Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2025-01-29
ECLI:NL:OGEAC:2025:63
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
32,328 tokens
Inleiding
Parketnummers: 500.00169/24 en 500.00160/23 (TUL)
Uitspraak: 29 januari 2025 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 20 december 2024 (inhoudelijke behandeling) en 8 januari 2025 (sluiting van het onderzoek). De verdachte is op 20 december 2024 verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. A.M. Tromp, advocaat in Curaçao.
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding. [Benadeelde partij 1] heeft ook een vordering namens haar zoon [benadeelde partij 2] ingediend.
De officier van justitie, mr. W.J. de Graaf, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder feit 1 subsidiair (medeplichtigheid aan gekwalificeerde doodslag) ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.
De vordering houdt voorts in:
- een gehele toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met oplegging van een bijbehorende schadevergoedingsmaatregel;
- toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf.
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor alle ten laste gelegde feiten en subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat:
Feit 1
primair
hij op of omstreeks 31 mei 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een
ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet (vanaf korte afstand) eenmaal met een vuurwapen, (gericht) op die [slachtoffer 1] geschoten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden, welke voren omschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal met geweld en/of een afpersing tegen die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat/ die feit(en) voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of zijn mededader(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren; (artikel 2:260 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair
[Medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 31 mei 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft/hebben beroofd, immers heeft/hebben [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] met dat opzet (vanaf korte afstand) eenmaal met een vuurwapen, (gericht) op die [slachtoffer 1] geschoten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden, welke voren omschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal met geweld en/of afpersing tegen die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] , en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/ of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of zijn mededader(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, tot het plegen van welk misdrijf verdachte (tevoren) op of omstreeks 31 mei 2024, in Curaçao, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] in een voertuig, te weten een pick-up, ( al dan niet als bestuurder) naar de woonwijk van die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] te rijden en/of (vervolgens) als die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] uit het voertuig stappen, hij, verdachte, in het voornoemde voertuig achterblijft en ermee wegrijdt; (artikel 2:260/1:124 Wetboek van Strafrecht)
meer subsidiair
hij op of omstreeks 31 mei 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto van het merk [merk 1] en/of een of meerdere mobiele telefoons en/of een of meerdere (gouden) kettingen en/of een gouden muntrand met gouden tientje en/of een (gouden) armband en/of een [spelcomputer], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan
een ander of anderen, dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1]en/of [benadeelde partij 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s);
zich - voorzien van een geheel of gedeeltelijk bedekt hoofd/gezicht en/of gewapend met een of meer vuurwapens - naar/in de woning van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] (gelegen aan de [adres 1]) heeft/hebben begeven en/of;
(vervolgens) met een vuurwapen op en/of in de richting (van het lichaam) van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschoten en/of;
(vervolgens) die [benadeelde partij 1] bij haar shirt heeft/hebben vast gepakt en tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/geschreeuwd: "waar is het geld" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking) om vervolgens die [benadeelde partij 1] op de grond te laten vallen / gooien en/of;
de betreffende woning heeft/hebben doorzocht en/of (alles) overhoop heeft/hebben gehaald) en/of;
(vervolgens) met zijn hand de mond van die [benadeelde partij 1] dicht heeft/hebben gehouden en/of vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/geschreeuwd: "stil blijven" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking) en/of;
een vuurwapen op/in het lichaam die [benadeelde partij 1] gericht, althans een vuurwapen aan die [benadeelde partij 1] heeft getoond en/of een vuurwapen tegen het hoofd van die [benadeelde partij 1] heeft gericht/vastgehouden en/of;
(vervolgens) die [benadeelde partij 1] heeft/hebben vast gepakt en/of meegetrokken en/of vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/ geschreeuwd; "waar zijn de sleutels" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking)
ten gevolge van welk(e) bovenomschreven feit(en) die [slachtoffer 1] is overleden (art.
Dictum
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en feit 2 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 meest subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 30 (dertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat:
de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Curaçao, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, ook indien dat inhoudt het volgen van (psychologische) behandeling of een therapie;
wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] geleden materiële schade toe tot een bedrag van NAf 18.210,31 (zegge: achttienduizend tweehonderdtien gulden en eenendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 mei 2024 tot aan de dag van de voldoening, en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;
verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van NAf 18.210,31 (zegge: achttienduizend tweehonderdtien gulden en eenendertig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 126 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2024 tot aan de dag van de voldoening;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] namens [benadeelde partij 2] in de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen;
bepaalt dat indien en voor zover (een van) de medeverdachten voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partij of het Land, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan het Land;
gelast de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 500.00160/23 bij vonnis van het Gerecht te Curaçao d.d. 25 augustus 2023 voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. H.R. Bracht, bijgestaan door mr. C. Anselma-Bernsen, zittingsgriffier, en op 29 januari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.
Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Curaçao d.d. 22 augustus 2024, geregistreerd onder de onderzoeksnaam “Reiger” en de aanvulling daarop d.d. 27 oktober 2024.
Verklaring van [medeverdachte 3] als getuige ter terechtzitting van 20 december 2024, zoals die eventueel later – indien tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld – in het proces-verbaal van die terechtzitting zal worden weergegeven.
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:78
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:78 en de artikelen 123, 124 en 125
Inleiding
Parketnummers: 500.00169/24 en 500.00160/23 (TUL)
Uitspraak: 29 januari 2025 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 20 december 2024 (inhoudelijke behandeling) en 8 januari 2025 (sluiting van het onderzoek). De verdachte is op 20 december 2024 verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. A.M. Tromp, advocaat in Curaçao.
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding. [Benadeelde partij 1] heeft ook een vordering namens haar zoon [benadeelde partij 2] ingediend.
De officier van justitie, mr. W.J. de Graaf, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder feit 1 subsidiair (medeplichtigheid aan gekwalificeerde doodslag) ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.
De vordering houdt voorts in:
- een gehele toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met oplegging van een bijbehorende schadevergoedingsmaatregel;
- toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf.
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor alle ten laste gelegde feiten en subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat:
Feit 1
primair
hij op of omstreeks 31 mei 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een
ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet (vanaf korte afstand) eenmaal met een vuurwapen, (gericht) op die [slachtoffer 1] geschoten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden, welke voren omschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal met geweld en/of een afpersing tegen die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat/ die feit(en) voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of zijn mededader(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren; (artikel 2:260 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair
[Medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 31 mei 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft/hebben beroofd, immers heeft/hebben [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] met dat opzet (vanaf korte afstand) eenmaal met een vuurwapen, (gericht) op die [slachtoffer 1] geschoten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden, welke voren omschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal met geweld en/of afpersing tegen die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] , en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/ of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of zijn mededader(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, tot het plegen van welk misdrijf verdachte (tevoren) op of omstreeks 31 mei 2024, in Curaçao, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] in een voertuig, te weten een pick-up, ( al dan niet als bestuurder) naar de woonwijk van die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] te rijden en/of (vervolgens) als die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] uit het voertuig stappen, hij, verdachte, in het voornoemde voertuig achterblijft en ermee wegrijdt; (artikel 2:260/1:124 Wetboek van Strafrecht)
meer subsidiair
hij op of omstreeks 31 mei 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto van het merk [merk 1] en/of een of meerdere mobiele telefoons en/of een of meerdere (gouden) kettingen en/of een gouden muntrand met gouden tientje en/of een (gouden) armband en/of een [spelcomputer], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan
een ander of anderen, dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1]en/of [benadeelde partij 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s);
zich - voorzien van een geheel of gedeeltelijk bedekt hoofd/gezicht en/of gewapend met een of meer vuurwapens - naar/in de woning van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] (gelegen aan de [adres 1]) heeft/hebben begeven en/of;
(vervolgens) met een vuurwapen op en/of in de richting (van het lichaam) van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschoten en/of;
(vervolgens) die [benadeelde partij 1] bij haar shirt heeft/hebben vast gepakt en tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/geschreeuwd: "waar is het geld" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking) om vervolgens die [benadeelde partij 1] op de grond te laten vallen / gooien en/of;
de betreffende woning heeft/hebben doorzocht en/of (alles) overhoop heeft/hebben gehaald) en/of;
(vervolgens) met zijn hand de mond van die [benadeelde partij 1] dicht heeft/hebben gehouden en/of vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/geschreeuwd: "stil blijven" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking) en/of;
een vuurwapen op/in het lichaam die [benadeelde partij 1] gericht, althans een vuurwapen aan die [benadeelde partij 1] heeft getoond en/of een vuurwapen tegen het hoofd van die [benadeelde partij 1] heeft gericht/vastgehouden en/of;
(vervolgens) die [benadeelde partij 1] heeft/hebben vast gepakt en/of meegetrokken en/of vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/ geschreeuwd; "waar zijn de sleutels" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking)
ten gevolge van welk(e) bovenomschreven feit(en) die [slachtoffer 1] is overleden (art.
Dictum
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en feit 2 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 meest subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 30 (dertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat:
de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Curaçao, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, ook indien dat inhoudt het volgen van (psychologische) behandeling of een therapie;
wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] geleden materiële schade toe tot een bedrag van NAf 18.210,31 (zegge: achttienduizend tweehonderdtien gulden en eenendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 mei 2024 tot aan de dag van de voldoening, en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;
verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van NAf 18.210,31 (zegge: achttienduizend tweehonderdtien gulden en eenendertig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 126 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2024 tot aan de dag van de voldoening;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] namens [benadeelde partij 2] in de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen;
bepaalt dat indien en voor zover (een van) de medeverdachten voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partij of het Land, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan het Land;
gelast de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 500.00160/23 bij vonnis van het Gerecht te Curaçao d.d. 25 augustus 2023 voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. H.R. Bracht, bijgestaan door mr. C. Anselma-Bernsen, zittingsgriffier, en op 29 januari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.
Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Curaçao d.d. 22 augustus 2024, geregistreerd onder de onderzoeksnaam “Reiger” en de aanvulling daarop d.d. 27 oktober 2024.
Verklaring van [medeverdachte 3] als getuige ter terechtzitting van 20 december 2024, zoals die eventueel later – indien tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld – in het proces-verbaal van die terechtzitting zal worden weergegeven.
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:78
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:78 en de artikelen 123, 124 en 125
Inleiding
Parketnummers: 500.00169/24 en 500.00160/23 (TUL)
Uitspraak: 29 januari 2025 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 20 december 2024 (inhoudelijke behandeling) en 8 januari 2025 (sluiting van het onderzoek). De verdachte is op 20 december 2024 verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. A.M. Tromp, advocaat in Curaçao.
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding. [Benadeelde partij 1] heeft ook een vordering namens haar zoon [benadeelde partij 2] ingediend.
De officier van justitie, mr. W.J. de Graaf, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder feit 1 subsidiair (medeplichtigheid aan gekwalificeerde doodslag) ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.
De vordering houdt voorts in:
- een gehele toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met oplegging van een bijbehorende schadevergoedingsmaatregel;
- toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf.
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor alle ten laste gelegde feiten en subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat:
Feit 1
primair
hij op of omstreeks 31 mei 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een
ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet (vanaf korte afstand) eenmaal met een vuurwapen, (gericht) op die [slachtoffer 1] geschoten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden, welke voren omschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal met geweld en/of een afpersing tegen die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat/ die feit(en) voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of zijn mededader(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren; (artikel 2:260 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair
[Medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 31 mei 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft/hebben beroofd, immers heeft/hebben [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] met dat opzet (vanaf korte afstand) eenmaal met een vuurwapen, (gericht) op die [slachtoffer 1] geschoten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden, welke voren omschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal met geweld en/of afpersing tegen die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] , en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/ of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of zijn mededader(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, tot het plegen van welk misdrijf verdachte (tevoren) op of omstreeks 31 mei 2024, in Curaçao, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] in een voertuig, te weten een pick-up, ( al dan niet als bestuurder) naar de woonwijk van die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] te rijden en/of (vervolgens) als die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] uit het voertuig stappen, hij, verdachte, in het voornoemde voertuig achterblijft en ermee wegrijdt; (artikel 2:260/1:124 Wetboek van Strafrecht)
meer subsidiair
hij op of omstreeks 31 mei 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto van het merk [merk 1] en/of een of meerdere mobiele telefoons en/of een of meerdere (gouden) kettingen en/of een gouden muntrand met gouden tientje en/of een (gouden) armband en/of een [spelcomputer], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan
een ander of anderen, dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1]en/of [benadeelde partij 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s);
zich - voorzien van een geheel of gedeeltelijk bedekt hoofd/gezicht en/of gewapend met een of meer vuurwapens - naar/in de woning van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] (gelegen aan de [adres 1]) heeft/hebben begeven en/of;
(vervolgens) met een vuurwapen op en/of in de richting (van het lichaam) van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschoten en/of;
(vervolgens) die [benadeelde partij 1] bij haar shirt heeft/hebben vast gepakt en tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/geschreeuwd: "waar is het geld" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking) om vervolgens die [benadeelde partij 1] op de grond te laten vallen / gooien en/of;
de betreffende woning heeft/hebben doorzocht en/of (alles) overhoop heeft/hebben gehaald) en/of;
(vervolgens) met zijn hand de mond van die [benadeelde partij 1] dicht heeft/hebben gehouden en/of vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/geschreeuwd: "stil blijven" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking) en/of;
een vuurwapen op/in het lichaam die [benadeelde partij 1] gericht, althans een vuurwapen aan die [benadeelde partij 1] heeft getoond en/of een vuurwapen tegen het hoofd van die [benadeelde partij 1] heeft gericht/vastgehouden en/of;
(vervolgens) die [benadeelde partij 1] heeft/hebben vast gepakt en/of meegetrokken en/of vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/ geschreeuwd; "waar zijn de sleutels" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking)
ten gevolge van welk(e) bovenomschreven feit(en) die [slachtoffer 1] is overleden (art.
Dictum
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en feit 2 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 meest subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 30 (dertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat:
de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Curaçao, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, ook indien dat inhoudt het volgen van (psychologische) behandeling of een therapie;
wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] geleden materiële schade toe tot een bedrag van NAf 18.210,31 (zegge: achttienduizend tweehonderdtien gulden en eenendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 mei 2024 tot aan de dag van de voldoening, en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;
verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van NAf 18.210,31 (zegge: achttienduizend tweehonderdtien gulden en eenendertig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 126 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2024 tot aan de dag van de voldoening;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] namens [benadeelde partij 2] in de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen;
bepaalt dat indien en voor zover (een van) de medeverdachten voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partij of het Land, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan het Land;
gelast de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 500.00160/23 bij vonnis van het Gerecht te Curaçao d.d. 25 augustus 2023 voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. H.R. Bracht, bijgestaan door mr. C. Anselma-Bernsen, zittingsgriffier, en op 29 januari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.
Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Curaçao d.d. 22 augustus 2024, geregistreerd onder de onderzoeksnaam “Reiger” en de aanvulling daarop d.d. 27 oktober 2024.
Verklaring van [medeverdachte 3] als getuige ter terechtzitting van 20 december 2024, zoals die eventueel later – indien tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld – in het proces-verbaal van die terechtzitting zal worden weergegeven.
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:78
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:78 en de artikelen 123, 124 en 125
Inleiding
2:291 lid 3 Wetboek van Strafrecht)
meest subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 31 mei 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto van het merk [merk 1] en/of een of meerdere mobiele telefoons en/of een of meerdere (gouden) kettingen en/of een gouden muntrand met gouden tientje en/of een (gouden) armband en/of een [spelcomputer], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/ hun mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of aan zijn/hun mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer van zijn mededader(s):
zich - voorzien van een geheel of gedeeltelijk bedekt hoofd/gezicht en/of gewapend met een of meer vuurwapens - naar/in de woning van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] (gelegen aan de [adres 1]) heeft/hebben begeven en/of;
(vervolgens) met een vuurwapen op en/of in de richting (van het lichaam) van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschoten en/of;
(vervolgens) die [benadeelde partij 1] bij haar shirt heeft/hebben vast gepakt en tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/geschreeuwd: "waar is het geld" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking) om vervolgens die [benadeelde partij 1] op de grond te laten vallen / gooien en/of;
de betreffende woning heeft/hebben doorzocht en/of (alles) overhoop heeft/hebben gehaald) en/of;
(vervolgens) met zijn hand de mond van die [benadeelde partij 1] dicht heeft/hebben gehouden en/of vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/ geschreeuwd: "stil blijven" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/ s trekking) en/of;
een vuurwapen op/in het lichaam die [benadeelde partij 1] gericht, althans een vuurwapen aan die [benadeelde partij 1] heeft getoond en/of een vuurwapen tegen het hoofd van die [benadeelde partij 1] heeft gericht/vastgehouden en/of;
(vervolgens) die [benadeelde partij 1] heeft/hebben vast gepakt en/of meegetrokken en/of vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/geschreeuwd; "waar zijn de sleutels" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/ strekking)
ten gevolge van welk(e) bovenomschreven feit(en) die [slachtoffer 1] is overleden,
tot het plegen van welk misdrijf verdachte (tevoren) op of omstreeks 31 mei 2024, in Curaçao, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] in een voertuig, te weten een pick-up, ( al dan niet als bestuurder) naar de woonwijk van die [slachtoffer 1] te rijden en/of (vervolgens) als die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] uit het voertuig stappen, hij, verdachte, in het voornoemde voertuig achterblijft en ermee wegrijdt (art. 2:291 lid 3/1:124 Wetboek van Strafrecht).
Feit 2
hij op of omstreeks 31 mei 2024, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s) en/of munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad;
(artikel 3 j° 11 van de Vuurwapenverordening 1930)
Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Vrijspraak feit 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair en feit 2
Met de officier van justitie en de raadsvrouw is het Gerecht van oordeel dat het bewijs tekort schiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 primair ten laste gelegde medeplegen van een gekwalificeerde doodslag en daarmee aan het onder feit 2 ten laste gelegde medeplegen van vuurwapenbezit.
Er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering en de gedragingen die de verdachte heeft verricht voorafgaand aan het delict – kort gezegd het vervoeren van de medeverdachten naar de woning ten einde een diefstal te plegen - zijn naar het oordeel van het Gerecht van onvoldoende gewicht om te kunnen concluderen tot een nauwe en bewuste samenwerking.
Het Gerecht is voorts van oordeel dat verdachte ook van de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan de gekwalificeerde doodslag moet worden vrijgesproken. Naar het oordeel van het Gerecht bestaat de kern van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde uit een doodslag en is er sprake van een te ver verwijderd verband van wat de verdachte, zoals hierna zal worden besproken, voor ogen stond.
Inleiding
2:291 lid 3 Wetboek van Strafrecht)
meest subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 31 mei 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto van het merk [merk 1] en/of een of meerdere mobiele telefoons en/of een of meerdere (gouden) kettingen en/of een gouden muntrand met gouden tientje en/of een (gouden) armband en/of een [spelcomputer], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/ hun mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of aan zijn/hun mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer van zijn mededader(s):
zich - voorzien van een geheel of gedeeltelijk bedekt hoofd/gezicht en/of gewapend met een of meer vuurwapens - naar/in de woning van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] (gelegen aan de [adres 1]) heeft/hebben begeven en/of;
(vervolgens) met een vuurwapen op en/of in de richting (van het lichaam) van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschoten en/of;
(vervolgens) die [benadeelde partij 1] bij haar shirt heeft/hebben vast gepakt en tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/geschreeuwd: "waar is het geld" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking) om vervolgens die [benadeelde partij 1] op de grond te laten vallen / gooien en/of;
de betreffende woning heeft/hebben doorzocht en/of (alles) overhoop heeft/hebben gehaald) en/of;
(vervolgens) met zijn hand de mond van die [benadeelde partij 1] dicht heeft/hebben gehouden en/of vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/ geschreeuwd: "stil blijven" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/ s trekking) en/of;
een vuurwapen op/in het lichaam die [benadeelde partij 1] gericht, althans een vuurwapen aan die [benadeelde partij 1] heeft getoond en/of een vuurwapen tegen het hoofd van die [benadeelde partij 1] heeft gericht/vastgehouden en/of;
(vervolgens) die [benadeelde partij 1] heeft/hebben vast gepakt en/of meegetrokken en/of vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/geschreeuwd; "waar zijn de sleutels" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/ strekking)
ten gevolge van welk(e) bovenomschreven feit(en) die [slachtoffer 1] is overleden,
tot het plegen van welk misdrijf verdachte (tevoren) op of omstreeks 31 mei 2024, in Curaçao, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] in een voertuig, te weten een pick-up, ( al dan niet als bestuurder) naar de woonwijk van die [slachtoffer 1] te rijden en/of (vervolgens) als die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] uit het voertuig stappen, hij, verdachte, in het voornoemde voertuig achterblijft en ermee wegrijdt (art. 2:291 lid 3/1:124 Wetboek van Strafrecht).
Feit 2
hij op of omstreeks 31 mei 2024, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s) en/of munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad;
(artikel 3 j° 11 van de Vuurwapenverordening 1930)
Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Vrijspraak feit 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair en feit 2
Met de officier van justitie en de raadsvrouw is het Gerecht van oordeel dat het bewijs tekort schiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 primair ten laste gelegde medeplegen van een gekwalificeerde doodslag en daarmee aan het onder feit 2 ten laste gelegde medeplegen van vuurwapenbezit.
Er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering en de gedragingen die de verdachte heeft verricht voorafgaand aan het delict – kort gezegd het vervoeren van de medeverdachten naar de woning ten einde een diefstal te plegen - zijn naar het oordeel van het Gerecht van onvoldoende gewicht om te kunnen concluderen tot een nauwe en bewuste samenwerking.
Het Gerecht is voorts van oordeel dat verdachte ook van de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan de gekwalificeerde doodslag moet worden vrijgesproken. Naar het oordeel van het Gerecht bestaat de kern van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde uit een doodslag en is er sprake van een te ver verwijderd verband van wat de verdachte, zoals hierna zal worden besproken, voor ogen stond.
Inleiding
2:291 lid 3 Wetboek van Strafrecht)
meest subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 31 mei 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto van het merk [merk 1] en/of een of meerdere mobiele telefoons en/of een of meerdere (gouden) kettingen en/of een gouden muntrand met gouden tientje en/of een (gouden) armband en/of een [spelcomputer], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/ hun mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of aan zijn/hun mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer van zijn mededader(s):
zich - voorzien van een geheel of gedeeltelijk bedekt hoofd/gezicht en/of gewapend met een of meer vuurwapens - naar/in de woning van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] (gelegen aan de [adres 1]) heeft/hebben begeven en/of;
(vervolgens) met een vuurwapen op en/of in de richting (van het lichaam) van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschoten en/of;
(vervolgens) die [benadeelde partij 1] bij haar shirt heeft/hebben vast gepakt en tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/geschreeuwd: "waar is het geld" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/strekking) om vervolgens die [benadeelde partij 1] op de grond te laten vallen / gooien en/of;
de betreffende woning heeft/hebben doorzocht en/of (alles) overhoop heeft/hebben gehaald) en/of;
(vervolgens) met zijn hand de mond van die [benadeelde partij 1] dicht heeft/hebben gehouden en/of vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/ geschreeuwd: "stil blijven" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/ s trekking) en/of;
een vuurwapen op/in het lichaam die [benadeelde partij 1] gericht, althans een vuurwapen aan die [benadeelde partij 1] heeft getoond en/of een vuurwapen tegen het hoofd van die [benadeelde partij 1] heeft gericht/vastgehouden en/of;
(vervolgens) die [benadeelde partij 1] heeft/hebben vast gepakt en/of meegetrokken en/of vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] heeft hebben gezegd/geschreeuwd; "waar zijn de sleutels" (althans woorden van gelijke (dreigende) aard/ strekking)
ten gevolge van welk(e) bovenomschreven feit(en) die [slachtoffer 1] is overleden,
tot het plegen van welk misdrijf verdachte (tevoren) op of omstreeks 31 mei 2024, in Curaçao, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] in een voertuig, te weten een pick-up, ( al dan niet als bestuurder) naar de woonwijk van die [slachtoffer 1] te rijden en/of (vervolgens) als die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] uit het voertuig stappen, hij, verdachte, in het voornoemde voertuig achterblijft en ermee wegrijdt (art. 2:291 lid 3/1:124 Wetboek van Strafrecht).
Feit 2
hij op of omstreeks 31 mei 2024, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s) en/of munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad;
(artikel 3 j° 11 van de Vuurwapenverordening 1930)
Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Vrijspraak feit 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair en feit 2
Met de officier van justitie en de raadsvrouw is het Gerecht van oordeel dat het bewijs tekort schiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 primair ten laste gelegde medeplegen van een gekwalificeerde doodslag en daarmee aan het onder feit 2 ten laste gelegde medeplegen van vuurwapenbezit.
Er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering en de gedragingen die de verdachte heeft verricht voorafgaand aan het delict – kort gezegd het vervoeren van de medeverdachten naar de woning ten einde een diefstal te plegen - zijn naar het oordeel van het Gerecht van onvoldoende gewicht om te kunnen concluderen tot een nauwe en bewuste samenwerking.
Het Gerecht is voorts van oordeel dat verdachte ook van de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan de gekwalificeerde doodslag moet worden vrijgesproken. Naar het oordeel van het Gerecht bestaat de kern van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde uit een doodslag en is er sprake van een te ver verwijderd verband van wat de verdachte, zoals hierna zal worden besproken, voor ogen stond.
Inleiding
Ook van het meer subsidiair ten laste gelegde medeplegen van diefstal met geweld zal verdachte worden vrijgesproken gelet op de hiervoor besproken rol van verdachte, die van onvoldoende gewicht is om te kunnen concluderen tot een nauwe en bewuste samenwerking bij de diefstal met geweld.
De verdachte zal daarom van de genoemde onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 meest subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 1 meest subsidiair
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 31 mei 2024 in Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen een auto van het merk [merk 1] en mobiele telefoons en (gouden) kettingen en een gouden muntrand met gouden tientje en een (gouden) armband en een [spelcomputer], toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]:
zich - voorzien van een geheel of gedeeltelijk bedekt hoofd/gezicht en/of gewapend met vuurwapens - naar/in de woning van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] (gelegen aan de [adres 1]) hebben begeven en
met een vuurwapen op het lichaam van die [slachtoffer 1] hebben geschoten en
die [benadeelde partij 1] bij haar shirt hebben vast gepakt en tegen die [benadeelde partij 1] hebben gezegd/geschreeuwd: "waar is het geld" om vervolgens die [benadeelde partij 1] op de grond te gooien en
de betreffende woning hebben doorzocht en overhoop hebben gehaald en;
met de hand de mond van die [benadeelde partij 1] dicht hebben gehouden en vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] hebben gezegd/geschreeuwd: "stil blijven" en
een vuurwapen op die [benadeelde partij 1] hebben gericht en
die [benadeelde partij 1] hebben vast gepakt en tegen die [benadeelde partij 1] hebben gezegd/geschreeuwd: "waar zijn de sleutels",
ten gevolge van welk(e) bovenomschreven feit(en) die [slachtoffer 1] is overleden,
tot het plegen van welk misdrijf verdachte (tevoren) op 31 mei 2024, in Curaçao, opzettelijk behulpzaam is geweest door met die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in een voertuig, te weten een pick-up, (al dan niet als bestuurder) naar de woonwijk van die [slachtoffer 1] te rijden en vervolgens, als die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] uit het voertuig zijn gestapt, met het voornoemde voertuig weg te rijden.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.
Ten aanzien van feit 1 meest subsidiair:
1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 4 juni 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [benadeelde partij 1]:
Op 31 mei 2024 rond 23:25 uur zaten wij op de achter porch en wij hoorden de krabpaal van de katten omvallen. [slachtoffer 1], mijn man, liep naar de woonkamer. Ik hoor een mannenstem “hey” zeggen en daarna hoor ik een schot. Ik zie [slachtoffer 1] vallen en zag drie personen en die zijn alle kamers afgegaan. Eentje kwam naar mij toe, greep me bij mijn shirt en vroeg voor geld. Daarna had hij me weer neergegooid. Hij is verder gegaan en kort daarna komt diezelfde dader terug. Hij plaatst zijn hand op mijn mond en ik zag dat deze dader zwarte wollen handschoenen droeg. Hij zei dat ik moest stilhouden en begon weer om geld te vragen.
Op een gegeven moment dacht ik dat ze weg waren. Toen kwamen ze nog een keer terug. Hij heeft mij weer opgepakt en vroeg waar de sleutels waren. Toen had ik de heksleutels en die van de auto aan hem gegeven. Ik kon niks, zijn telefoon was ook weg.
Weggenomen goed: [auto 1], mobiele telefoon merk [merk 2], mobiele telefoon merk [merk 3].
2. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 4 juni 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [benadeelde partij 1]:
Er zijn meer spullen weg:
Gouden ketting met hanger;
Gouden armband.
Ten tijde van de overval was mijn zoon [benadeelde partij 2] in zijn slaapkamer. Ik heb later aan hem gevraagd of hij wat gezien had. Hij was wakker geworden van een knal. Hij zag dat iemand zijn kamer doorzocht. [benadeelde partij 2] heeft gedaan alsof hij sliep.
Op het moment dat de inbrekers terugkwamen, nadat ze voor de eerste keer weg waren gegaan, zag ik 1 persoon op mij aflopen met een pistool in zijn rechterhand op mij gericht.
3. Een geschrift, te weten een kopie van een autopsierapport d.d. 4 juni 2024, opgesteld door dr. L. Althaus, forensisch patholoog, voor zover inhoudende:
Autopsy [slachtoffer 1]
Conclusions:
1. perforating (“in-out”) gunshot trajectory could be found on the body:
Slightly ascending gunshot (ca. 5-10 degrees) from the frontal left to the right back with entry on the lower left frontal thorax below the 12. rib, perforating the diaphragm on both sides, lacerating the bottom side of the liver and perforating the right lobe of the liver including the liver root, containing the big vessels of the liver (liver artery and liver veins) and causing a contusion of the lower lobe of the right lung with exit on the posterior thorax between the ribs 10 and 11.
Cause of death:
Internal bleeding to death due to a gunshot.
4. Een proces-verbaal van 3e verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 4 juli 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1], bijgenaamd [medeverdachte 1]:
Toen [medeverdachte 2] (het Gerecht begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]) mij kwam ophalen zat hij samen met 1 andere persoon in de pick-up.
Gezichtbedekking hadden ze al op.
Inleiding
Ook van het meer subsidiair ten laste gelegde medeplegen van diefstal met geweld zal verdachte worden vrijgesproken gelet op de hiervoor besproken rol van verdachte, die van onvoldoende gewicht is om te kunnen concluderen tot een nauwe en bewuste samenwerking bij de diefstal met geweld.
De verdachte zal daarom van de genoemde onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 meest subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 1 meest subsidiair
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 31 mei 2024 in Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen een auto van het merk [merk 1] en mobiele telefoons en (gouden) kettingen en een gouden muntrand met gouden tientje en een (gouden) armband en een [spelcomputer], toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]:
zich - voorzien van een geheel of gedeeltelijk bedekt hoofd/gezicht en/of gewapend met vuurwapens - naar/in de woning van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] (gelegen aan de [adres 1]) hebben begeven en
met een vuurwapen op het lichaam van die [slachtoffer 1] hebben geschoten en
die [benadeelde partij 1] bij haar shirt hebben vast gepakt en tegen die [benadeelde partij 1] hebben gezegd/geschreeuwd: "waar is het geld" om vervolgens die [benadeelde partij 1] op de grond te gooien en
de betreffende woning hebben doorzocht en overhoop hebben gehaald en;
met de hand de mond van die [benadeelde partij 1] dicht hebben gehouden en vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] hebben gezegd/geschreeuwd: "stil blijven" en
een vuurwapen op die [benadeelde partij 1] hebben gericht en
die [benadeelde partij 1] hebben vast gepakt en tegen die [benadeelde partij 1] hebben gezegd/geschreeuwd: "waar zijn de sleutels",
ten gevolge van welk(e) bovenomschreven feit(en) die [slachtoffer 1] is overleden,
tot het plegen van welk misdrijf verdachte (tevoren) op 31 mei 2024, in Curaçao, opzettelijk behulpzaam is geweest door met die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in een voertuig, te weten een pick-up, (al dan niet als bestuurder) naar de woonwijk van die [slachtoffer 1] te rijden en vervolgens, als die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] uit het voertuig zijn gestapt, met het voornoemde voertuig weg te rijden.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.
Ten aanzien van feit 1 meest subsidiair:
1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 4 juni 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [benadeelde partij 1]:
Op 31 mei 2024 rond 23:25 uur zaten wij op de achter porch en wij hoorden de krabpaal van de katten omvallen. [slachtoffer 1], mijn man, liep naar de woonkamer. Ik hoor een mannenstem “hey” zeggen en daarna hoor ik een schot. Ik zie [slachtoffer 1] vallen en zag drie personen en die zijn alle kamers afgegaan. Eentje kwam naar mij toe, greep me bij mijn shirt en vroeg voor geld. Daarna had hij me weer neergegooid. Hij is verder gegaan en kort daarna komt diezelfde dader terug. Hij plaatst zijn hand op mijn mond en ik zag dat deze dader zwarte wollen handschoenen droeg. Hij zei dat ik moest stilhouden en begon weer om geld te vragen.
Op een gegeven moment dacht ik dat ze weg waren. Toen kwamen ze nog een keer terug. Hij heeft mij weer opgepakt en vroeg waar de sleutels waren. Toen had ik de heksleutels en die van de auto aan hem gegeven. Ik kon niks, zijn telefoon was ook weg.
Weggenomen goed: [auto 1], mobiele telefoon merk [merk 2], mobiele telefoon merk [merk 3].
2. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 4 juni 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [benadeelde partij 1]:
Er zijn meer spullen weg:
Gouden ketting met hanger;
Gouden armband.
Ten tijde van de overval was mijn zoon [benadeelde partij 2] in zijn slaapkamer. Ik heb later aan hem gevraagd of hij wat gezien had. Hij was wakker geworden van een knal. Hij zag dat iemand zijn kamer doorzocht. [benadeelde partij 2] heeft gedaan alsof hij sliep.
Op het moment dat de inbrekers terugkwamen, nadat ze voor de eerste keer weg waren gegaan, zag ik 1 persoon op mij aflopen met een pistool in zijn rechterhand op mij gericht.
3. Een geschrift, te weten een kopie van een autopsierapport d.d. 4 juni 2024, opgesteld door dr. L. Althaus, forensisch patholoog, voor zover inhoudende:
Autopsy [slachtoffer 1]
Conclusions:
1. perforating (“in-out”) gunshot trajectory could be found on the body:
Slightly ascending gunshot (ca. 5-10 degrees) from the frontal left to the right back with entry on the lower left frontal thorax below the 12. rib, perforating the diaphragm on both sides, lacerating the bottom side of the liver and perforating the right lobe of the liver including the liver root, containing the big vessels of the liver (liver artery and liver veins) and causing a contusion of the lower lobe of the right lung with exit on the posterior thorax between the ribs 10 and 11.
Cause of death:
Internal bleeding to death due to a gunshot.
4. Een proces-verbaal van 3e verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 4 juli 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1], bijgenaamd [medeverdachte 1]:
Toen [medeverdachte 2] (het Gerecht begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]) mij kwam ophalen zat hij samen met 1 andere persoon in de pick-up.
Gezichtbedekking hadden ze al op.
Inleiding
Ook van het meer subsidiair ten laste gelegde medeplegen van diefstal met geweld zal verdachte worden vrijgesproken gelet op de hiervoor besproken rol van verdachte, die van onvoldoende gewicht is om te kunnen concluderen tot een nauwe en bewuste samenwerking bij de diefstal met geweld.
De verdachte zal daarom van de genoemde onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 meest subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 1 meest subsidiair
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 31 mei 2024 in Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen een auto van het merk [merk 1] en mobiele telefoons en (gouden) kettingen en een gouden muntrand met gouden tientje en een (gouden) armband en een [spelcomputer], toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]:
zich - voorzien van een geheel of gedeeltelijk bedekt hoofd/gezicht en/of gewapend met vuurwapens - naar/in de woning van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [benadeelde partij 1] (gelegen aan de [adres 1]) hebben begeven en
met een vuurwapen op het lichaam van die [slachtoffer 1] hebben geschoten en
die [benadeelde partij 1] bij haar shirt hebben vast gepakt en tegen die [benadeelde partij 1] hebben gezegd/geschreeuwd: "waar is het geld" om vervolgens die [benadeelde partij 1] op de grond te gooien en
de betreffende woning hebben doorzocht en overhoop hebben gehaald en;
met de hand de mond van die [benadeelde partij 1] dicht hebben gehouden en vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] hebben gezegd/geschreeuwd: "stil blijven" en
een vuurwapen op die [benadeelde partij 1] hebben gericht en
die [benadeelde partij 1] hebben vast gepakt en tegen die [benadeelde partij 1] hebben gezegd/geschreeuwd: "waar zijn de sleutels",
ten gevolge van welk(e) bovenomschreven feit(en) die [slachtoffer 1] is overleden,
tot het plegen van welk misdrijf verdachte (tevoren) op 31 mei 2024, in Curaçao, opzettelijk behulpzaam is geweest door met die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in een voertuig, te weten een pick-up, (al dan niet als bestuurder) naar de woonwijk van die [slachtoffer 1] te rijden en vervolgens, als die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] uit het voertuig zijn gestapt, met het voornoemde voertuig weg te rijden.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.
Ten aanzien van feit 1 meest subsidiair:
1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 4 juni 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [benadeelde partij 1]:
Op 31 mei 2024 rond 23:25 uur zaten wij op de achter porch en wij hoorden de krabpaal van de katten omvallen. [slachtoffer 1], mijn man, liep naar de woonkamer. Ik hoor een mannenstem “hey” zeggen en daarna hoor ik een schot. Ik zie [slachtoffer 1] vallen en zag drie personen en die zijn alle kamers afgegaan. Eentje kwam naar mij toe, greep me bij mijn shirt en vroeg voor geld. Daarna had hij me weer neergegooid. Hij is verder gegaan en kort daarna komt diezelfde dader terug. Hij plaatst zijn hand op mijn mond en ik zag dat deze dader zwarte wollen handschoenen droeg. Hij zei dat ik moest stilhouden en begon weer om geld te vragen.
Op een gegeven moment dacht ik dat ze weg waren. Toen kwamen ze nog een keer terug. Hij heeft mij weer opgepakt en vroeg waar de sleutels waren. Toen had ik de heksleutels en die van de auto aan hem gegeven. Ik kon niks, zijn telefoon was ook weg.
Weggenomen goed: [auto 1], mobiele telefoon merk [merk 2], mobiele telefoon merk [merk 3].
2. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 4 juni 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [benadeelde partij 1]:
Er zijn meer spullen weg:
Gouden ketting met hanger;
Gouden armband.
Ten tijde van de overval was mijn zoon [benadeelde partij 2] in zijn slaapkamer. Ik heb later aan hem gevraagd of hij wat gezien had. Hij was wakker geworden van een knal. Hij zag dat iemand zijn kamer doorzocht. [benadeelde partij 2] heeft gedaan alsof hij sliep.
Op het moment dat de inbrekers terugkwamen, nadat ze voor de eerste keer weg waren gegaan, zag ik 1 persoon op mij aflopen met een pistool in zijn rechterhand op mij gericht.
3. Een geschrift, te weten een kopie van een autopsierapport d.d. 4 juni 2024, opgesteld door dr. L. Althaus, forensisch patholoog, voor zover inhoudende:
Autopsy [slachtoffer 1]
Conclusions:
1. perforating (“in-out”) gunshot trajectory could be found on the body:
Slightly ascending gunshot (ca. 5-10 degrees) from the frontal left to the right back with entry on the lower left frontal thorax below the 12. rib, perforating the diaphragm on both sides, lacerating the bottom side of the liver and perforating the right lobe of the liver including the liver root, containing the big vessels of the liver (liver artery and liver veins) and causing a contusion of the lower lobe of the right lung with exit on the posterior thorax between the ribs 10 and 11.
Cause of death:
Internal bleeding to death due to a gunshot.
4. Een proces-verbaal van 3e verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 4 juli 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1], bijgenaamd [medeverdachte 1]:
Toen [medeverdachte 2] (het Gerecht begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]) mij kwam ophalen zat hij samen met 1 andere persoon in de pick-up.
Gezichtbedekking hadden ze al op.
Inleiding
Bij een snack of minimarket tegenover de kerk van [plek] hebben we de 4e verdachte opgehaald Ik ken hem goed, zijn bijnaam is [verdachte]. Zijn achternaam is iets van [achternaam van verdachte]. [verdachte] sprong achter in de pick-up. Vraag: wat was de rol van [verdachte]? Antwoord: [verdachte] moest de pick-up besturen.
We reden naar de locatie van te beroven woning. We parkeerden in een zijstraat. We sprongen met ons drieën uit de auto. We zijn toen rennend naar de woning gegaan.
5. Een proces-verbaal van 1e verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 13 juni 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2]:
De dag van het gebeurde waren wij naar [adres 1] geweest. Wij rennen daarnaar toe en sprongen over de afrasteringsdeur op het erf. Ik was vergezeld van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] (het Gerecht begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1]) de woning binnen geweest. Toen ik over het hek sprong had ik een vuistvuurwapen in mijn rechterhand. [medeverdachte 3] hield ook een vuistvuurwapen in zijn hand. Wij zagen dat de deur van de woning open was. We liepen met ons drieën de woning binnen. Ik liep alleen naar een slaapkamer. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] waren in een andere richting geweest. Toen het schot afging zag ik dat deze man zijn hand richting zijn borst zette. Ik zag dat hij op de grond viel. Ik heb een sleutel van een auto van het slachtoffer genomen. En een afstandsbediening. We reden met de auto weg.
6. Een proces-verbaal van 3e verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 4 juli 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2]:
Vraag: wat zou het plan zijn als het schot niet afging (het Gerecht begrijpt: “als het schot niet was afgegaan”)? Antwoord: we zouden dan te voet vertrekken om [verdachte] te ontmoeten nabij de plaats van de Haïtianen. [medeverdachte 1] had verteld dat [verdachte] daar zou wachten. [medeverdachte 1] had verteld dat [verdachte] ons zal afzetten en ophalen.
7. Een proces-verbaal van 2e verhoor van [verdachte] d.d. 19 juni 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte], bijgenaamd [verdachte] en [verdachte]:
[medeverdachte 1] had mij gezegd om naar de Toko voor de Rooms Katholieke Kerk van [plek] te gaan. Dit had ik ook gedaan. Hierna kreeg ik een telefoontje binnen. Het was [medeverdachte 1] die mij had opgebeld. [medeverdachte 1] die zei tegen mij om naar de pick-up te komen !open. [medeverdachte 1] zat bij de mede inzittende zitting. lk zag dat [medeverdachte 2] achter het stuur van deze pick-up zat. De andere persoon die in het midden zat ken ik niet. [medeverdachte 1] heeft mij dan gevraagd om eventjes met hun mee te gaan. Aangezien er ging zitting plaats meer in de pick-up was, ging ik in de laadbak van deze pick-up zitten.
De pick-up reed op een weg waar wij een heuveltje op moest rijden. Ze hebben de pick-up bij een T-kruising geparkeerd. lk had dan uit de laadbak uitgestapt. lk ging achter het stuur van de pick-up zitten. lk zag dat ze met z'n drieën wegliepen.
Onderweg zag ik dat één van de personen die zonet uit de pick-up was gestapt over de afrastering van een woning aan het springen was.
8. Een proces-verbaal van 1e verhoor van [verdachte] d.d. 15 juni 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte], bijgenaamd [verdachte] en [verdachte]:
Vraag: en wat was uw reactie op het feit dat u twee mensen in de auto ziet zitten met hoofd bedekkende stof en 1 persoon die u helemaal niet kon zien? Antwoord: ik dacht op dat moment wel dat er iets mis was. Dat ze iets gingen doen wat niet goed was.
9. De verklaring die de verdachte [medeverdachte 3] als getuige ter terechtzitting van 20 december 2024 heeft afgelegd, voor zover inhoudende:
Het klopt dat ik betrokken was bij de overval op de woning van de familie [benadeelde partij 1] op 31 mei 2024.
Bewijsoverwegingen
Het Gerecht stelt voorop dat voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op zijn handelingen als medeplichtige, als bedoeld in art. 1;124 van het Wetboek van Strafrecht, maar ook dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader gepleegde misdrijf (het gronddelict).
Bij de bewezenverklaring en kwalificatie van de medeplichtigheid moet worden uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook indien het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan.
Als het (voorwaardelijk) opzet van de medeplichtige niet (volledig) is gericht op het gronddelict, moet het misdrijf waarop het opzet van de medeplichtige wel was gericht, voldoende verband houden met het gronddelict. Of van zo’n voldoende verband sprake is, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Een algemene regel daarover laat zich dus lastig formuleren. In de regel zal echter kunnen worden aangenomen dat dit verband bestaat als het misdrijf waarop het (voorwaardelijk) opzet van de medeplichtige was gericht, een onderdeel vormt van het gronddelict, bijvoorbeeld bij een misdrijf dat is begaan onder strafverzwarende omstandigheden. Ook in andere gevallen kan sprake zijn van voldoende verband met het gronddelict. Daarbij zijn de aard van het gronddelict, de aard van de gedraging van de medeplichtige en de overige omstandigheden van het geval van belang.
Het Gerecht stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast.
De verdachte is benaderd door één van de medeverdachten om de auto te besturen waarmee de anderen op pad zouden gaan.
Hoewel uit geen van de verklaringen blijkt dat voorafgaand aan de verdachte met zoveel woorden is gezegd welk misdrijf de medeverdachten precies wilden gaan plegen, kan het volgens het Gerecht niet anders dan dat de verdachte (al dan niet gaandeweg) heeft moeten en kunnen begrijpen dat het om een diefstal in een woning ging. Daartoe acht het Gerecht van belang dat hij bij de politie heeft verklaard dat hij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in [plek] (waarvandaan zij gezamenlijk richting de [adres 1] zijn vertrokken) aantrof met hoofdbedekkende spullen, en dat hij op dat moment al dacht dat ze iets gingen doen wat niet goed was. Vervolgens zijn ze gezamenlijk naar een woonwijk zijn gereden, zijn de medeverdachten met (volledige) gezichtsbedekking uitgestapt en zag de verdachte bij het wegrijden met de pick-up, zoals hij zelf heeft verklaard, één van de medeverdachten over het hek van een woning springen.
Op grond van de hiervoor vastgestelde toedracht kan naar het oordeel van het Gerecht worden geconcludeerd dat de verdachte wist dat de medeverdachten een diefstal in een woning zouden plegen en dat zijn opzet in ieder geval was gericht op het behulpzaam zijn bij dit misdrijf en dus op een deel van de door de daders verrichte handelingen. Dat misdrijf (diefstal in een woning) houdt voldoende verband met het door de medeverdachten gepleegde gronddelict, kortgezegd een diefstal met geweld.
Al met al acht het Gerecht dus de medeplichtigheid aan de diefstal met geweld wettig en overtuigend bewezen.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het onder feit 1 meest subsidiair bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:291 juncto 1:124 van het Wetboek van Strafrecht.
Inleiding
Bij een snack of minimarket tegenover de kerk van [plek] hebben we de 4e verdachte opgehaald Ik ken hem goed, zijn bijnaam is [verdachte]. Zijn achternaam is iets van [achternaam van verdachte]. [verdachte] sprong achter in de pick-up. Vraag: wat was de rol van [verdachte]? Antwoord: [verdachte] moest de pick-up besturen.
We reden naar de locatie van te beroven woning. We parkeerden in een zijstraat. We sprongen met ons drieën uit de auto. We zijn toen rennend naar de woning gegaan.
5. Een proces-verbaal van 1e verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 13 juni 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2]:
De dag van het gebeurde waren wij naar [adres 1] geweest. Wij rennen daarnaar toe en sprongen over de afrasteringsdeur op het erf. Ik was vergezeld van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] (het Gerecht begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1]) de woning binnen geweest. Toen ik over het hek sprong had ik een vuistvuurwapen in mijn rechterhand. [medeverdachte 3] hield ook een vuistvuurwapen in zijn hand. Wij zagen dat de deur van de woning open was. We liepen met ons drieën de woning binnen. Ik liep alleen naar een slaapkamer. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] waren in een andere richting geweest. Toen het schot afging zag ik dat deze man zijn hand richting zijn borst zette. Ik zag dat hij op de grond viel. Ik heb een sleutel van een auto van het slachtoffer genomen. En een afstandsbediening. We reden met de auto weg.
6. Een proces-verbaal van 3e verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 4 juli 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2]:
Vraag: wat zou het plan zijn als het schot niet afging (het Gerecht begrijpt: “als het schot niet was afgegaan”)? Antwoord: we zouden dan te voet vertrekken om [verdachte] te ontmoeten nabij de plaats van de Haïtianen. [medeverdachte 1] had verteld dat [verdachte] daar zou wachten. [medeverdachte 1] had verteld dat [verdachte] ons zal afzetten en ophalen.
7. Een proces-verbaal van 2e verhoor van [verdachte] d.d. 19 juni 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte], bijgenaamd [verdachte] en [verdachte]:
[medeverdachte 1] had mij gezegd om naar de Toko voor de Rooms Katholieke Kerk van [plek] te gaan. Dit had ik ook gedaan. Hierna kreeg ik een telefoontje binnen. Het was [medeverdachte 1] die mij had opgebeld. [medeverdachte 1] die zei tegen mij om naar de pick-up te komen !open. [medeverdachte 1] zat bij de mede inzittende zitting. lk zag dat [medeverdachte 2] achter het stuur van deze pick-up zat. De andere persoon die in het midden zat ken ik niet. [medeverdachte 1] heeft mij dan gevraagd om eventjes met hun mee te gaan. Aangezien er ging zitting plaats meer in de pick-up was, ging ik in de laadbak van deze pick-up zitten.
De pick-up reed op een weg waar wij een heuveltje op moest rijden. Ze hebben de pick-up bij een T-kruising geparkeerd. lk had dan uit de laadbak uitgestapt. lk ging achter het stuur van de pick-up zitten. lk zag dat ze met z'n drieën wegliepen.
Onderweg zag ik dat één van de personen die zonet uit de pick-up was gestapt over de afrastering van een woning aan het springen was.
8. Een proces-verbaal van 1e verhoor van [verdachte] d.d. 15 juni 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte], bijgenaamd [verdachte] en [verdachte]:
Vraag: en wat was uw reactie op het feit dat u twee mensen in de auto ziet zitten met hoofd bedekkende stof en 1 persoon die u helemaal niet kon zien? Antwoord: ik dacht op dat moment wel dat er iets mis was. Dat ze iets gingen doen wat niet goed was.
9. De verklaring die de verdachte [medeverdachte 3] als getuige ter terechtzitting van 20 december 2024 heeft afgelegd, voor zover inhoudende:
Het klopt dat ik betrokken was bij de overval op de woning van de familie [benadeelde partij 1] op 31 mei 2024.
Bewijsoverwegingen
Het Gerecht stelt voorop dat voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op zijn handelingen als medeplichtige, als bedoeld in art. 1;124 van het Wetboek van Strafrecht, maar ook dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader gepleegde misdrijf (het gronddelict).
Bij de bewezenverklaring en kwalificatie van de medeplichtigheid moet worden uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook indien het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan.
Als het (voorwaardelijk) opzet van de medeplichtige niet (volledig) is gericht op het gronddelict, moet het misdrijf waarop het opzet van de medeplichtige wel was gericht, voldoende verband houden met het gronddelict. Of van zo’n voldoende verband sprake is, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Een algemene regel daarover laat zich dus lastig formuleren. In de regel zal echter kunnen worden aangenomen dat dit verband bestaat als het misdrijf waarop het (voorwaardelijk) opzet van de medeplichtige was gericht, een onderdeel vormt van het gronddelict, bijvoorbeeld bij een misdrijf dat is begaan onder strafverzwarende omstandigheden. Ook in andere gevallen kan sprake zijn van voldoende verband met het gronddelict. Daarbij zijn de aard van het gronddelict, de aard van de gedraging van de medeplichtige en de overige omstandigheden van het geval van belang.
Het Gerecht stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast.
De verdachte is benaderd door één van de medeverdachten om de auto te besturen waarmee de anderen op pad zouden gaan.
Hoewel uit geen van de verklaringen blijkt dat voorafgaand aan de verdachte met zoveel woorden is gezegd welk misdrijf de medeverdachten precies wilden gaan plegen, kan het volgens het Gerecht niet anders dan dat de verdachte (al dan niet gaandeweg) heeft moeten en kunnen begrijpen dat het om een diefstal in een woning ging. Daartoe acht het Gerecht van belang dat hij bij de politie heeft verklaard dat hij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in [plek] (waarvandaan zij gezamenlijk richting de [adres 1] zijn vertrokken) aantrof met hoofdbedekkende spullen, en dat hij op dat moment al dacht dat ze iets gingen doen wat niet goed was. Vervolgens zijn ze gezamenlijk naar een woonwijk zijn gereden, zijn de medeverdachten met (volledige) gezichtsbedekking uitgestapt en zag de verdachte bij het wegrijden met de pick-up, zoals hij zelf heeft verklaard, één van de medeverdachten over het hek van een woning springen.
Op grond van de hiervoor vastgestelde toedracht kan naar het oordeel van het Gerecht worden geconcludeerd dat de verdachte wist dat de medeverdachten een diefstal in een woning zouden plegen en dat zijn opzet in ieder geval was gericht op het behulpzaam zijn bij dit misdrijf en dus op een deel van de door de daders verrichte handelingen. Dat misdrijf (diefstal in een woning) houdt voldoende verband met het door de medeverdachten gepleegde gronddelict, kortgezegd een diefstal met geweld.
Al met al acht het Gerecht dus de medeplichtigheid aan de diefstal met geweld wettig en overtuigend bewezen.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het onder feit 1 meest subsidiair bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:291 juncto 1:124 van het Wetboek van Strafrecht.
Inleiding
Bij een snack of minimarket tegenover de kerk van [plek] hebben we de 4e verdachte opgehaald Ik ken hem goed, zijn bijnaam is [verdachte]. Zijn achternaam is iets van [achternaam van verdachte]. [verdachte] sprong achter in de pick-up. Vraag: wat was de rol van [verdachte]? Antwoord: [verdachte] moest de pick-up besturen.
We reden naar de locatie van te beroven woning. We parkeerden in een zijstraat. We sprongen met ons drieën uit de auto. We zijn toen rennend naar de woning gegaan.
5. Een proces-verbaal van 1e verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 13 juni 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2]:
De dag van het gebeurde waren wij naar [adres 1] geweest. Wij rennen daarnaar toe en sprongen over de afrasteringsdeur op het erf. Ik was vergezeld van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] (het Gerecht begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1]) de woning binnen geweest. Toen ik over het hek sprong had ik een vuistvuurwapen in mijn rechterhand. [medeverdachte 3] hield ook een vuistvuurwapen in zijn hand. Wij zagen dat de deur van de woning open was. We liepen met ons drieën de woning binnen. Ik liep alleen naar een slaapkamer. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] waren in een andere richting geweest. Toen het schot afging zag ik dat deze man zijn hand richting zijn borst zette. Ik zag dat hij op de grond viel. Ik heb een sleutel van een auto van het slachtoffer genomen. En een afstandsbediening. We reden met de auto weg.
6. Een proces-verbaal van 3e verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 4 juli 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2]:
Vraag: wat zou het plan zijn als het schot niet afging (het Gerecht begrijpt: “als het schot niet was afgegaan”)? Antwoord: we zouden dan te voet vertrekken om [verdachte] te ontmoeten nabij de plaats van de Haïtianen. [medeverdachte 1] had verteld dat [verdachte] daar zou wachten. [medeverdachte 1] had verteld dat [verdachte] ons zal afzetten en ophalen.
7. Een proces-verbaal van 2e verhoor van [verdachte] d.d. 19 juni 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte], bijgenaamd [verdachte] en [verdachte]:
[medeverdachte 1] had mij gezegd om naar de Toko voor de Rooms Katholieke Kerk van [plek] te gaan. Dit had ik ook gedaan. Hierna kreeg ik een telefoontje binnen. Het was [medeverdachte 1] die mij had opgebeld. [medeverdachte 1] die zei tegen mij om naar de pick-up te komen !open. [medeverdachte 1] zat bij de mede inzittende zitting. lk zag dat [medeverdachte 2] achter het stuur van deze pick-up zat. De andere persoon die in het midden zat ken ik niet. [medeverdachte 1] heeft mij dan gevraagd om eventjes met hun mee te gaan. Aangezien er ging zitting plaats meer in de pick-up was, ging ik in de laadbak van deze pick-up zitten.
De pick-up reed op een weg waar wij een heuveltje op moest rijden. Ze hebben de pick-up bij een T-kruising geparkeerd. lk had dan uit de laadbak uitgestapt. lk ging achter het stuur van de pick-up zitten. lk zag dat ze met z'n drieën wegliepen.
Onderweg zag ik dat één van de personen die zonet uit de pick-up was gestapt over de afrastering van een woning aan het springen was.
8. Een proces-verbaal van 1e verhoor van [verdachte] d.d. 15 juni 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte], bijgenaamd [verdachte] en [verdachte]:
Vraag: en wat was uw reactie op het feit dat u twee mensen in de auto ziet zitten met hoofd bedekkende stof en 1 persoon die u helemaal niet kon zien? Antwoord: ik dacht op dat moment wel dat er iets mis was. Dat ze iets gingen doen wat niet goed was.
9. De verklaring die de verdachte [medeverdachte 3] als getuige ter terechtzitting van 20 december 2024 heeft afgelegd, voor zover inhoudende:
Het klopt dat ik betrokken was bij de overval op de woning van de familie [benadeelde partij 1] op 31 mei 2024.
Bewijsoverwegingen
Het Gerecht stelt voorop dat voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op zijn handelingen als medeplichtige, als bedoeld in art. 1;124 van het Wetboek van Strafrecht, maar ook dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader gepleegde misdrijf (het gronddelict).
Bij de bewezenverklaring en kwalificatie van de medeplichtigheid moet worden uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook indien het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan.
Als het (voorwaardelijk) opzet van de medeplichtige niet (volledig) is gericht op het gronddelict, moet het misdrijf waarop het opzet van de medeplichtige wel was gericht, voldoende verband houden met het gronddelict. Of van zo’n voldoende verband sprake is, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Een algemene regel daarover laat zich dus lastig formuleren. In de regel zal echter kunnen worden aangenomen dat dit verband bestaat als het misdrijf waarop het (voorwaardelijk) opzet van de medeplichtige was gericht, een onderdeel vormt van het gronddelict, bijvoorbeeld bij een misdrijf dat is begaan onder strafverzwarende omstandigheden. Ook in andere gevallen kan sprake zijn van voldoende verband met het gronddelict. Daarbij zijn de aard van het gronddelict, de aard van de gedraging van de medeplichtige en de overige omstandigheden van het geval van belang.
Het Gerecht stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast.
De verdachte is benaderd door één van de medeverdachten om de auto te besturen waarmee de anderen op pad zouden gaan.
Hoewel uit geen van de verklaringen blijkt dat voorafgaand aan de verdachte met zoveel woorden is gezegd welk misdrijf de medeverdachten precies wilden gaan plegen, kan het volgens het Gerecht niet anders dan dat de verdachte (al dan niet gaandeweg) heeft moeten en kunnen begrijpen dat het om een diefstal in een woning ging. Daartoe acht het Gerecht van belang dat hij bij de politie heeft verklaard dat hij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in [plek] (waarvandaan zij gezamenlijk richting de [adres 1] zijn vertrokken) aantrof met hoofdbedekkende spullen, en dat hij op dat moment al dacht dat ze iets gingen doen wat niet goed was. Vervolgens zijn ze gezamenlijk naar een woonwijk zijn gereden, zijn de medeverdachten met (volledige) gezichtsbedekking uitgestapt en zag de verdachte bij het wegrijden met de pick-up, zoals hij zelf heeft verklaard, één van de medeverdachten over het hek van een woning springen.
Op grond van de hiervoor vastgestelde toedracht kan naar het oordeel van het Gerecht worden geconcludeerd dat de verdachte wist dat de medeverdachten een diefstal in een woning zouden plegen en dat zijn opzet in ieder geval was gericht op het behulpzaam zijn bij dit misdrijf en dus op een deel van de door de daders verrichte handelingen. Dat misdrijf (diefstal in een woning) houdt voldoende verband met het door de medeverdachten gepleegde gronddelict, kortgezegd een diefstal met geweld.
Al met al acht het Gerecht dus de medeplichtigheid aan de diefstal met geweld wettig en overtuigend bewezen.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het onder feit 1 meest subsidiair bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:291 juncto 1:124 van het Wetboek van Strafrecht.
Inleiding
Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Medeplichtigheid aan diefstal voorafgegaan, vergezeld en gevolg van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit de dood ten gevolge heeft.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het Gerecht neemt in aanmerking dat het maximum van de aan de medeplichtige op te leggen straf een derde minder bedraagt dan het maximum van de straf, gesteld op het misdrijf dat de medeplichtige voor ogen stond.
De verdachte heeft drie medeverdachten vervoerd naar de (nabije omgeving van de) plaats delict. Daarbij moet verdachte hebben geweten dat de drie anderen zouden gaan stelen in een woning. De uitvoering van de diefstal is echter flink uit de hand gelopen en is uitgemond in een gewelddadige overval waarbij een dodelijk slachtoffer is gevallen.
De overvallers werden betrapt door de bewoners en één van de mededaders schoot met een vuurwapen op de mannelijke bewoner. De echtgenote heeft machteloos moeten toezien hoe man stierf terwijl ze zelf slachtoffer van (bedreiging met) geweld was en in doodsangst verkeerde. Hun elfjarig zoontje lag in bed, heeft het schot gehoord en heeft zich uit angst slapende gehouden. Uiteindelijk zijn de overvallers er onder meer met een auto, telefoons en sieraden vandoor gegaan.
Tijdens de beroving is aan de echtgenoot van aangeefster het meest kostbare bezit van een mens -het leven- ontnomen en is aan de nabestaanden onbeschrijflijk verdriet toegebracht. Hoe pijnlijk het verlies van een dierbare als gevolg van een misdrijf kan zijn bleek toen ter terechtzitting de echtgenote van het slachtoffer het woord voerde. Het leed dat zij beschreef was voelbaar. Een dergelijk feit schokt de samenleving en veroorzaakt gevoelens van angst en onrust. Daarnaast is de echtgenote zelf bedreigd met geweld. Tot op heden ervaren zowel zij als haar zoon nachtmerries en herbelevingen.
Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het Gerecht heeft acht geslagen op de rapporten die over de verdachte zijn opgemaakt:
Een psychologisch rapport van drs. H.W.T. Linkels en S. Wichard MSc d.d. 25 juli 2024;
Een rapport van de psychiater F.G.M. Heijtel d.d. 12 december 2024;
Een rapport van de Reclassering d.d. 18 december 2024.
Volgens de deskundigen zijn er geen aanwijzingen voor een psychische stoornis en is de verdachte als volledig toerekeningsvatbaar te beschouwen. De kans op recidice wordt door de psychologen en de reclassering als matig ingeschat. De psychiater merkt ten aanzien van de recidivekans op dat de verdachte een opportunist is en dat de recidivekans kan worden beperkt door straf en begeleiding na zijn straf. De reclassering en de psychologen adviseren reclasseringsbegeleiding, inhoudende het volgen van bewustwordingssessies bij FMA voor zijn alcoholgebruik en behandeling bij een psycholoog gericht op trauma- en rouwverwerking.
Het Gerecht heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte; in 2023 is hij veroordeeld in verband met vuurwapenbezit. Verdachte heeft toen een deels voorwaardelijk gevangenisstraf opgelegd gekregen waarvan nu de tenuitvoerlegging is gelast. Het Gerecht stelt vast dat verdachte destijds geen bijzondere voorwaarden opgelegd heeft gekregen. Gelet op het advies van de deskundigen acht het Gerecht het wenselijk en noodzakelijk dat verdachte – ook in het belang van de maatschappij – thans de behandelingen gaat volgen die nodig zijn om herhaling in de toekomst te voorkomen.
Alles afwegende acht het Gerecht een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en daarbij de door de deskundigen geadviseerde bijzondere voorwaarden passend en geboden. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld. Deze straf is aanzienlijk lager dan gevorderd door het openbaar ministerie aangezien het Gerecht tot een andere bewezenverklaring is gekomen.
Schadevergoeding
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De volgende posten zijn opgevoerd tot een totaal van NAf 42.642,35,:
NAf 21.120,= gestolen sieraden, ;
NAf 429,90 reparatie [telefoon 1];
NAf 645,58 waarde gestolen motor;
NAf 447,17 [spelcomputer];
NAf 20.000,= voorschot immateriële schade.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij 1] als gevolg van verdachtes onder feit 1 meest subsidiair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks materiële schade heeft geleden. Dit betreft de posten 1, 2 en 4. Het Gerecht stelt vast dat deze schade, met uitzondering van de emotionele schade als gevolg van het verlies van de sierraden, genoegzaam met stukken is onderbouwd. De vordering, die niet inhoudelijk door de raadsvrouw is betwist, komt dan ook in zoverre voor toewijzing in aanmerking.
Dat is anders voor de vordering voor zover deze post 3 betreft nu deze betrekking heeft op schade als gevolg van diefstal van een motor, die niet ten laste is gelegd aan de verdachte.
De totaal toegewezen materiële schade bedraagt daarmee NAf 18.210,31, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2024.
Voor het overige zal de vordering, voor zover het materiele schade betreft, niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Immateriële schade
Naar het oordeel van het Gerecht is het causaal verband tussen de gevorderde immateriële schade en het bewezenverklaarde te ver verwijderd om deze aan verdachte toe te rekenen. De vordering zal dan ook in zoverre niet ontvankelijk worden verklaard.
Hetzelfde geldt voor de vordering tot schadevergoeding ten bedrage van NAf 20.000,= als voorschot voor de geleden immateriële schade, waarvoor de benadeelde partij [benadeelde partij 1] zich namens haar zoon [benadeelde partij 2] in het strafproces heeft gevoegd. Ook die vordering zal niet ontvankelijk worden verklaard.
De benadeelde partijen kunnen (dat deel van) de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Inleiding
Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Medeplichtigheid aan diefstal voorafgegaan, vergezeld en gevolg van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit de dood ten gevolge heeft.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het Gerecht neemt in aanmerking dat het maximum van de aan de medeplichtige op te leggen straf een derde minder bedraagt dan het maximum van de straf, gesteld op het misdrijf dat de medeplichtige voor ogen stond.
De verdachte heeft drie medeverdachten vervoerd naar de (nabije omgeving van de) plaats delict. Daarbij moet verdachte hebben geweten dat de drie anderen zouden gaan stelen in een woning. De uitvoering van de diefstal is echter flink uit de hand gelopen en is uitgemond in een gewelddadige overval waarbij een dodelijk slachtoffer is gevallen.
De overvallers werden betrapt door de bewoners en één van de mededaders schoot met een vuurwapen op de mannelijke bewoner. De echtgenote heeft machteloos moeten toezien hoe man stierf terwijl ze zelf slachtoffer van (bedreiging met) geweld was en in doodsangst verkeerde. Hun elfjarig zoontje lag in bed, heeft het schot gehoord en heeft zich uit angst slapende gehouden. Uiteindelijk zijn de overvallers er onder meer met een auto, telefoons en sieraden vandoor gegaan.
Tijdens de beroving is aan de echtgenoot van aangeefster het meest kostbare bezit van een mens -het leven- ontnomen en is aan de nabestaanden onbeschrijflijk verdriet toegebracht. Hoe pijnlijk het verlies van een dierbare als gevolg van een misdrijf kan zijn bleek toen ter terechtzitting de echtgenote van het slachtoffer het woord voerde. Het leed dat zij beschreef was voelbaar. Een dergelijk feit schokt de samenleving en veroorzaakt gevoelens van angst en onrust. Daarnaast is de echtgenote zelf bedreigd met geweld. Tot op heden ervaren zowel zij als haar zoon nachtmerries en herbelevingen.
Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het Gerecht heeft acht geslagen op de rapporten die over de verdachte zijn opgemaakt:
Een psychologisch rapport van drs. H.W.T. Linkels en S. Wichard MSc d.d. 25 juli 2024;
Een rapport van de psychiater F.G.M. Heijtel d.d. 12 december 2024;
Een rapport van de Reclassering d.d. 18 december 2024.
Volgens de deskundigen zijn er geen aanwijzingen voor een psychische stoornis en is de verdachte als volledig toerekeningsvatbaar te beschouwen. De kans op recidice wordt door de psychologen en de reclassering als matig ingeschat. De psychiater merkt ten aanzien van de recidivekans op dat de verdachte een opportunist is en dat de recidivekans kan worden beperkt door straf en begeleiding na zijn straf. De reclassering en de psychologen adviseren reclasseringsbegeleiding, inhoudende het volgen van bewustwordingssessies bij FMA voor zijn alcoholgebruik en behandeling bij een psycholoog gericht op trauma- en rouwverwerking.
Het Gerecht heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte; in 2023 is hij veroordeeld in verband met vuurwapenbezit. Verdachte heeft toen een deels voorwaardelijk gevangenisstraf opgelegd gekregen waarvan nu de tenuitvoerlegging is gelast. Het Gerecht stelt vast dat verdachte destijds geen bijzondere voorwaarden opgelegd heeft gekregen. Gelet op het advies van de deskundigen acht het Gerecht het wenselijk en noodzakelijk dat verdachte – ook in het belang van de maatschappij – thans de behandelingen gaat volgen die nodig zijn om herhaling in de toekomst te voorkomen.
Alles afwegende acht het Gerecht een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en daarbij de door de deskundigen geadviseerde bijzondere voorwaarden passend en geboden. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld. Deze straf is aanzienlijk lager dan gevorderd door het openbaar ministerie aangezien het Gerecht tot een andere bewezenverklaring is gekomen.
Schadevergoeding
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De volgende posten zijn opgevoerd tot een totaal van NAf 42.642,35,:
NAf 21.120,= gestolen sieraden, ;
NAf 429,90 reparatie [telefoon 1];
NAf 645,58 waarde gestolen motor;
NAf 447,17 [spelcomputer];
NAf 20.000,= voorschot immateriële schade.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij 1] als gevolg van verdachtes onder feit 1 meest subsidiair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks materiële schade heeft geleden. Dit betreft de posten 1, 2 en 4. Het Gerecht stelt vast dat deze schade, met uitzondering van de emotionele schade als gevolg van het verlies van de sierraden, genoegzaam met stukken is onderbouwd. De vordering, die niet inhoudelijk door de raadsvrouw is betwist, komt dan ook in zoverre voor toewijzing in aanmerking.
Dat is anders voor de vordering voor zover deze post 3 betreft nu deze betrekking heeft op schade als gevolg van diefstal van een motor, die niet ten laste is gelegd aan de verdachte.
De totaal toegewezen materiële schade bedraagt daarmee NAf 18.210,31, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2024.
Voor het overige zal de vordering, voor zover het materiele schade betreft, niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Immateriële schade
Naar het oordeel van het Gerecht is het causaal verband tussen de gevorderde immateriële schade en het bewezenverklaarde te ver verwijderd om deze aan verdachte toe te rekenen. De vordering zal dan ook in zoverre niet ontvankelijk worden verklaard.
Hetzelfde geldt voor de vordering tot schadevergoeding ten bedrage van NAf 20.000,= als voorschot voor de geleden immateriële schade, waarvoor de benadeelde partij [benadeelde partij 1] zich namens haar zoon [benadeelde partij 2] in het strafproces heeft gevoegd. Ook die vordering zal niet ontvankelijk worden verklaard.
De benadeelde partijen kunnen (dat deel van) de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Inleiding
Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Medeplichtigheid aan diefstal voorafgegaan, vergezeld en gevolg van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit de dood ten gevolge heeft.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het Gerecht neemt in aanmerking dat het maximum van de aan de medeplichtige op te leggen straf een derde minder bedraagt dan het maximum van de straf, gesteld op het misdrijf dat de medeplichtige voor ogen stond.
De verdachte heeft drie medeverdachten vervoerd naar de (nabije omgeving van de) plaats delict. Daarbij moet verdachte hebben geweten dat de drie anderen zouden gaan stelen in een woning. De uitvoering van de diefstal is echter flink uit de hand gelopen en is uitgemond in een gewelddadige overval waarbij een dodelijk slachtoffer is gevallen.
De overvallers werden betrapt door de bewoners en één van de mededaders schoot met een vuurwapen op de mannelijke bewoner. De echtgenote heeft machteloos moeten toezien hoe man stierf terwijl ze zelf slachtoffer van (bedreiging met) geweld was en in doodsangst verkeerde. Hun elfjarig zoontje lag in bed, heeft het schot gehoord en heeft zich uit angst slapende gehouden. Uiteindelijk zijn de overvallers er onder meer met een auto, telefoons en sieraden vandoor gegaan.
Tijdens de beroving is aan de echtgenoot van aangeefster het meest kostbare bezit van een mens -het leven- ontnomen en is aan de nabestaanden onbeschrijflijk verdriet toegebracht. Hoe pijnlijk het verlies van een dierbare als gevolg van een misdrijf kan zijn bleek toen ter terechtzitting de echtgenote van het slachtoffer het woord voerde. Het leed dat zij beschreef was voelbaar. Een dergelijk feit schokt de samenleving en veroorzaakt gevoelens van angst en onrust. Daarnaast is de echtgenote zelf bedreigd met geweld. Tot op heden ervaren zowel zij als haar zoon nachtmerries en herbelevingen.
Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het Gerecht heeft acht geslagen op de rapporten die over de verdachte zijn opgemaakt:
Een psychologisch rapport van drs. H.W.T. Linkels en S. Wichard MSc d.d. 25 juli 2024;
Een rapport van de psychiater F.G.M. Heijtel d.d. 12 december 2024;
Een rapport van de Reclassering d.d. 18 december 2024.
Volgens de deskundigen zijn er geen aanwijzingen voor een psychische stoornis en is de verdachte als volledig toerekeningsvatbaar te beschouwen. De kans op recidice wordt door de psychologen en de reclassering als matig ingeschat. De psychiater merkt ten aanzien van de recidivekans op dat de verdachte een opportunist is en dat de recidivekans kan worden beperkt door straf en begeleiding na zijn straf. De reclassering en de psychologen adviseren reclasseringsbegeleiding, inhoudende het volgen van bewustwordingssessies bij FMA voor zijn alcoholgebruik en behandeling bij een psycholoog gericht op trauma- en rouwverwerking.
Het Gerecht heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte; in 2023 is hij veroordeeld in verband met vuurwapenbezit. Verdachte heeft toen een deels voorwaardelijk gevangenisstraf opgelegd gekregen waarvan nu de tenuitvoerlegging is gelast. Het Gerecht stelt vast dat verdachte destijds geen bijzondere voorwaarden opgelegd heeft gekregen. Gelet op het advies van de deskundigen acht het Gerecht het wenselijk en noodzakelijk dat verdachte – ook in het belang van de maatschappij – thans de behandelingen gaat volgen die nodig zijn om herhaling in de toekomst te voorkomen.
Alles afwegende acht het Gerecht een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en daarbij de door de deskundigen geadviseerde bijzondere voorwaarden passend en geboden. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld. Deze straf is aanzienlijk lager dan gevorderd door het openbaar ministerie aangezien het Gerecht tot een andere bewezenverklaring is gekomen.
Schadevergoeding
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De volgende posten zijn opgevoerd tot een totaal van NAf 42.642,35,:
NAf 21.120,= gestolen sieraden, ;
NAf 429,90 reparatie [telefoon 1];
NAf 645,58 waarde gestolen motor;
NAf 447,17 [spelcomputer];
NAf 20.000,= voorschot immateriële schade.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij 1] als gevolg van verdachtes onder feit 1 meest subsidiair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks materiële schade heeft geleden. Dit betreft de posten 1, 2 en 4. Het Gerecht stelt vast dat deze schade, met uitzondering van de emotionele schade als gevolg van het verlies van de sierraden, genoegzaam met stukken is onderbouwd. De vordering, die niet inhoudelijk door de raadsvrouw is betwist, komt dan ook in zoverre voor toewijzing in aanmerking.
Dat is anders voor de vordering voor zover deze post 3 betreft nu deze betrekking heeft op schade als gevolg van diefstal van een motor, die niet ten laste is gelegd aan de verdachte.
De totaal toegewezen materiële schade bedraagt daarmee NAf 18.210,31, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2024.
Voor het overige zal de vordering, voor zover het materiele schade betreft, niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Immateriële schade
Naar het oordeel van het Gerecht is het causaal verband tussen de gevorderde immateriële schade en het bewezenverklaarde te ver verwijderd om deze aan verdachte toe te rekenen. De vordering zal dan ook in zoverre niet ontvankelijk worden verklaard.
Hetzelfde geldt voor de vordering tot schadevergoeding ten bedrage van NAf 20.000,= als voorschot voor de geleden immateriële schade, waarvoor de benadeelde partij [benadeelde partij 1] zich namens haar zoon [benadeelde partij 2] in het strafproces heeft gevoegd. Ook die vordering zal niet ontvankelijk worden verklaard.
De benadeelde partijen kunnen (dat deel van) de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.