Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2025-05-26
ECLI:NL:OGEAC:2025:185
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,953 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Afdeling civiel
Zaaknummer: CUR202500985
Beschikking van 26 mei 2025
Inzake:
[Verzoeker],
wonend in [woonplaats],
verzoeker,
gemachtigden: mr. R.A. Gonet en mr. R.B.K. Polsbroek,
tegen
de naamloze vennootschap
ACOYA CURAÇAO RESORTS, VILLAS & SPA,
gevestigd in Curaçao,
verweerster.
Partijen zullen hierna [verzoeker] en Acoya worden genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift met producties van 26 maart 2025,
de producties van Acoya van 17 april 2025,
de mondelinge behandeling van 28 april 2025.
1.2.
Beschikking is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1. [
verzoeker] is op 4 september 2024 bij Acoya in dienst getreden tegen een
brutoloon van Cg 2.000,- per maand.
2.2.
Bij brief van 6 november 2024 is [verzoeker] op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief staat onder meer:
“This decision has not been taken lightly and follows serious breaches of company policy and standards of conduct. It has been brought to our attention that you have engaged in behavior that is deemed unacceptable and detrimental to the working environment, including but not limited to:
• Causing disturbances and creating a nuisance on hotel property, disrupting the operations and overall atmosphere of the workplace.
• Threatening a fellow colleague, which not only violates our policies regarding workplace safety and respect but also compromises the sense of security among the team.
• Actively encouraging other staff members to disregard and break established hotel rules, which undermines the integrity of our operations and management.
These actions constitute a fundamental breach of your employment contract and our code of conduct, and as such, leave us with no option but to proceed with immediate termination.”
2.3.
Bij brief van 13 november 2024 heeft [verzoeker] de nietigheid van het ontslag ingeroepen.
Geschil
3.1. [
verzoeker] verzoekt het gerecht om hem verlof te verlenen om kosteloos te procederen, en, samengevat, dat het gerecht, bij beschikking, voor zoveel als mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Acoya veroordeelt tot doorbetaling van zijn loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging, kosten rechtens.
3.2.
Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft [verzoeker] aangevoerd dat het ontslag op staande voet nietig is, nu er geen sprake was van een dringende reden en Acoya hem heeft ontslagen zonder toestemming van SOAW.
3.3.
Acoya voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van het verzochte.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Het onvermogen van [verzoeker] om proceskosten te dragen is uit de overgelegde stukken genoegzaam gebleken. Aan hem zal toelating worden verleend om kosteloos te procederen.
Dringende reden?
4.2.
Een ontslag op staande voet is een uiterst middel dat slechts mag worden gegeven als van de werkgever op grond van een dringende reden niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer nog langer te laten voortduren. In artikel 7A: 1615p lid 1 BW is bepaald dat voor de werkgever als dringende redenen worden beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Volgens vaste rechtspraak moeten bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Daarbij dient niet alleen te worden gelet op de aard en de ernst van de aan de werknemer verweten gedraging, maar moeten ook de aard van de dienstbetrekking, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld, in de afweging worden betrokken. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag voor hem zullen hebben.
4.3.
Volgens de ontslagbrief is [verzoeker] ontslagen omdat hij collega’s actief heeft aangemoedigd om hotelregels te schenden, een collega heeft bedreigd en de orde heeft verstoord en overlast heeft veroorzaakt op het hotelterrein.
4.4.
Naar het oordeel van het gerecht leveren de [verzoeker] verweten gedragingen, indien deze vast komen te staan, in onderling verband bezien, een dringende reden in vorenbedoelde zin op. Het gaat om het (anderen aanmoedigen tot) schenden van hotelregels, en bedreiging van een collega en anderszins veroorzaken van hinder en ordeverstoring op de werkplek.
4.5.
Het is aan Acoya als werkgever om de dringende reden voor het ontslag op staande voet te bewijzen. Ter onderbouwing van haar stellingen met betrekking tot het ontslag op staande voet heeft Acoya verwezen naar overgelegde filmbeelden waarop de gedragingen van [verzoeker] waarop het ontslag berust te zien zijn, verklaringen van collega’s over de plaatsgevonden incidenten en een proces-verbaal van aangifte tegen [verzoeker].
4.6. [
verzoeker] is niet bij de mondelinge behandeling verschenen. Door zijn gemachtigde is daar te kennen gegeven dat de aan [verzoeker] verweten gedragingen door hem kunnen worden ontkend noch erkend. Aldus heeft [verzoeker] de hem verweten gedragingen niet gemotiveerd betwist, zodat deze vast komen te staan.
4.7.
Bij de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van [verzoeker] nog gepoogd te betogen dat het ontslag niet houdbaar is, omdat Acoya [verzoeker] een verbetertraject had moeten aanbieden, hetgeen zij eerst ook van plan was geweest, en vanwege de overige omstandigheden van [verzoeker]. Over persoonlijke omstandigheden van [verzoeker] is verder in het geheel niets concreet aangevoerd, dus aan dit betoog gaat het gerecht reeds hierom voorbij. Verder heeft Acoya onweersproken gesteld dat zij na het eerste incident inderdaad voornemens was om [verzoeker] een verbetertraject aan te bieden, maar nadat [verzoeker] zich ook daarna nog agressief, bedreigend en ongepast heeft uitgelaten, is dit samenstel van gedragingen voor haar reden geweest om tot het ontslag op staande voet over te gaan.
4.8.
Het verzoek wordt afgewezen.
4.9.
Als de in het ongelijk gestelde partij zal [verzoeker] in de proceskosten worden verwezen, die aan de kant van Acoya tot op heden worden begroot op nihil.
Dictum
Het Gerecht:
5.1.
verleent aan [verzoeker] toestemming om kosteloos te procederen;
5.2.
wijst het verzoek voor het overige af;
5.3.
veroordeelt [verzoeker] in de kosten, gevallen aan de zijde van Acoya, dit tot op heden worden begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en in het openbaar uitgesproken.