Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2024-12-10
ECLI:NL:OGEAC:2024:227
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,024 tokens
Inleiding
Parketnummer: 500.00220/24
Uitspraak: 10 december 2024 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboortedatum],
wonende in [woonplaats],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 13 en 19 november 2024. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.N. Zahedi, advocaat in Curaçao.
De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.
De officier van justitie, mr. D. van Zetten, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest. Haar vordering behelst voorts de volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met de wettelijke rente en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte integraal zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1
hij op 13 januari 2024, althans in of omstreeks de maand januari 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,
- een schoudertas met inhoud
in elk geval (enig) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader{s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit,
die [benadeelde partij] van achteren te benaderen en/of,
een of meer vuurwapen(s), althans (een) soortgelijke voor bedreiging of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en) aan die [benadeelde partij] te tonen en/of te richten en/of gericht te houden en/of,
die [benadeelde partij] met kracht vast te pakken en/of vast te houden en/of,
met kracht getracht de tas van/ uit de handen van die [benadeelde partij] weg te rukken en/of weg te trekken en/of,
met kracht die [benadeelde partij] tegen een afrasteringsmuur te duwen waarbij die [benadeelde partij] op de grond is gevallen en/of,
de tas van die [benadeelde partij] vast te pakken en/of die [benadeelde partij] op de wegdek te slepen en/of te sleuren en/of terwijl die [benadeelde partij] de tas vast hield en/of,
vervolgens in een personenauto met draaiende motor te stappen terwijl die [benadeelde partij] de tas vasthield en/of weg te rijden waardoor die [benadeelde partij] voor enkele meters op de verharde wegdek werd meegesleept tengevolge van welk bovenomschreven feit [benadeelde partij] (zwaar) lichamelijk letsel, te weten, een en/of meerdere schaafwonden aan de linker borstkas en/of aan de ribbenkast en/of een en/of meerdere schaafwonden aan de rechter elleboog en/of een en/of meerdere schaafwonden aan beide knieën en/of een zwelling en/of een en/of meerdere blauwe plekken en/of schaafwonden aan de rechter en/of aan de linker heup en/of een en/of meerdere verwonding(en) aan het hoofd en/of aan de voeten;
Feit 2
hij op of omstreeks 13 januari 2024, althans in of omstreeks de maand januari 2024, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s), althans (een) soortgelijke voor bedreiging of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en) in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, te weten een vuistvuurwapen, en/of munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad.
Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 1
hij op 13 januari 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,
- een schoudertas met inhoud
toebehorende aan [benadeelde partij], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen [benadeelde partij], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken,
welk geweld bestond uit,
die [benadeelde partij] van achteren te benaderen en,
een op een vuurwapen gelijkend voorwerp dat voor bedreiging of afdreiging is geschikt op die [benadeelde partij] te richten en,
die [benadeelde partij] met kracht vast te pakken en vast te houden en,
met kracht getracht de tas uit de handen van die [benadeelde partij] weg te rukken en trekken en,
met kracht die [benadeelde partij] tegen een afrasteringsmuur te duwen waarbij die [benadeelde partij] op de grond is gevallen en,
de tas van die [benadeelde partij] vast te pakken en die [benadeelde partij] over het wegdek te slepen en sleuren, terwijl die [benadeelde partij] de tas vast hield en,
vervolgens in een personenauto met draaiende motor te stappen terwijl die [benadeelde partij] de tas vasthield en weg te rijden waardoor die [benadeelde partij] voor enkele meters over het verharde wegdek werd meegesleept ten gevolge van welk bovenomschreven feit [benadeelde partij] lichamelijk letsel te weten een schaafwond aan de linker borstkas en een schaafwond aan de rechter elleboog en schaafwonden aan beide knieën en blauwe plekken en schaafwonden aan de rechter en linker heup en verwondingen aan de voeten;
Feit 2
hij op 13 januari 2024 in Curaçao, een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, te weten een soortgelijk voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp, voorhanden heeft gehad.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief).
Dictum
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 5 jaren;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij] geleden schade toe tot een bedrag van NAf 8.480,01, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 januari 2024 tot aan de dag van de voldoening, en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;
verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;
legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van NAf 8.480,01, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 77 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2024 tot aan de dag van de voldoening;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen;
bepaalt dat indien en voor zover (een van) de mededader(s) van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partij of het Land, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan het Land.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. J. van der Groen, bijgestaan door mr. E.P. Versluis, (zittingsgriffier), en op 10 december 2024 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.
De uitspraakgriffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Curaçao (Recherche en Informatiedienst, Unit Lokaal Ernstige Criminaliteit) d.d. 5 november 2024, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 257/24 BRB en de onderzoeksnaam “Aust”, doorgenummerde dossierpagina’s 1–262.
P. 24.
P. 32.
P. 44.
P. 43.
P. 46.
P. 47.
P. 49.
P. 50.
P. 51.
P. 52.
P. 102.
P. 103.
P. 111.
P. 153.
P. 155.
Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] d.d. 29 januari 2024, p. 116.
Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige], p. 194.
Inleiding
De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.
1Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij] d.d. 14 januari 2024:
Op 13 januari 2024 was ik ter hoogte van de afrasteringsmuur van Kontiki Beach Resort. Ik zag dat iemand uit een auto was gestapt. Ik zag dat de man direct op mij afkwam. Hij had mij van achteren omhelst en hij trachtte mijn schoudertas van mij weg te rukken. Ik heb de tas vastgehouden om te voorkomen dat hij mijn tas van mij kon wegrukken. De man heeft mij met kracht tegen de afrasteringsmuur van Kontiki Beach Resort geduwd. Door deze duw viel ik op de grond, waardoor ik hevige pijn ondervond. De man bleef mijn schoudertas vasthouden en begon mij op de grond te slepen naar de auto toe. Hierna stapte de man in de auto en hij bleef mijn schoudertas vasthouden. De bestuurder van de auto begon te rijden en sleepte mij verder door voor ongeveer tussen de 50 à 80 meters over het verharde wegdek. Door de pijn die ik ondervond, liet ik mijn schoudertas los en zij reden vervolgens hiermee weg. In mijn schoudertas zat onder meer een portemonnee inhoudende een geldbedrag en creditkaarten.
2Geschrift, te weten een medische verklaring d.d. 14 januari 2024:
On Sunday 14/01/2024 patient [benadeelde partij] consulted me. She described to me events of yesterday. She told me that she had been attacked physically. During physical examination I noticed the following:
Abrasion (schaafwond) left side of thorax;
Abrasion right elbow;
Bruising + abrasion of both hips, left > right;
Abrasion of both knees, slightly swelling left > right;
Skin tear both feet.
[arts]., physician.
3Proces-verbaal van het uitkijken van de camerabeelden d.d. 24 januari 2024:
Het onderzoeksteam heeft geconstateerd dat er camera’s zijn geïnstalleerd ter hoogte van de afrasteringsmuur van Kontiki Beach Resort. Deze beelden zijn door het onderzoeksteam bekeken.
De daders hebben gebruikgemaakt van een witgelakt voertuig van het merk [automerk/model] als vluchtauto.
Op afbeelding 4 is te zien dat de vluchtauto naast het slachtoffer stopt en kort daarna gaat de linker achterportier open.
Op afbeelding 5 is te zien dat er een man uit de linker achterportier van de vluchtauto stapt. Verder is te zien dat de man, die verder als subject 1 aangeduid zal worden, vermoedelijk een vuurwapen in zijn rechterhand vasthoudt en in de richting van het slachtoffer richt.
Op afbeelding 6 is te zien hoe subject 1 in een agressieve houding met twee armen het slachtoffer tracht vast te grijpen.
Op afbeelding 7 is te zien dat subject 1 achter het slachtoffer staat en hij het slachtoffer tegen de muur van Kontiki Beach Resort duwt.
Op afbeelding 10 is te zien hoe subject 1 de tas van het slachtoffer dat op de grond lag, uit haar hand wilt wegrukken. Tevens is te zien dat het subject vermoedelijk een vuurwapen in zijn rechterhand vasthield. Verder is te zien dat het slachtoffer haar tas blijft vasthouden. Subject 1 trekt het slachtoffer dat de tas blijft vasthouden in de richting van de vluchtauto, die op de weg op subject 1 staat te wachten.
Op afbeelding 11 is te zien dat subject 1 het slachtoffer dat op de grond lag in de richting van de linker achterportier van de vluchtauto trekt. Verder is te zien dat het slachtoffer met kracht haar tas blijft vasthouden.
Op afbeelding 12 is te zien dat de vluchtauto begint weg te rijden. Tevens is te zien dat subject 1 in de linker achterportier van de vluchtauto stapt en het slachtoffer dat op de grond lag in zijn richting trekt. Verder is te zien dat het slachtoffer met kracht haar tas blijft vasthouden. Het slachtoffer wordt over de straat meegesleurd.
Op afbeelding 13 is te zien dat de bestuurder van de vluchtauto begint te rijden, waardoor het slachtoffer over de straat wordt meegesleurd.
Op afbeelding 15 is te zien hoe de bestuurder van de vluchtauto blijft doorrijden, waardoor het slachtoffer door de straat heen wordt meegesleurd.
Op afbeelding 16 is te zien hoe de bestuurder van de vluchtauto doorrijdt, terwijl het slachtoffer op de straat ligt.
4. Proces-verbaal eerste verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 21 januari 2024:
Ik was betrokken bij deze beroving. Ik was degene die de witgelakte [automerk/model] aan het besturen was. Op 13 januari 2024 in de ochtenduren werd ik door een kennis van mij genaamd [medeverdachte 2] opgebeld. [medeverdachte 2] zei tegen mij dat ik hem moest op komen zoeken want wij moesten toeristen gaan beroven. Ik ging [medeverdachte 2] in [wijk 1] opzoeken. Hij was vergezeld van vier vrienden van hem. Wij waren met ons vijven naar Mambo Beach gereden. Hier zag de vriend van [medeverdachte 2] die achter mij in de auto zat, een toerist lopen. Deze vriend van [medeverdachte 2] zei tegen mij wanneer ik naar de toerist moest rijden en moest stoppen. Dit heb ik ook gedaan. De vriend die achter mij zat was toen uitgestapt. Hij liep met een vuistvuurwapen in zijn hand naar de toerist toe. Hij probeerde de schoudertas van de toerist weg te rukken. Het lukte hem niet om de tas van de toerist weg te rukken. Deze vriend van [medeverdachte 2] liep toen met de schoudertas en de toerist terug naar de auto toe. Ik begon te rijden waardoor de toerist ook werd meegesleurd. Hierna liet de toerist de tas los. In de tas zat geld. Dit geldbedrag hebben wij met zijn vijven verdeeld. De man die was uitgestapt en de toerist had beroofd, heeft mij twee bankpasjes van de toerist gegeven.
5. Proces-verbaal van verrichte plaatsaanwijzing met de verdachte [medeverdachte 1]:
De verdachte [medeverdachte 1] verklaarde dat hij ons, verbalisanten, een woning in [wijk 2] zal gaan aanwijzen waar hij als bestuurder van de witgelakte auto met de verdachte die daadwerkelijk de schoudertas met inhoud van de aangeefster [benadeelde partij] had weggerukt, op diens aanwijzing was langsgereden. De verdachte die daadwerkelijk was uitgestapt en de beroving op de toerist had gepleegd, had gezegd dat zijn tante op dit adres woonachtig is. De verdachte [medeverdachte 1] verklaarde dat toen zij daar langsreden, de tante van de verdachte die daadwerkelijk was uitgestapt en de tas van de toerist had weggerukt, niet aanwezig was. De verdachte [medeverdachte 1] wees ons, verbalisanten, een woning op de hoek aan. Het betrof perceel [adres]. Dit was de woning die de verdachte die daadwerkelijk was uitgestapt om de toerist te beroven, aan de verdachte [medeverdachte 1] had aangewezen als de woning van zijn tante.
6Proces-verbaal van verrichte plaatsaanwijzing met de verdachte [verdachte]:
De verdachte [verdachte] wees ons, verbalisanten, een hoekwoning aan. Het betrof het perceel [adres].
Inleiding
Dit was de woning die de verdachte had aangewezen als de woning van zijn tante.
7. Proces-verbaal van fotoconfrontatie verdachte [medeverdachte 1] met verdachte [verdachte] d.d. 24 juli 2024:
Verklaring verdachte [medeverdachte 1]:
“U hebt mij een fotoconfrontatie sheet zonet getoond. Op deze fotoconfrontatie sheet herken ik de man onder nummer zeven als een van de vrienden van [medeverdachte 2], die ik op 13 januari 2024 bij [wijk 1] had opgehaald. Hij is de man die uit de auto was gestapt en de tas van de vrouwelijke toerist had weggerukt waardoor zij over het verharde wegdek werd gesleept.”
De foto onder nummer zeven is de foto van de verdachte genaamd: [verdachte].
Bewijsoverwegingen
De raadsman heeft betoogd dat de herkenning van de verdachte door [medeverdachte 1] bij de meervoudige fotoconfrontatie onbetrouwbaar is.
Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.
Het Gerecht stelt vast dat de meervoudige fotoconfrontatie is uitgevoerd door het tonen van een foto van de verdachte en de foto’s van negen andere personen die uiterlijk gelijkenis vertonen met de verdachte. [medeverdachte 1] heeft de verdachte zonder te aarzelen aangewezen als de man die uit de auto is gestapt en de toerist heeft overvallen. Anders dan de raadsman heeft aangevoerd, is het Gerecht van oordeel dat de herkenning van de verdachte door [medeverdachte 1] ook voldoende wordt ondersteund door de beschrijvingen die [medeverdachte 1] heeft gegeven van de dader vóórdat het fotoblad aan hem is getoond. Zo heeft [medeverdachte 1] verklaard dat de dader lang van gestalte is met een slank postuur. Dit komt overeen met de verklaring van de moeder van de verdachte dat de overvaller op de camerabeelden dezelfde lengte en hetzelfde postuur heeft als de verdachte. Naar het oordeel van het Gerecht zijn de door de raadsman aangestipte punten bovendien niet van dien aard dat de herkenning door [medeverdachte 1] als onbetrouwbaar moet worden aangemerkt.
Voor zover de raadsman heeft betoogd dat [medeverdachte 1] de verdachte ten onrechte heeft aangewezen als de dader van de overval vanwege – kort gezegd – het nemen van wraak omdat [medeverdachte 1] bedreigd zou zijn door de medeverdachte [medeverdachte 2] waarmee de verdachte is bevriend, geldt dat de verdediging dat scenario geenszins aannemelijk heeft gemaakt. Daarbij neemt het Gerecht in aanmerking dat [medeverdachte 1] de beschrijvingen van de dader al heeft gegeven vóórdat de bedreiging door [medeverdachte 2] en de schietpartij waarnaar de raadsman heeft verwezen, hebben plaatsgevonden.
Gelet op het vorenstaande acht het Gerecht de herkenning van de verdachte door [medeverdachte 1] betrouwbaar. Op grond van deze herkenning en de overige bewijsmiddelen is het Gerecht van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte degene is geweest die uit de auto is gestapt en het slachtoffer heeft overvallen met een vuurwapen.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:291 juncto 2:289 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen een persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening en strafbaar gesteld in artikel 11 van die verordening. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft met anderen een gewapende overval op een toerist gepleegd. Hij heeft een vuurwapen op het slachtoffer gericht, haar vastgepakt en geprobeerd om haar tas weg te rukken. Het slachtoffer bleef haar tas stevig vasthouden, waardoor zij over de straat werd gesleept toen de verdachte met haar tas terug naar de auto liep. De verdachte is vervolgens in de auto gestapt, waarna de auto is gaan rijden en het slachtoffer nog voor enkele tientallen meters over de weg is gesleurd. Door de pijn die het slachtoffer daarbij ondervond, heeft zij de tas op een gegeven moment losgelaten, waarna de verdachte en zijn mededaders met haar tas zijn weggereden.
Door zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Wat voor het slachtoffer, dat als toerist op het eiland verbleef, een fijne vakantie had moeten zijn, is door toedoen van de verdachte uitgelopen op een nachtmerrie. Hier komt bij dat slachtoffers van dergelijke misdrijven vaak langdurig onder de psychische gevolgen van zo’n traumatische gebeurtenis lijden. Voorts heeft de verdachte met zijn handelen de al in de samenleving aanwezige gevoelens van angst en onveiligheid versterkt en eraan bijgedragen dat Curaçao als vakantieland in een negatief daglicht is komen te staan. De verdachte is aan al deze gevolgen van zijn handelen volledig voorbijgegaan en heeft zich enkel laten leiden door zijn streven om op een gemakkelijke manier aan geld te komen.
Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Ten nadele van de verdachte houdt het Gerecht rekening met het feit dat de verdachte, zo blijkt uit zijn strafkaart, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van diefstal met geweld in vereniging, waarbij aan de verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd. Dit heeft hem er niet van weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan een dergelijk strafbaar feit. Het Gerecht rekent dit de verdachte bijzonder aan.
Het Gerecht heeft voorts acht geslagen op de inhoud van het rapport van 14 oktober 2024 dat over de verdachte is uitgebracht. De psychologen concluderen in het rapport onder meer dat de verdachte als volledig toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. De psychologen schatten voorts de kans op recidive hoog in.
Het Gerecht zal een lagere gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie is geëist, gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte.
Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van voorarrest, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.