Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-02-21
ECLI:NL:OGEAC:2024:50
Civiel recht
Kort geding
2,684 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202400086
Vonnis in kort geding van 21 februari 2024
in de zaak van
1[EISER 1],2. [EISER 2],beiden wonend in Curaçao,eisers in conventie, gedaagden in reconventie,procederend in persoon,
tegen
[GEDAAGDE],
wonend in Curaçao,gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,gemachtigde: mr. J.E. Lovert.
Partijen worden hierna [huurder 1], [huurder 2] en [verhuurster] genoemd.
1Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 12 januari 2024,
de eis in reconventie van [verhuurster] en haar 16 producties,
de pleitnotities van [huurder 1] en [huurder 2] en hun 27 producties,
de mondelinge behandeling van 9 februari 2024,
de e-mails van partijen van 13 februari 2024 over de uitvoering van de ter zitting gemaakte afspraak.
Feiten
2.1. [
verhuurster] is de eigenares van een appartementencomplex aan de Clioweg. [huurder 1] huurt van haar appartement [nummer], [huurder 2] appartement [nummer].
2.2.
In 2022 en 2023 heeft [verhuurster] in verband met een voorgenomen verkoop voorstellen gedaan aan [huurder 1] en [huurder 2] tot beëindiging van de huurovereenkomsten. Ook heeft zij aangekondigd het complex te zullen opknappen. Tot overeenstemming heeft dat niet geleid. In die periode hebben partijen woorden gehad, op en bij het gehuurde, waaraan de politie meer dan eens te pas moest komen.
2.3.
De huurprijs van [huurder 2] bedraagt, na vaststelling door de huurcommissie en het gerecht, NAf 675 per maand. Vanaf maart 2022 betaalt [huurder 2] de huur via zijn adviseur Stichting Consumentenbelangen Curaçao. Die stichting houdt maandelijks NAf 100 in op de door haar van [huurder 2] ter doorbetaling aan [verhuurster] ontvangen bedragen. Daarnaast is die stichting namens [huurder 2] teruggekomen van een in het verleden tussen [huurder 2] en [verhuurster] gemaakte afspraak op grond waarvan [huurder 2] voor de inwoning van een schoonzuster (gedurende zestien maanden) NAf 50 per maand extra betaalde. Volgens de stichting/[huurder 2] was die afspraak ongeldig, reden waarom [huurder 2] de extra betaalde bedragen van NAf 50 in mindering heeft gebracht op zijn huurbetalingen.
3De vorderingen
3.1. [
huurder 1] en [huurder 2] vorderen – samengevat – dat het gerecht:
- [verhuurster] en haar familieleden en werklieden verbiedt het door hen gehuurde privéterrein ongeoorloofd te betreden, met uitzondering van beheerder […] om de huurpenningen te incasseren;
- [verhuurster] en haar familieleden en werklieden verbiedt foto’s te maken van eigendommen van [huurder 1] en [huurder 2];
- [verhuurster] en haar familieleden en werklieden verbiedt ingrijpende (sloop)werkzaamheden te (laten) verrichten.
3.2. [
verhuurster] vordert in reconventie – samengevat – dat het gerecht:
- [huurder 1] en [huurder 2] gebiedt opknapwerkzaamheden aan het gehuurde toe te laten;
- [huurder 1] en [huurder 2] gebiedt medewerking te verlenen aan taxatie en bezichtiging van het gehuurde;
- [huurder 2] veroordeelt tot ontruiming van het gehuurde;
- [huurder 2] veroordeelt tot betaling van NAf 2.875 aan huurachterstand (inclusief NAf 675 voor februari 2024), vermeerderd met rente en kosten en vermeerderd met NAf 675 voor elke maand vanaf 1 maart 2024 tot aan de ontruiming.
Beoordeling
De vorderingen terzake inbreuk op woonrecht en meewerken aan herstel en bezichtiging etc.
4.1.
Bij de behandeling ter zitting is gebleken dat partijen er niet meer over van mening verschillen dat [verhuurster] niet zonder toestemming van [huurder 1] en [huurder 2] de privégedeeltes van het door hen gehuurde mag betreden, en dat [huurder 1] en [huurder 2] moeten meewerken aan redelijke en op tijd aangekondigde en afgesproken bezoeken aan het gehuurde voor opname van gebreken, herstelwerkzaamheden, taxatie en bezichtiging. Daarbij is door [huurder 2] (die overdag niet thuis is) bevestigd dat [huurder 1] (de mensen van) [verhuurster] ook toegang mag geven tot [huurder 2]’s woning.
4.2.
Uit de na de zitting van partijen ontvangen e-mails blijkt dat partijen uitvoering hebben gegeven aan de ter zitting gemaakte afspraak dat zij diezelfde middag gezamenlijk en met [verhuurster]s beheerder/vader […] en een klusjesman/bouwvakker het gehuurde zouden inspecteren. Ook [verhuurster] heeft nu dus een beeld van de eventuele herstelwerkzaamheden die nodig zijn, ook met het oog op de door haar voorgenomen verkoop (in verhuurde staat).
4.3.
Het komt het gerecht voor dat [huurder 1] en [verhuurster]s beheerder […] in onderling overleg moeten kunnen komen tot werkbare afspraken over de uitvoering van het herstel en de daarop volgende bezoeken door een taxateur en door potentiële kopers.
4.4.
Over de vraag aan welke opknapwerkzaamheden [huurder 1] en [huurder 2] hun medewerking moeten verlenen, kan in dit kort geding niet worden beslist. Daarover ging dit kort geding niet, en de door partijen nagezonden lijsten kunnen geen onderdeel meer uitmaken van het debat. In het algemeen geldt dat [huurder 1] en [huurder 2] in redelijkheid werkzaamheden tot behoud en herstel van het gehuurde moeten toelaten, en dat [verhuurster] als eigenaar rekening moet houden met gerechtvaardigde wensen en belangen van [huurder 1] en [huurder 2] als huurders. Ook hier geldt weer dat [huurder 1] en [de beheerder] hier samen uit zouden moeten kunnen komen.
4.5.
Gelet op het voorgaande zal over de vorderingen over en weer terzake inbreuk op woonrecht en meewerken aan herstel en bezichtiging etc. worden beslist als in de beslissing van dit vonnis omschreven. Voor het opleggen van dwangsommen bestaat vooralsnog onvoldoende aanleiding.
De huurachterstand van [huurder 2]
4.6.
Ter zitting bleek [huurder 2] zich er niet van bewust dat hij een huurachterstand heeft en dat hij daardoor het risico loopt van een ontruimingsbevel. Hij heeft steeds het maandelijks verschuldigde bedrag betaald. Alleen doet hij dit sinds maart 2022 niet meer rechtstreeks aan verhuurder [verhuurster], maar aan zijn adviseur Stichting Consumentenbelangen Curaçao. Deze stichting houdt, zo is gebleken, NAf 100 per maand in en betaalt slechts NAf 575 door aan [verhuurster]. Dit is iets wat [verhuurster] niet hoeft te accepteren. [huurder 2] moet de volledige huur betalen op de in het huurcontract beschreven wijze, of op een andere in overleg met de verhuurder te bepalen manier. Dat hij betaalt via een door hem gekozen adviseur die hem daarvoor kennelijk kosten in rekening brengt, moet voor zijn rekening blijven.
4.7.
De door [verhuurster] gestelde huurachterstand van NAf 2.875 is niet alleen opgebouwd uit de door Stichting Consumentenbelangen Curaçao ingehouden bedragen. Het gaat ook om door [huurder 2] met de huur verrekende bedragen van NAf 50 (in totaal NAf 800) die hij in het verleden extra aan [verhuurster] betaalde omdat een schoonzuster haar intrek had genomen in de woning van [huurder 2] en zijn echtgenote. Deze extra betaling was overeengekomen, stelt [huurder 2], omdat [verhuurster] in de aanwezigheid van deze extra bewoner een zwaardere belasting zag van het gehuurde (in het bijzonder van de beerput). In dit kort geding kan niet worden aangenomen dat [huurder 2] op deze niet onredelijk en niet disproportioneel voorkomende afspraak kan terugkomen. Zijn verrekening acht het gerecht niet gerechtvaardigd.
4.8. [
huurder 2] zal worden veroordeeld de huurachterstand aan te zuiveren, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van deze uitspraak. Ook zal hij worden veroordeeld om met ingang van maart 2024 de vastgestelde huur van NAf 675 per maand te betalen.
4.9.
De daarnaast gevorderde ontruiming zal echter worden afgewezen. Weliswaar is sprake van wanprestatie door de huurder, maar gelet op de achtergrond daarvan is, zoals ter zitting gezegd, ontruiming een te vergaande maatregel. [huurder 2] is afgegaan op advies en heeft, zij het op de verkeerde wijze, maandelijks grotendeels betaald wat hij moest betalen. De huurachterstand komt voor zijn rekening, maar de verslechtering van de relatie van partijen - en daardoor de inschakeling en inzet van Stichting Consumentenbelangen Curaçao - is mede veroorzaakt door [verhuurster]. De wanbetaling door [huurder 2] rechtvaardigt vooralsnog niet de ontbinding van de huurovereenkomst en dus ook niet de in dit kort geding gevorderde ontruiming.
Conclusie
4.10.
Op grond van het voorgaande zal worden beslist als hierna omschreven. Het te geven verbod kan zich niet richten tot personen die geen partij zijn in dit geding.
4.11.
Omdat partijen deels in het gelijk en het ongelijk zijn gesteld, zal worden beslist dat partijen ieder hun eigen kosten moeten dragen. Voor toewijzing van buitengerechtelijke kosten bestaat onvoldoende grond.
Dictum
Het gerecht:
in conventie
5.1.
verbiedt [verhuurster] het door [huurder 1] en [huurder 2] gehuurde privéterrein ongeoorloofd te betreden en om zonder toestemming foto’s te maken van eigendommen van [huurder 1] en [huurder 2];
in reconventie
5.2.
gebiedt [huurder 1] en [huurder 2] opknapwerkzaamheden aan het gehuurde toe te laten, uit te voeren en af te ronden binnen een maand nadat daarmee een aanvang is gemaakt, en om vervolgens medewerking te verlenen aan taxatie en bezichtiging van het gehuurde;
5.3.
veroordeelt [huurder 2] tot betaling van NAf 2.875 aan huurachterstand, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2024 en vermeerderd met NAf 675 aan huur voor elke maand vanaf 1 maart 2024;
in conventie en in reconventie
5.4.
wijst af het meer of anders gevorderde en compenseert de proceskosten in die zin dat partijen de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en in het openbaar uitgesproken.