Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2025-02-24
ECLI:NL:OGEAC:2025:151
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,922 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202204127
Vonnis van 24 februari 2025
in de zaak van
1de naamloze vennootschapSPEEDY SECURITY GROUP N.V.,2. de naamloze vennootschapSPEEDY ARMORED DIVISION N.V., 3. [eiser 3], 4. de naamloze vennootschapA-1 MONITORING STATION N.V.,gevestigd respectievelijk wonend in [plaats], eisers in conventie,
verweerders in reconventie, gemachtigde: mr. M.A Becher,
tegen
1[gedaagde 1],
2. de naamloze vennootschap THE ELITE FORTRESS N.V.,
wonend respectievelijk gevestigd in [plaats],gedaagden in conventie,
eisers in reconventie, gemachtigde: mr. L.N. Asjes.
Eisers in conventie, verweerders in reconventie, worden hierna afzonderlijk Speedy Security, Speedy Armored, [eiser 3] en A-1 en gezamenlijk Speedy c.s. genoemd. Gedaagden in conventie, eisers in reconventie, worden hierna afzonderlijk [gedaagde 1] en Elite en gezamenlijk [gedaagden] genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 28 oktober 2022, met producties,
de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende eis in reconventie, met producties,
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 9 oktober 2023,
de akte uitlating na comparitie van Speedy c.s., met producties,
de akte na comparitie van partijen van [gedaagden], met producties,
de akte vermeerdering eis van Speedy c.s., met een productie,
de akte uitlating producties van [gedaagden],
de akte uitlating van Speedy c.s., met een productie,
de nadere producties van Speedy c.s.,
de mondelinge behandeling van 27 november 2024,
de pleitnotities.
1.2.
Vonnis is nader bepaald op vandaag.
Feiten
2.1. [
eiser 3] is de Ultimate Beneficiary Owner (UBO) van Speedy Security, Speedy Armored en A-1.
2.2.
A-1 exploiteert een alarm monitoringbedrijf met een centrale meldkamer. Speedy Security biedt beveiligings- en bewakingsdiensten aan en Speedy Armored is een waardetransportbedrijf.
2.3. [
eiser 3] en [gedaagde 1] waren collega’s bij het Ministerie van Financiën.
2.4.
Op enig moment is eiser 3] gedetineerd geraakt.
2.5.
Op 21 juni 2017 is (de rechtsopvolger van de naamloze vennootschap Spartan Security N.V.) Elite opgericht met als doel: “Security service, Alarm installation-, registration- and follow-up services, Retailer of security systems”.
2.6. [
gedaagde 1] is de bestuurder en UBO van Elite.
2.7.
De bestuurder van Speedy Security, Speedy Armored en A-1 is thans
mw. [de bestuurder].
3De vordering
in conventie
3.1.
Na vermeerdering van eis vorderen Speedy c.s. – samengevat – dat het gerecht:
I. voor recht verklaart dat zowel de administratie alsmede het monitoringsysteem aan Speedy c.s. toebehoren,
II. voor recht verklaart dat de aandelen van Elite worden overgedragen aan [eiser 3],
III. [gedaagden] veroordeelt om de administratie aan Speedy c.s. terug te geven,
IV. [gedaagden veroordeelt om het monitoringssysteem aan Speedy c.s. over te dragen,
V. Elite veroordeelt om de aandelen van [gedaagde 1] aan [eiser 3] over te dragen,
een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom, met veroordeling van [gedaagden] in de kosten.
in reconventie
3.2.
Elite vordert – samengevat – dat het gerecht Speedy c.s. hoofdelijk veroordeelt om de voertuigen Hummer (met kenteken [kentekennummer 1]), Hyundai H1 (met kenteken [kentekennummer 2]) en Volkswagen Transporter (met kenteken [kentekennummer 3]) op straffe van verbeurte van een dwangsom aan Elite terug te geven en Speedy c.s. hoofdelijk veroordeelt om aan Elite een gebruiksvergoeding te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente, met hoofdelijke veroordeling van Speedy c.s. in de kosten.
Beoordeling
in conventie
Administratie en monitoringsysteem
4.1.
Speedy c.s. leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat [eiser 3] en [gedaagde 1] mondeling zijn overeengekomen dat [gedaagde 1] ten behoeve van en voor rekening van [eiser 3] Elite zou oprichten om klantenverlies tegen te gaan door de weglopende klanten te laten benaderen door Elite. Dit omdat [eiser 3] in 2014 met justitie in aanraking is gekomen en in voorlopige hechtenis is gesteld, waardoor zijn bedrijven bestuurloos dreigden te worden en de klanten niet langer geassocieerd wilden worden met [eiser 3] en zijn bedrijven. Voor de inrichting van Elite zijn verschillende goederen van Speedy c.s. gebruikt en zijn een aantal werknemers overgestapt. Zo heeft Elite een alarmsysteem (bestaande uit controle software en hardware), bedoeld om te monitoren, meegenomen die teruggegeven moet worden. Ook de administratie van Speedy c.s. (zie productie 4 bij het verzoekschrift voor een specificatie van de bescheiden) is door Elite meegenomen. De voorwaarde waaronder [gedaagden] gerechtigd was om met toestemming van Speedy c.s. de administratie en het alarmsysteem mee te nemen was slechts een tijdelijke oplossing. Elite weigert, ondanks dat de jaarrekeningen van Speedy c.s. afgerond dienen te worden en belastingaangiftes dienen te worden gedaan, tot op heden de administratie en het alarmsysteem terug te geven.
4.2. [
gedaagden] voeren daartegen aan dat [gedaagde 1] in 2016 door [eiser 3] is benaderd om de belastingperikelen bij zijn bedrijven helpen op te lossen. Er was door de Belastingdienst beslag gelegd onder de bedrijven van [eiser 3]. [gedaagde 1] heeft [eiser 3] terzake geadviseerd en een regeling met de Belastingdienst bereikt. In juni 2017 is Elite aangevangen met het voor haar eigen rekening en risico aanbieden van securitydiensten. Zij heeft haar eigen administratie, werknemers en klanten. Elite en A-1 zijn in het kader van een zakelijke samenwerking en om kosten beheersbaar te houden, overeengekomen dat zij zouden opereren vanuit een centrale meldkamer aan de Tritonstraat waar Elite werd gevestigd. Beiden hebben geïnvesteerd in de inrichting en de apparatuur van deze centrale meldkamer. Elite heeft zelf computers en een server aangeschaft waarop een softwaresysteem is geprogrammeerd. Op deze computers komt het signaal van het alarm middels de receiver op de server binnen en wordt dit dan onderscheiden in klanten van Elite en A-1. Ieder bedrijf verleent dan zelfstandig diensten uit aan hun eigen klanten en voert ook hun eigen administratie en facturering uit. Het is dus in strijd met de waarheid dat [gedaagden] over de administratie van Speedy c.s. zouden beschikken. In januari 2022 heeft A-1 besloten om de centrale meldkamer in Tritonstraat fysiek te verlaten. Speedy c.s. hadden toen alle vrijheid en mogelijkheid om bij hun vertrek hun administratie mee te nemen, hetgeen zij ook hebben gedaan. Vanaf dat moment is A-1 doorgegaan met haar bedrijfsvoering door remote in te loggen op haar eigen apparatuur dat in het huurpand in Tritonstraat is achtergebleven. [gedaagden] beschikken niet over dat apparatuur of enige administratie van Speedy c.s., aldus nog steeds [gedaagden]
4.3.
Naar het oordeel van het gerecht heeft Speedy c.s., tegenover de gemotiveerde betwisting van [gedaagden], onvoldoende onderbouwd dat [gedaagden], althans Elite, in het bezit zijn van de door Speedy c.s. gevorderde administratie en alarmsysteem. [gedaagden] hebben onweersproken aangevoerd dat Speedy c.s., althans A-1, bij het verlaten van de centrale meldkamer in Tritonstraat in januari 2022 alle gelegenheid had om haar bezittingen mee te nemen. Voor zover Speedy c.s. dat niet zouden hebben gedaan, is hun administratie en monitoringsysteem (waarvan onweersproken is gebleken dat het om een software gaat die nog op de receiver staat) in het pand in Tritonstraat achtergebleven. Speedy c.s. zal zich hiertoe tot N2 Real Estate B.V. dienen te wenden, de eigenaar van het pand. Nu gelet hierop niet geconcludeerd kan worden dat [gedaagden] in het bezit zijn van de door Speedy c.s. gevorderde administratie en alarmsysteem, zullen haar vorderingen in zoverre worden afgewezen.
Aandelenoverdracht Elite
4.4.
Onder verwijzing naar een e-mail van [gedaagde 1] van 11 augustus 2021, stellen Speedy c.s. dat uit die e-mail volgt dat [gedaagde 1] zelf heeft erkend dat de bedoeling van partijen met betrekking het oprichten van Elite was om de weglopende klanten van A-1 zoveel mogelijk op een andere manier op te vangen. [gedaagde 1] wilde geen beveiligingsbedrijf en zij heeft alleen met oprichting van Elite ingestemd als een teken van vriendendienst en als een tijdelijke oplossing. Daarom vorderen Speedy c.s. voor recht te verklaren dat de aandelen van Elite worden overgedragen aan [eiser 3] en – in het verlengde daarvan – Elite wordt veroordeeld om de aandelen van [gedaagde 1] aan hem over te dragen.
4.5. [
gedaagden] betwisten dat uit de door Speedy c.s. aangehaalde e-mail valt af te leiden dat [gedaagde 1] alleen zou hebben ingestemd met de oprichting van Elite als teken van vriendendienst jegens [eiser 3] en dat de bedoeling van partijen met betrekking tot het oprichten van Elite was om de weggelopen klanten van A-1 zoveel mogelijk op een andere manier te kunnen opvangen. [gedaagde 1] heeft het in die e-mail alleen over Speedy Security. [gedaagde 1] was immers gevraagd om fiscaal advies te verstrekken en om Speedy Security te saneren opdat de kinderen van [eiser 3] nog inkomsten konden hebben uit dat bedrijf en na sanering ermee konden doorgaan. Speedy Security zou uiteindelijk na sanering door de kinderen van [eiser 3] worden overgenomen. Dat was de bedoeling en afspraak en Elite had hiermee niets van doen.
4.6.
Het gerecht is van oordeel dat de door Speedy c.s. aangehaalde e-mail niet kan dienen als grondslag voor haar vorderingen, reeds omdat daaruit niet volgt dat de aandelen van Elite, die op naam staan van [gedaagde 1], zouden worden overgedragen aan [eiser 3]. Aldus is het gerecht van oordeel dat Speedy c.s. de grondslag van hun vorderingen onvoldoende hebben toegelicht. Aan bewijslevering komt het gerecht derhalve niet toe. Deze vorderingen zullen daarom ook worden afgewezen.
Conclusie
4.7.
De slotsom is dat de vorderingen van Speedy c.s. worden afgewezen. Aangezien aan de vorderingen jegens [gedaagde 1] dezelfde feitelijke grondslag is gegeven als aan de vorderingen jegens Elite, waarvan het gerecht hiervoor heeft geoordeeld dat deze niet voor toewijzing in aanmerking komen, bestaat er geen grond om de vorderingen van Speedy c.s. jegens [gedaagde 1] toe te wijzen.
Proceskosten
4.8.
Omdat Speedy c.s. (grotendeels) in het ongelijk worden gesteld, worden zij hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [gedaagden] worden tot aan deze uitspraak begroot op (3 punten x tarief NAf 1.250 =) NAf 3.750 aan gemachtigdensalaris.
in reconventie
Revindicatie drie voertuigen
4.9.
Elite legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij eigenaar is van de drie gevorderde voertuigen die op haar naam staan geregistreerd. Speedy c.s. hebben zonder toestemming van Elite deze voertuigen meegenomen en maken zonder betaling van enige vergoeding gebruik daarvan. Elite draagt nog steeds alle kosten en risico’s van deze voertuigen. Speedy c.s. dienen deze voertuigen aan Elite terug te geven, alsmede een vergoeding te betalen voor het gebruiken van deze voertuigen.
4.10.
Speedy c.s. betwisten niet dat de door Elite gevorderde voertuigen op haar naam staan, maar zij voeren daartegen aan dat die voertuigen op advies van [gedaagde 1] zijn ondergebracht in Elite wegens onenigheid tussen Speedy c.s. en de Belastingdienst. De aanschaf van deze voertuigen zijn bekostigd door Speedy c.s. Het is Speedy Armored die al jaren opereert als een waardetransportbedrijf, over een wapenvergunning beschikt voor haar personeel, over een grote kluis beschikt en een verzekering in Engeland heeft om te kunnen opereren als waardetransportbedrijf. Elite weet daarom heel goed dat Speedy Armored de aankoop van die voertuigen heeft gedaan, temeer daar Elite niet over de infrastructuur beschikt om als een waardetransportbedrijf te opereren, aldus steeds Speedy c.s.
4.11.
Het gerecht stelt vast dat de vordering van Elite is gegrond op revindicatie als bedoeld in artikel 5:2 BW. Daarvoor is vereist dat komt vast te staan dat Elite de volledige eigendom heeft van die drie gevorderde voertuigen. Hoewel die voertuigen op naam van Elite staan, hebben Speedy c.s. gemotiveerd betwist dat Elite ook de eigenaar is van die voertuigen. Het gerecht neemt daarbij allereerst in aanmerking dat Speedy c.s., anders dan Elite, stukken hebben overgelegd waaruit volgt dat zij de aanschaf van die voertuigen hebben bekostigd. Elite heeft ten aanzien van de Volkswagen Transporter een beroep op verrekening gedaan, zonder te specificeren dat en welke prestatie zij van Speedy c.s. heeft te vorderen. Verder heeft Elite niet betwist dat die voertuigen steeds zijn ingezet voor de exploitatie van Speedy c.s., meer in het bijzonder Speedy Armored. Uit de door Speedy c.s. overgelegde stukken volgt voorts dat die voertuigen (met uitzondering van de Hummer) eerst op naam van Speedy c.s. stonden geregistreerd. In het licht van deze feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, had het op de weg van Elite gelegen om haar stelling dat zij die voertuigen desalniettemin kan revindiceren, nader te onderbouwen. Elite heeft dat echter nagelaten, waardoor haar vorderingen niet voor toewijzing in aanmerking komen.
Conclusie
4.12.
De slotsom is dat de vorderingen van Elite worden afgewezen.
4.13.
Omdat Elite (grotendeels) in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van Speedy c.s. worden tot aan deze uitspraak begroot op ((3 punten x factor 0,5) x tarief NAf 1.250=) NAf 1.875 aan gemachtigdensalaris.
Dictum
Het gerecht:
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt Speedy c.s. hoofdelijk in de proceskosten van [gedaagden] van NAf 3.750;
in reconventie
5.3.
wijst de vorderingen af;
5.4.
veroordeelt Elite in de proceskosten van Speedy c.s. van NAf 1.875.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.A.M. Lasten, rechter, bijgestaan door
mr. H. Akbuz, griffier, en in het openbaar uitgesproken.