Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-12-10
ECLI:NL:OGEAC:2024:228
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
9,291 tokens
Inleiding
Parketnummer: 510.00026/24
Uitspraak: 10 december 2024 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 13 en 19 november 2024. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.J. Eisden, advocaat in Curaçao.
De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.
De officier van justitie, mr. D. van Zetten, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren, met aftrek van voorarrest. Haar vordering behelst voorts de volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met de wettelijke rente en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.
De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte integraal zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Subsidiair heeft zij verweer gevoerd ten aanzien van de strafmaat en de vordering van de benadeelde partij.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1
Primair
hij op 13 januari 2024, althans in of omstreeks de maand januari 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,
- een schoudertas met inhoud
in elk geval (enig) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en)uit,
die [benadeelde partij] van achteren te benaderen en/of,
die [benadeelde partij] met kracht vast te pakken en/of vast te houden en/of,
met kracht getracht de tas van/uit de handen van die [benadeelde partij] weg te rukken en/of weg te trekken en/of,
met kracht die [benadeelde partij] tegen een afrasteringsmuur te duwen waarbij die [benadeelde partij] op de grond is gevallen en/of,
de tas van die [benadeelde partij] vast te pakken en/of vast te houden en/of die [benadeelde partij] op de wegdek te slepen en/of te sleuren terwijl die [benadeelde partij] de tas vasthield en/of,
vervolgens in een personenauto met draaiende motor te stappen en/of weg te rijden waardoor die [benadeelde partij] voor enkele meters op de verharde wegdek werd meegesleept tengevolge van welk bovenomschreven feit [benadeelde partij] (zwaar) lichamelijk letsel, te weten, een en/of meerdere schaafwonden aan de linkerborstkas en/of aan de ribbenkast en/of een en/of meerdere schaafwonden aan de rechter elleboog en/of elleboog en/of een en/of meerdere schaafwonden aan beide knieën en/of een zwelling en/of een en/of meerdere blauwe plekken en/of schaafwonden aan de rechter en/of aan de linker heup en/of een en/of meerdere verwonding(en)aan het hoofd en/of aan de voeten;
subsidiair
dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn mededaders op of omstreeks 13 januari 2024, althans in of omstreeks de maand januari 2024 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen
- een schoudertas met inhoud
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 1] en/of aan [medeverdachte 2] en/of aan zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en)uit,
die [benadeelde partij] van achteren te benaderen en/of,
die [benadeelde partij] met kracht vast te pakken en/of vast te houden en/of,
met kracht getracht de tas van/ uit de handen van die [benadeelde partij] weg te rukken en/of weg te trekken en/of,
met kracht die [benadeelde partij] tegen een afrasteringsmuur te duwen waarbij die [benadeelde partij] op de grond is gevallen en/of,
de tas van die [benadeelde partij] vast te pakken en/of vast te houden en/of die [benadeelde partij] op de wegdek te slepen en/of te sleuren terwijl die [benadeelde partij] de tas vasthield en/of,
vervolgens in een personenauto met draaiende motor te stappen en/of weg te rijden waardoor die [benadeelde partij] voor enkele meters op de verharde wegdek werd meegesleept tengevolge van welk bovenomschreven feit [benadeelde partij] (zwaar) lichamelijk letsel, te weten, een en/of meerdere schaafwonden aan de linker borstkas en/of aan de ribbenkast en/of een en/of meerdere schaafwonden aan de rechter elleboog en/of elleboog en/of een en/of meerdere schaafwonden aan beide knieën en/of een zwelling en/of een en/of meerdere blauwe plekken en/of schaafwonden aan de rechter en/of aan de linker heup en/of een en/of meerdere verwonding(en) aan het hoofd en/of aan de voeten,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen althans alleen, op 13 januari 2024, althans in of omstreeks de maand januari 2024 in Curaçao opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
het plan voor de diefstal te beramen en/of te bespreken en/of,
die [medeverdachte 1] op te bellen met het verzoek om hem, verdachte [verdachte] en/of zijn mededaders te komen ophalen om een beroving(en) op toeristen te gaan plegen en/of,
op aanwijzing van hem verdachte en/of zijn mededaders vervoer te verschaffen naar de omgeving van Mambo Beach en/of Kontiki Beach Resort om een beroving(en) op toeristen te plegen;
Feit 2
hij op of omstreeks 13 januari 2024, althans in of omstreeks de maand januari 2024, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s), althans (een) soortgelijke voor bedreiging of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en) in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, te weten een vuistvuurwapen, en/of munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad;
Feit 3
hij op of omstreeks 19 april 2024, althans in of omstreeks de maand april 2024 te Curaçao, [medeverdachte 1] en/of [betrokkene 1] heeft bedreigd met feitelijke aanranding van de eerbaarheid en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 va
Dictum
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de 24 maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij] geleden schade toe tot een bedrag van NAf 8.480,01, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 januari 2024 tot aan de dag van de voldoening, en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;
verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;
legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van NAf 8.480,01, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 77 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2024 tot aan de dag van de voldoening;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen;
bepaalt dat indien en voor zover (een van) de mededader(s) van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partij of het Land, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan het Land.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. J. van der Groen, bijgestaan door mr. E.P. Versluis, (zittingsgriffier), en op 10 december 2024 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.
De uitspraakgriffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Curaçao (Recherche en Informatiedienst, Unit Lokaal Ernstige Criminaliteit) d.d. 5 november 2024, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 257/24 BRB en de onderzoeksnaam “Aust”, doorgenummerde dossierpagina’s 1 – 262, alsmede een los aanvullend proces-verbaal van bevinding telecom [verdachte] d.d. 12 november 2024, ongenummerd.
P. 24.
P. 32.
P. 44.
P. 43.
P. 46.
P. 47.
P. 49.
P. 50.
P. 51.
P. 52.
P. 102.
P. 103.
P. 120.
P. 209.
P. 134.
P. 135.
P. 138.
P. 141.
P. 142.
Proces-verbaal tweede verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 29 januari 2024, p. 115.
Inleiding
n de Wapenverordening 1931 en/of met brandstichting, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk genoemde [medeverdachte 1] door tussenkomst van een derde persoon dreigend de woorden toegevoegd:
"Pa denter di binti kuater ora, mi bai kita e deklarashon ku mi a duna y si mi no bai kita e deklarashon ku mi a deklara kontra dje ey y ku a sali den korant, e ta bai hode mi mama" ("dat [medeverdachte 1] binnen vierentwintig (24) uur, zijn verklaring dat hij over [verdachte] had verklaard en dat in de krant werd gepubliceerd, moet gaan intrekken, want indien hij de verklaring niet binnen vierentwintig (24) uur intrekt, dan zal hij, [verdachte], de moeder van [medeverdachte 1] genaamd [betrokkene 1] iets aandoen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking geuit.
Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Vrijspraak van feit 2
Het Gerecht is van oordeel dat voor het onder 2 ten laste gelegde onvoldoende wettig bewijs voorhanden is. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt. Bij het plegen van de overval op [benadeelde partij] (feit 1) is door de medeverdachte een op een vuurwerp gelijkend voorwerp gebruikt. Niet is komen vast te staan dat de verdachte daar wetenschap van had. De verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 1
Primair
hij op 13 januari 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,
- een schoudertas met inhoud
toebehorende aan [benadeelde partij], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen [benadeelde partij], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken,
welk geweld bestond uit,
die [benadeelde partij] van achteren te benaderen en,
die [benadeelde partij] met kracht vast te pakken en vast te houden en,
met kracht getracht de tas uit de handen van die [benadeelde partij] weg te rukken en trekken en,
met kracht die [benadeelde partij] tegen een afrasteringsmuur te duwen waarbij die [benadeelde partij] op de grond is gevallen en,
de tas van die [benadeelde partij] vast te pakken en vast te houden en die [benadeelde partij] over het wegdek te slepen en sleuren, terwijl die [benadeelde partij] de tas vasthield en,
vervolgens in een personenauto met draaiende motor te stappen en weg te rijden waardoor die [benadeelde partij] voor enkele meters over het verharde wegdek werd meegesleept ten gevolge van welk bovenomschreven feit [benadeelde partij] lichamelijk letsel, te weten een schaafwond aan de linkerborstkas en een schaafwond aan de rechter elleboog en een schaafwonden aan beide knieën en blauwe plekken en schaafwonden aan de rechter en linker heup en verwondingen aan de voeten;
Feit 3
hij omstreeks 19 april 2024 te Curaçao, [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht , immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk genoemde [medeverdachte 1] door tussenkomst van een derde persoon dreigend de woorden toegevoegd:
“Pa denter di binti kuater ora, mi bai kita e deklarashon ku mi a duna y si mi no bai kita e deklarashon ku mi a deklara kontra dje ey y ku a sali den korant, e ta bai hode mi mama” (“dat [medeverdachte 1] binnen vierentwintig (24) uur, zijn verklaring dat hij over [verdachte] had verklaard en dat in de krant werd gepubliceerd, moet gaan intrekken, want indien hij de verklaring niet binnen vierentwintig (24) uur intrekt, dan zal hij, [verdachte], de moeder van [medeverdachte 1] genaamd [betrokkene 1] iets aandoen.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.
Ten aanzien van feit 1:
1Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij] d.d. 14 januari 2024:
Op 13 januari 2024 was ik ter hoogte van de afrasteringsmuur van Kontiki Beach Resort. Ik zag dat iemand uit een auto was gestapt. Ik zag dat de man direct op mij afkwam. Hij had mij van achteren omhelst en hij trachtte mijn schoudertas van mij weg te rukken. Ik heb de tas vastgehouden om te voorkomen dat hij mijn tas van mij kon wegrukken. De man heeft mij met kracht tegen de afrasteringsmuur van Kontiki Beach Resort geduwd. Door deze duw viel ik op de grond, waardoor ik hevige pijn ondervond. De man bleef mijn schoudertas vasthouden en begon mij op de grond te slepen naar de auto toe. Hierna stapte de man in de auto en hij bleef mijn schoudertas vasthouden. De bestuurder van de auto begon te rijden en sleepte mij verder door voor ongeveer tussen de 50 à 80 meters over het verharde wegdek. Door de pijn die ik ondervond, liet ik mijn schoudertas los en zij reden vervolgens hiermee weg. In mijn schoudertas zat onder meer een portemonnee inhoudende een geldbedrag en creditkaarten.
2Geschrift, te weten een medische verklaring d.d. 14 januari 2024:
On Sunday 14/01/2024 patient [benadeelde partij] consulted me. She described to me events of yesterday. She told me that she had been attacked physically. During physical examination I noticed the following:
Abrasion (schaafwond) left side of thorax;
Abrasion right elbow;
Bruising + abrasion of both hips, left > right;
Abrasion of both knees, slightly swelling left > right;
Skin tear both feet.
[arts], physician.
3Proces-verbaal van het uitkijken van de camerabeelden d.d. 24 januari 2024:
Het onderzoeksteam heeft geconstateerd dat er camera’s zijn geïnstalleerd ter hoogte van de afrasteringsmuur van Kontiki Beach Resort. Deze beelden zijn door het onderzoeksteam bekeken.
De daders hebben gebruikgemaakt van een witgelakt voertuig van het merk [automerk/model] als vluchtauto.
Op afbeelding 4 is te zien dat de vluchtauto naast het slachtoffer stopt en kort daarna gaat de linker achterportier open.
Inleiding
Op afbeelding 5 is te zien dat er een man, die verder als subject 1 aangeduid zal worden, uit de linker achterportier van de vluchtauto stapt.
Op afbeelding 6 is te zien hoe subject 1 in een agressieve houding met twee armen het slachtoffer tracht vast te grijpen.
Op afbeelding 7 is te zien dat subject 1 achter het slachtoffer staat en hij het slachtoffer tegen de muur van Kontiki Beach Resort duwt.
Op afbeelding 10 is te zien hoe subject 1 de tas van het slachtoffer dat op de grond lag, uit haar hand wilt wegrukken. Verder is te zien dat het slachtoffer haar tas blijft vasthouden. Subject 1 trekt het slachtoffer dat de tas blijft vasthouden in de richting van de vluchtauto, die op de weg op subject 1 staat te wachten.
Op afbeelding 11 is te zien dat subject 1 het slachtoffer dat op de grond lag in de richting van de linker achterportier van de vluchtauto trekt. Verder is te zien dat het slachtoffer met kracht haar tas blijft vasthouden.
Op afbeelding 12 is te zien dat de vluchtauto begint weg te rijden. Tevens is te zien dat subject 1 in de linker achterportier van de vluchtauto stapt en het slachtoffer dat op de grond lag in zijn richting trekt. Verder is te zien dat het slachtoffer met kracht haar tas blijft vasthouden. Het slachtoffer wordt over de straat meegesleurd.
Op afbeelding 13 is te zien dat de bestuurder van de vluchtauto begint te rijden, waardoor het slachtoffer over de straat wordt meegesleurd.
Op afbeelding 15 is te zien hoe de bestuurder van de vluchtauto blijft doorrijden, waardoor het slachtoffer door de straat heen wordt meegesleurd.
Op afbeelding 16 is te zien hoe de bestuurder van de vluchtauto doorrijdt, terwijl het slachtoffer op de straat ligt.
4. Proces-verbaal eerste verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 21 januari 2024:
Ik was betrokken bij deze beroving. Ik was degene die de witgelakte [automerk/model] aan het besturen was. Op 13 januari 2024 in de ochtenduren werd ik door een kennis van mij genaamd [verdachte] opgebeld. [verdachte] zei tegen mij dat ik hem moest op komen zoeken want wij moesten toeristen gaan beroven. Ik ging [verdachte] in [woonplaats] opzoeken. Hij was vergezeld van vier vrienden van hem. Wij waren met ons vijven naar Mambo Beach gereden. Hier zag de vriend van [verdachte] die achter mij in de auto zat, een toerist lopen. Deze vriend van [verdachte] zei tegen mij wanneer ik naar de toerist moest rijden en moest stoppen. Dit heb ik ook gedaan. De vriend die achter mij zat was toen uitgestapt. Hij liep met een vuistvuurwapen in zijn hand naar de toerist toe. Hij probeerde de schoudertas van de toerist weg te rukken. Het lukte hem niet om de tas van de toerist weg te rukken. Deze vriend van [verdachte] liep toen met de schoudertas en de toerist terug naar de auto toe. Ik begon te rijden waardoor de toerist ook werd meegesleurd. Hierna liet de toerist de tas los. In de tas zat geld. Dit geldbedrag hebben wij met zijn vijven verdeeld. De man die was uitgestapt en de toerist had beroofd, heeft mij twee bankpasjes van de toerist gegeven. De volgende dag werd ik door de man die de toerist daadwerkelijk had beroofd opgebeld. Hij vroeg mij om de bankpasjes voor hem terug te komen brengen. Ik heb dat gedaan.
5Proces-verbaal tweede verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 29 januari 2024:
O: De volgende dag werd je door de man die de toerist had beroofd opgebeld.
V: Hoe had hij jou gebeld?
A: Hij had mij op de mobiele telefoon van [verdachte] opgebeld.
6. Proces-verbaal van fotoconfrontatie verdachte [medeverdachte 1] met verdachte [verdachte]:
Zonder te aarzelen wees de verdachte [medeverdachte 1] ons verbalisanten de verdachte onder foto nummer 4 en verklaarde het volgende:
“Ik herken de man op nummer 4 als de man bijgenaamd [verdachte]. Hij is dezelfde [verdachte] waarover ik in mijn verklaringen sprak.”
Ten aanzien van feit 3:
1Proces-verbaal van aangifte van [medeverdachte 1] d.d. 22 april 2024:
Op vrijdag 19 april (het Gerecht begrijpt: 2024) zat ik in mijn cel. Een vriend van mij genaamd [betrokkene 2], die ook in de JJIC opgesloten is, sprak met mij. De achternaam van [betrokkene 2] is [achternaam]. [betrokkene 2] zei tegen mij dat hij via de Playstation een bericht van [verdachte] (het Gerecht begrijpt: de verdachte) die ochtend had ontvangen. Verder zei hij tegen mij dat de man genaamd [verdachte] tegen hem had gezegd om tegen mij “pa denterdi bienti kuater ora, mi bai kita e deklarashon kumi a duna y “si mi no bai kita en deklarashon kumi a deklara kontra dje ey y ku a sali den korant, eta bai hode mi mama.” Vrije vertaling: “dat ik binnen vierentwintig (24) uur mijn verklaring, dat ik over hem had verklaard, moet gaan intrekken, want indien ik dat niet binnen vierentwintig (24) uur intrek, dan zal ik zien dat hij mijn moeder iets zal aandoen.”
Ik had aan [betrokkene 2] gevraagd of hij dat bericht naar mijn moeder kon sturen. [betrokkene 2] had de zaterdag daarop, dus op zaterdag jongstleden (het Gerecht begrijpt: 20 april 2024), via zijn vriendin dat bericht naar mijn moeder laten opsturen.
Ik voel me bedreigd door de woorden van [verdachte], want ik weet wie hij is en ik weet dat hij zijn woorden jegens mijn ouders in daden kan omzetten en daarom ben ik deze aangifte komen doen.
2Proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 1] d.d. 23 april 2024:
Op 20 april 2024 had ik een bericht via het telefoonnummer van de vriendin van [betrokkene 2] ontvangen. De inhoud van het bericht was het volgende: “[medeverdacgte 1] a manda bisa mami, ku [verdachte] a menase, bise ku si e no kambia loke ela papia ku polis, den binti kuater ora kos lo pasa mami.” Vrije vertaling verbalisant: “[medeverdachte 1] wilde dat mami moest weten, dat hij door [verdachte] bedreigd werd, dat als hij niet gaat veranderen hetgeen hij bij de politie verklaard had, binnen vierentwintig uren iets met mami zal gebeuren.”
3Proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 2] d.d. 29 augustus 2024:
V: In de periode dat jij vastzat in de JJIC, heb jij ooit een bericht van [verdachte] [verdachte] gekregen?
A: Ja, dat klopt. Ik had van hem een bedreigend bericht gekregen dat bestemd was voor [medeverdachte 1]. Ik had dat bericht via Facebook gekregen op de PlayStation. Ik heb aan [medeverdachte 1] de inhoud van het bericht verteld.
V: Wat was de inhoud van dat bericht?
A: Hij had mij gevraagd of [medeverdachte 1] dus hij bedoelde [medeverdachte 1], vastzat in de JJIC. Vervolgens zei hij in dat bericht: “Dit heb ik voor [medeverdachte 1], want die man was naar de politie gegaan en had met de politie over mij gesproken, dat ding was in de kranten naar voren gekomen, ik zal hem en zijn familie afmaken.” In die richting ging het bericht. Ik heb aan mijn vriendin [betrokkene 3] gevraagd om een en ander tegen de moeder van [medeverdachte 2] te vertellen. Ik heb het bericht van [verdachte] naar mijn vriendin gestuurd.
Bewijsoverwegingen
De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte van het onder 1 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe aangevoerd dat niet is komen vast te staan dat de verdachte betrokken was bij de overval. Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat geen sprake is van medeplegen, maar hoogstens van medeplichtigheid.
Het Gerecht overweegt als volgt.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte de bestuurder van de vluchtauto heeft opgebeld om een toerist te gaan beroven. De bestuurder is de verdachte en zijn vrienden komen ophalen, waarna zij gezamenlijk naar Mambo Beach zijn gereden.
Inleiding
Aldaar heeft een van hen het slachtoffer overvallen. Vervolgens zijn zij gezamenlijk weggereden en hebben zij de buit verdeeld. Onder de buit bevonden zich twee bankpasjes, die degene die de overval heeft gepleegd aan de bestuurder van de auto heeft gegeven. De volgende dag heeft de overvaller via de mobiele telefoon van de verdachte tegen de bestuurder van de auto gezegd dat hij de bankpasjes weer terug moest brengen, hetgeen hij ook heeft gedaan.
Gelet op de voorgaande feiten en omstandigheden is het Gerecht van oordeel dat de verdachte ter uitvoering van een gezamenlijk plan zo nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt dat hij als medepleger betrokken is geweest bij de overval. Hij heeft het plan opgevat om een toerist te gaan beroven, hij zat voor, tijdens en na de overval met de medeverdachten in de auto en hij heeft medegedeeld in de buit.
Dat uit de belcontacten van de telefoon van de verdachte niet blijkt dat de verdachte de bestuurder van de auto op de dag van de overval heeft opgebeld, doet daar niet aan af. De bestuurder heeft immers verklaard dat de verdachte hem via Whatsapp heeft gebeld, hetgeen verklaart waarom de belcontacten niet zijn terug te vinden in de historische verkeersgegevens van de telefoon van de verdachte.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het onder 1 primair bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:291 juncto 2:289 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen een persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Het onder 3 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:255 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft samen met anderen een overval op een toerist gepleegd. Het slachtoffer werd op straat beroofd. Zij bleef aanvankelijk stevig haar tas vasthouden, waardoor zij over de straat werd gesleept toen de mededader met haar tas terug naar de auto liep. De mededader is vervolgens in de auto gestapt, waarna de auto is gaan rijden en het slachtoffer nog voor enkele tientallen meters over de weg is gesleurd. Door de pijn die het slachtoffer daarbij ondervond, heeft zij de tas op een gegeven moment losgelaten, waarna de verdachte en zijn mededaders met haar tas zijn weggereden.
Door zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Wat voor het slachtoffer, dat als toerist op het eiland verbleef, een fijne vakantie had moeten zijn, is mede door toedoen van de verdachte uitgelopen op een nachtmerrie. Hier komt bij dat slachtoffers van dergelijke misdrijven vaak langdurig onder de psychische gevolgen van zo’n traumatische gebeurtenis lijden. Voorts heeft de verdachte met zijn handelen de al in de samenleving aanwezige gevoelens van angst en onveiligheid versterkt en eraan bijgedragen dat Curaçao als vakantieland in een negatief daglicht is komen te staan. De verdachte is aan al deze gevolgen van zijn handelen volledig voorbijgegaan en heeft zich enkel laten leiden door zijn streven om op een gemakkelijke manier aan geld te komen.
Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Ten nadele van de verdachte houdt het Gerecht rekening met het feit dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten tot een jeugddetentie voor de duur van 20 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Dit heeft hem er niet van weerhouden om zeer kort na zijn vrijlating – en dus in zijn proeftijd - zich opnieuw schuldig te maken aan dergelijke strafbare feiten. Het Gerecht rekent dit de verdachte bijzonder aan.
Het Gerecht heeft voorts acht geslagen op de inhoud van het psychiatrisch rapport van 4 november 2024 dat over de verdachte is uitgebracht. De psychiater concludeert dat bij de verdachte sprake is van een ontwikkeling van de persoonlijkheid richting antisociaal en crimineel gedrag. Het is belangrijk dat de verdachte verantwoordelijkheid leert nemen voor zijn eigen gedrag. De verdachte dient als volledig toerekeningsvatbaar te worden beschouwd. Om recidive te voorkomen, wordt discipline en scholing geadviseerd gedurende het uitzitten van zijn straf. De verdachte zit wat leeftijd en ontwikkeling betreft op de grens van het jeugdstrafrecht en het volwassenstrafrecht.
Uit het rapport van de jeugdreclassering van 5 november 2024 volgt voorts dat de kans op recidive als hoog wordt ingeschat en dat geadviseerd wordt om het jeugdstrafrecht toe te passen.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte met toepassing van het jeugdstrafrecht zal worden veroordeeld tot de maximale jeugddetentie van 24 maanden.
Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat de gevorderde straf passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
Schadevergoeding
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt in totaal NAf 13.480,01, bestaande uit NAf 3.480,01 aan materiële schade en NAf 10.000,- aan immateriële schade.
De verdediging heeft de vordering ten aanzien van de immateriële schade betwist.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij] als gevolg van verdachtes onder 1 primair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden.
Het Gerecht wijst het gevorderde bedrag van NAf 3.480,01 aan materiële schade toe en begroot de geleden immateriële schade naar maatstaven van billijkheid op een bedrag van NAf 5.000,-. De verdachte is tot vergoeding van voornoemde schade gehouden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2024.
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding wordt toegekend, samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij geheel of gedeeltelijk betalen zal de verdachte in zoverre van die betalingsverplichting zijn bevrijd.
De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.