New York aanhangig is geweest opnieuw bij de rechter in Sint Maarten kan worden behandeld en afgedaan.
3.3.
In zijn beslissing van 26 september 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2838, de zogenoemde Gazprom-zaak) heeft de Hoge Raad bepaald dat de rechter, bij de beantwoording van de vraag of een buitenlandse beslissing voor erkenning vatbaar is, de gebondenheid van partijen aan die beslissing tot uitgangspunt dient te nemen en dat die vordering in beginsel toewijsbaar is, als aan de onder 3.4 weergegeven voorwaarden is voldaan. In dat geval kan de wederpartij zonder behandeling ten gronde worden veroordeeld tot datgene waartoe zij ook reeds bij het vonnis van de vreemde rechter is veroordeeld. Voor zover Chulani de stelling huldigt dat de behandeling van het verzoek van Canon verder dient te gaan dan het slechts toetsen daarvan aan deze voorwaarden, strookt die stelling niet met het oordeel van de Hoge Raad en zal daaraan worden voorbijgegaan.
3.4.
Een uitspraak van de vreemde rechter kan volgens de beslissing van de Hoge Raad in beginsel in Nederland – en dus ook in Sint Maarten – worden erkend indien:
i. de bevoegdheid van de rechter die de beslissing heeft gegeven berust op een naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbare bevoegdheidsgrond;
ii. de buitenlandse beslissing tot stand is gekomen in een gerechtelijke procedure die voldoet aan de eisen van behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging;
iii. de erkenning van de buitenlandse beslissing niet in strijd is met de Nederlandse openbare orde;
iv. de buitenlandse beslissing niet onverenigbaar is met een tussen dezelfde partijen gegeven beslissing van de Nederlandse rechter, dan wel met een eerdere beslissing van een buitenlandse rechter die tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust, mits die eerder beslissing voor erkenning in Nederland vatbaar is.
3.5.
Canon heeft onweersproken gesteld en dat Chulani tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichtingen, voortvloeiend uit een in 2017 tussen partijen gesloten distributieovereenkomst. Deze overeenkomst wordt beheerst door het recht van de staat New York. In de overeenkomst werd een exclusieve forumkeuze opgenomen ten gunste van de rechter in New York. Nadat een mediationtraject zonder resultaat werd afgesloten, heeft Canon op 28 oktober 2019 haar vordering aanhangig gemaakt bij de rechtbank in New York. In deze procedure is Chulani in rechte met haar advocaat verschenen, al waar zij, na het voeren van verweer, uiteindelijk de vorderingen van Canon heeft erkend met het verzoek aan de rechter om een zogenoemd ‘consent judgment’ te wijzen. Dit verzoek is gehonoreerd met het vonnis van 29 december 2020. Het vonnis is in kracht van gewijsde gegaan en vormt een executoriale titel in New York en na registratie daarvan ook in de overige staten van de Verenigde Staten. De door Canon gestelde feiten zijn door de rechter in New York als zodanig in rechte vastgesteld, onder meer verwoord als ‘Chulani consents to the entry of judgment in favor of Canon USA and against Chulani, in the aggregate amount of $ 13.209.103,70 (…) This stipulated judgment constitutes the final judgment in this action. Chulani waives the right to appeal from this judgment (…) Chulani acknowledges and agrees that once entered by the Court, Canon USA may execute upon this judgment’.
3.6.
Op basis van deze gegevens kan niet anders worden geoordeeld dat aan de vier onder 3.5 genoemde voorwaarden is voldaan. De in de overeenkomst opgenomen jurisdictieclausule schiep bevoegdheid voor de rechter in New York en is naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar.
Anders dan Chulani meent, mag er in zijn algemeenheid van worden uitgegaan dat in New York sprake is van behoorlijke rechtspleging. Voor zover Chulani van het tegendeel meent te moeten uitgaan, diende zij dit standpunt te onderbouwen, hetgeen zij geheel en al heeft nagelaten. Dat geldt ook voor haar stelling dat in de concrete zaak behoorlijke rechtspleging achterwege is gebleven. Uit het vonnis blijkt dat er sprake is geweest van een zaak op tegenspraak, waar Chulani met een advocaat is verschenen, zij verweer heeft gevoerd, maar uiteindelijk de (grondslag van de) vorderingen in rechte integraal heeft erkend. Dat zij die erkenning heeft herroepen is gesteld noch gebleken, laat staan dat zij een daartoe strekkend verzoek bij de rechter in New York aanhangig zou hebben gemaakt.
Van enige strijd met de openbare orde in Sint Maarten is niet gebleken, sterker nog, ook in Sint Maarten worden op gelijke wijze als te New York zaken op tegenspraak afgedaan met vaststellingsovereenkomsten tussen partijen, die vervolgens door de rechter in het vonnis worden vastgelegd met de daarbij behorende beslissingen tot nakoming daarvan.
Tot slot is niet gebleken dat uitspraak van de rechter in New York onverenigbaar is met een tussen dezelfde partijen gegeven beslissing van de rechter in Sint Maarten, dan wel met een eerdere beslissing van een buitenlandse rechter die tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust.
3.7.
Nu er in deze procedure door Chulani niets is aangevoerd dat zij niet ook al in de procedure in New York had kunnen inbrengen, leidt dit alles tot de slotsom dat een inhoudelijke herbehandeling van de zaak tussen deze partijen, zoals Chulani voorstaat, niet aan de orde is, zodat aan de stellingen die Chulani aan dit standpunt ten grondslag heeft gelegd, voorbijgegaan zal worden. De vorderingen van Canon zullen worden toegewezen, echter met uitzondering van de gevorderde wettelijke rente. In het vonnis uit New York is Chulani immers niet veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over het toegewezen bedrag.
3.8.
De toewijzing geldt ook voor door Canon verzochte uitvoerbaarheid bij voorraad van dit vonnis. De stelling van Chulani dat haar onderneming ten gevolge van een toewijzend vonnis ten dode is gedoemd, is op zichzelf geen reden om aan het zwaarwegende belang van Canon bij het verkrijgen van de al jarenlang openstaande en in rechte onherroepelijk toegewezen vorderingen voorbij te gaan, nog geheel daargelaten dat iedere onderbouwing van dit verweer achterwege is gebleven. Dit laatste klemt te meer nu Canon in het verzoekschrift onweersproken heeft aangevoerd dat zij, alvorens de zaak tegen Chulani in oktober 2019 bij de rechter in New York aanhangig te maken, pogingen heeft gedaan om tot een minnelijke schikking te komen en een voorstel heeft gedaan tot een betalingsregeling. In dat kader, zo heeft Canon gesteld, heeft zij Chulani verzocht om financiële bescheiden over te leggen waarmee zij een inschatting had kunnen maken in hoeverre Chulani in staat zou zijn om schikkingsbetalingen te doen.
Dictum
Het gerecht:
4.1.
veroordeelt Chulani tot betaling aan Canon van een bedrag van US$ 13.209.013,70;
4.2.
veroordeelt Chulani in de kosten van de door Canon gelegde conservatoire beslagen, groot NAf 4.058,20;
4.3.
veroordeelt Chulani in de proceskosten, aan de zijde van Canon tot op heden begroot op NAf 26.003,00;
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken door rolrechter op 20 augustus 2024.
Op 16 maart 2023 heeft de deurwaarder zeven afzonderlijke exploten betekend aan Chulani, terwijl dit in één verzamelexploot had gekund. Canon heeft daarmee overbodige kosten gemaakt, die zij niet op Chulani kan verhalen. Wel wordt meegenomen de overbetekening aan Chulani d.d. 20 april 2024. In totaal derhalve 2 x NAf 240,50.
De kosten van de betekeningen aan de officier van justitie (eveneens in zeven afzonderlijke exploten) kunnen niet aan Chulani worden doorberekend, nu voor die (over)betekeningen geen grondslag bestaat.