Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2025-02-19
ECLI:NL:OGEAC:2025:179
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,875 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202500058
Vonnis in kort geding van 19 februari 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonende in [woonplaats], eiseres, gemachtigde: mr. R.A. Gonet,
tegen
FUNDASHON KAS NOS WELITA,
gevestigd in Curaçao, gedaagde, gemachtigde: mr. A.V.G. Rooijer.
Partijen worden hierna [eiseres] en Nos Welita genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 10 januari 2025,
de op voorhand per e-mail toegestuurde producties zijdens partijen,
de mondelinge behandeling van 5 februari 2025,
de pleitnotities.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1.
Nos Welita heeft als doelstelling het verzorgen van zorgbehoevenden en het nastreven van het welzijn van hulpbehoevenden in het algemeen. Voor verwezenlijking van haar doel is Nos Welita aangewezen op subsidie van de overheid.
2.2. [
[eiseres] is op 17 februari 2003 voor Nos Welita gaan werken als (assistent-) kok, laatstelijk tegen een bruto loon van NAf 978 per maand.
2.3.
Sinds 6 januari 2022 is [eiseres] volledig arbeidsongeschikt.
2.4.
Op 18 maart 2024 heeft Nos Welita een verzoek tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst ingediend bij het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn (SOAW). [eiseres] heeft zich niet verzet tegen het ontslagverzoek.
2.5.
Bij beschikking van 13 mei 2024 heeft SOAW het verzoek toegewezen, met dien verstande dat de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd overeenkomstig de voor opzegging geldende bepalingen en dat met [eiseres] wordt afgerekend conform de wettelijke bepalingen.
2.6.
Bij ongedateerde brief heeft Nos Welita de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2024 opgezegd.
2.7.
Bij brief van 11 juli 2024 aan [eiseres] heeft SOAW een berekening van de volgende eindafrekening gemaakt:
2.8.
Nos Welita heeft een bedrag van NAf 5.537 aan cessantia aan [eiseres] betaald
3De vordering en de standpunten van partijen
3.1. [
[eiseres] vordert dat het gerecht, bij vonnis,
haar verlof verleent om kosteloos te mogen procederen,
voor recht verklaart dat de berekening van SOAW d.d. 11 juli 2024 juist is,
Nos Welita veroordeelt tot betaling van NAf 10.681 vermeerderd met 15% buitengerechtelijke incassokosten ad NAf 1.602,20,
kosten rechtens.
3.2. [
[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat Nos Welita na beëindiging van de arbeidsovereenkomst met toestemming van SOAW dient af te rekenen op de wijze zoals door SOAW is aangegeven.
3.3.
Nos Welita voert gemotiveerd verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Het onvermogen van [eiseres] om proceskosten te dragen is uit het overgelegde bewijs van onvermogen genoegzaam gebleken. Aan haar zal toestemming worden verleend om kosteloos te procederen.
4.2.
Aan de orde is de vraag of Nos Welita op correcte wijze met [eiseres] heeft afgerekend bij het einde van de arbeidsovereenkomst.
4.3. [
[eiseres] stelt dat er afgerekend moet worden volgens de berekening van SOAW (zie r.o. 2.7.). Nos Welita heeft dat gemotiveerd betwist. Volgens Nos Welita heeft zij [eiseres] ruimschoots vergoed door vanaf de datum van haar arbeidsongeschiktheid gedurende 2,5 jaar, met inachtneming van de cessantia, een bedrag van NAf 26.593,77 te betalen.
4.4.
Het gerecht stelt voorop dat SOAW bij haar berekening uit is gegaan van een verkeerd maandloon. Uit overgelegde loonstroken volgt dat het maandloon van [eiseres] NAf 978 bruto per maand bedraagt. [eiseres] heeft dat ter zitting niet betwist. Met inachtneming van het juiste maandloon geldt verder het volgende over de berekening door SOAW:
SOAW gaat er bij de berekening vanuit dat over een opzegtermijn van vier (4) maanden loon verschuldigd is. Die stelling gaat niet op. Op grond van artikel 7A:1614c BW heeft de werknemer bij ziekte gedurende betrekkelijk korte tijd recht op doorbetaling van loon. Nos Welita heeft daar ruimschoots aan voldaan door het loon gedurende ongeveer 2,5 jaar na aanvang van de arbeidsongeschiktheid aan [eiseres] door te betalen. Aldus is Nos Welita geen loon (meer) verschuldigd over de opzegtermijn, zo die al in acht zou moeten worden genomen.
SOAW is bij de berekening van de cessantia uitgegaan van een onjuist maandloon. Verder is SOAW uitgegaan van 22 dienstjaren in plaats van 21 dienstjaren. Bij toepassing van het juiste maandloon over 21 dienstjaren heeft Nos Welita het juiste bedrag aan cessantia aan [eiseres] betaald.
SOAW heeft terecht aangegeven dat [eiseres] recht heeft op vergoeding van 7 dagen aan niet genoten vakantiedagen. Dat volgt immers uit de door Nos Welita overgelegde loonstroken van [eiseres]. Daarop staat expliciet het saldo niet genoten vakantiedagen vermeld. Deze niet genoten vakantiedagen moeten in het kader van de door SOAW bij beschikking opdragen wettelijke eindafrekening aan [eiseres] worden betaald. Uitgaande van het maandloon van [eiseres] betreft dat een bedrag van NAf 316,40.
De berekening van SOAW inzake het deels niet betaalde loon over de maanden januari tot juni 2024 houdt geen stand, nu SOAW ook terzake uitgaat van een onjuist maandloon.
4.5.
De conclusie is dat Nos Welita aan [eiseres] in het kader van de eindafrekening na opzegging van het dienstverband met toestemming van SOAW een bedrag van NAf 316,40 verschuldigd is. Nos Welita zal worden veroordeeld tot betaling van dat bedrag aan [eiseres].
4.6.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten acht het gerecht conform het Procesreglement toewijsbaar tot 1,5 punt van het toepasselijke liquidatietarief. Dit komt neer op een bedrag van NAf 150.
4.7.
Nu partijen over en weer deels in het gelijk worden gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.
Dictum
Het gerecht:
5.1.
staat toe dat [eiseres] kosteloos procedeert;
5.2.
veroordeelt Nos Welita tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van NAf 316,40;
5.3.
veroordeelt Nos Welita om aan [eiseres] te voldoen NAf 150 aan buitengerechtelijke incassokosten;
5.4.
compenseert de proceskosten, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;
5.5.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Christiaan, rechter, en in het openbaar uitgesproken.