Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2025-01-17
ECLI:NL:OGEAC:2025:122
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,135 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202400703
Beschikking van 17 januari 2025
op het verzoek van:
[de vader],
wonend in [woonplaats],
verzoeker, hierna te noemen: de vader,
gemachtigden: mr. E.L. Virginie en mr. G.C.A. Scheperboer-Parris,
tegen
[de moeder],
wonend in [woonplaats],
verweerster, hierna te noemen: de moeder,
gemachtigde: mr. S.C. Larmonie.
1Het verdere verloop van de procedure:
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
de tussenbeschikking van 12 juli 2024;
mondelinge rolbehandeling van 3 december 2024, waar de gemachtigden aanwezig waren;
de producties van de vader van 10 december 2024;
de voortgezette mondelinge behandeling van 13 december 2024, waarbij aanwezig waren: de vader, bijgestaan door mr. Virginie voornoemd en mr. N. Themen-Cairo, de moeder, bijgestaan door haar gemachtigde, en een vertegenwoordiger van de Voogdijraad.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2De verdere beoordeling
2.1.
Bij beschikking van 22 juni 2023 (registratienummers: CUR202203699 en CUR202203700; zie ook 2.4. van de tussenbeschikking) van dit gerecht heeft het gerecht ook de volgende zorgregeling vastgesteld:
de vrouw haalt de minderjarige elke dinsdag en donderdag van de school op en de vader haalt de minderjarige op om 18.00 uur bij de vrouw;
de vrouw haalt de minderjarige op om de week op vrijdag van de school, waarbij de ouders (tijdig) in onderling overleg afspreken dat de minderjarige op zondag om 19.00 uur door de vrouw of de man wordt gebracht of door de man bij de vrouw wordt opgehaald;
de feestdagen/bijzondere dagen worden door partijen bij helfte gedeeld, in goed onderling overleg te bepalen.
2.2.
Bij de tussenbeschikking heeft het gerecht de Voogdijraad verzocht om een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de vraag of in dit geval het in het belang van de minderjarige wenselijk moet worden geacht dat de vader alleen met het gezag wordt belast en daarover een rapport uit te brengen.
2.3.
Op 3 december 2024 heeft de Voogdijraad een rapport uitgebracht. Daarin heeft de Voogdijraad het volgende advies gegeven:
“Het advies van de Voogdrijraad is om het gezamenlijk gezag te behouden en ouders te motiveren om verbeteringen te brengen in hun communicatie. Het is cruciaal dat beide ouders samen werken in het belang van het kind en zorgen voor stabiliteit en veiligheid, waarbij de minderjarige zich door beide ouders erkend en ondersteund voelt. Het gezamenlijk gezag moet gepaard gaan met duidelijke afspraken en communicatie tussen de ouders, gericht op het welzijn van de minderjarige. Het is raadzaam dat beide ouders deelnemen aan opvoedondersteuning of bemiddeling om hun communicatie en samenwerking te verbeteren, zodat de minderjarige in een veilige en ondersteunende omgeving kan opgroeien.
De Voogdijraad adviseert om de zorgregeling ook uit te breiden en dan op de volgende manier:
De moeder haalt de minderjarige elke dinsdag en donderdag van school op. De minderjarige overnacht op deze dagen bij de moeder en moeder brengt haar op woensdag en vrijdag ochtend naar school.
De minderjarige brengt om de week een weekeinde door met haar moeder vanaf vrijdag middag uit school tot en met zondag om 19.00 uur.”
2.4.
De moeder kan zich vinden in het advies van de Voogdijraad. Ter zitting heeft de moeder verzocht om de zorgregeling uit te breiden, zoals door de Voogdijraad geadviseerd.
2.5.
De vader kan zich niet vinden in het advies van de Voogdijraad. De vader heeft in dit verband verwezen naar overgelegde rapporten van orthopedagoog Wolff en klinisch psycholoog Faries. Verder verzet de vader zich tegen uitbreiding van de zorgregeling.
2.6.
Het gerecht ziet geen aanleiding om op dit moment het verzoek van de vader om hem het eenhoofdig gezag over de minderjarige toe te kennen toe te wijzen. Het gerecht volgt in die zin het advies van de Voogdijraad. Uitgangspunt is immers dat ouders gezamenlijk het gezag hebben. Het is nu dan ook zaak dat – in het belang van de minderjarige – de ouders deugdelijk met elkaar gaan communiceren en elkaar over en weer correct informeren over zaken met betrekking tot de minderjarige. Tot nu toe is dat in het geheel niet het geval geweest. Treffend in dit verband is dat de vader het gezag van de moeder niet heeft gerespecteerd en zonder instemming, zelfs geheel buiten medeweten van de moeder om, de minderjarige heeft laten onderzoeken en behandelen door een psycholoog en orthopedagoog. Ook ten aanzien van cosmetische verzorging en medicatie van de minderjarige nemen de ouders kennelijk elk eigen beslissingen. Op deze wijze is niet op een vruchtbare wijze uitvoering gegeven aan het gezamenlijk gezag, dat de ouders sinds juni 2023 toekomt. Dat moeten de ouders in het belang van de minderjarige nu wel gaan doen. De communicatie tussen hen is nu zodanig, dat het gerecht zich kan voorstellen dat de ouders ter verbetering daarvan hulp van buiten nodig zullen hebben. Zo kunnen de ouders zich onder behandeling plaatsen, ter verbetering van de onderlinge communicatie. Het is wenselijk dat de Voogdijraad hierbij bemiddelt. Het gerecht hecht eraan op te merken dat het gezamenlijk volgen van een behandeling in het belang van de minderjarige is. In het belang van de minderjarige moeten beide ouders stappen zetten om te komen tot een volwassen en stabiele communicatie met elkaar. Eerst wanneer de ouders op dit vlak stappen hebben gezet, kan worden gekeken welke effecten dat heeft op het welzijn van de minderjarige en of de minderjarige betrokken moet worden bij de behandeling van de ouders, bijvoorbeeld in enige vorm van gezinstherapie. Het gerecht gaat er voor nu vanuit dat de ouders de nodige stappen zullen zetten op dit vlak en de gevolgde behandeling van de ouders zal op de hierna te bepalen zitting worden geëvalueerd.
2.7.
Het gerecht ziet in de door de vader overgelegde rapporten geen grond om tot een ander oordeel te komen. Daarbij neemt het gerecht in het bijzonder in aanmerking dat deze tot stand zijn gekomen, zonder dat daarbij de moeder is betrokken. Behalve dat daarmee inbreuk is gemaakt op het gezag van de moeder, is het onderzoek naar de situatie van de minderjarige om deze reden ook onvolledig gebleven. Het uitgangspunt is steeds geweest de door de vader verschafte informatie. Niet is gebleken dat de kant van de moeder op enige wijze bij het onderzoek of de rapportering is betrokken. Gelet hierop, hecht het gerecht aan die rapporten niet de waarde die de vader daaraan gehecht wil zien.
2.8.
In het verlengde van het hiervoor onder 2.6. overwogene, zal ook de huidige omgangsregeling worden geëvalueerd, en de uitbreidingsmogelijkheden daarvan. Hoewel het gerecht de wens van de moeder begrijpt om, in navolging van het advies van de Voogdijraad, de omgangsregeling nu al uit te breiden, acht het gerecht de situatie met betrekking tot de communicatie en het contact tussen de ouders op dit moment onvoldoende stabiel voor een uitbreiding van de omgangsregeling. Daar komt bij dat gebleken is dat de ouders de bij de beschikking van 22 juni 2023 vastgestelde omgangsregeling nog niet zolang uitvoeren. Gelet hierop, acht het gerecht het aangewezen dat de ouders de komende tijd op correcte wijze uitvoering gaan geven aan de huidige omgangsregeling en daarbij tegelijkertijd werken aan de onderlinge communicatie, zoals hiervoor al overwogen.
Dictum
Het gerecht:
3.1.
verwijst de zaak ter evaluatie (zie 2.6. en 2.8.) naar de zitting van 27 juni 2025 om 9.00 uur;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2025.