Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2023-10-02
ECLI:NL:OGEAC:2023:343
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,014 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202300807
Vonnis van 2 oktober 2023
in de zaak van
[EISERES],
wonende in Curaçao, eiseres, gemachtigde: mr. J.E. Lovert,
tegen
[GEDAAGDE],
wonende in Curaçao, gedaagde, gemachtigde: mr. O.E. Kostrzewski.
Partijen worden hierna [dochter] en [vader] genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 16 maart 2023,
de conclusie van antwoord,
de mondelinge behandeling van 18 september 2023.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1. [
dochter] is de dochter van [vader]. In 1985 is een spaarrekening geopend bij de Maduro & Curiel’s Bank N.V. (hierna ook: MCB) op naam van ‘[VADER] AO [DOCHTER]’ met rekeningnummer […] en een bankboekje afgegeven.
3De vordering
3.1. [
dochter] vordert dat het gerecht [vader] veroordeelt tot betaling van NAf 51.683,65, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2022 en te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten van NAf 1.651,69, kosten rechtens.
3.2.
Zij legt aan haar vordering ten grondslag dat op de rekening met bovenstaand nummer tussen september 1985 en maart 1988 maandelijks huurpenningen (NAf 1.000) zijn gestort door de huurders van haar woning en, van vanaf 1 januari 1986 tot maart 1988, ook de huurpenningen (NAf 800) van de huurders van haar appartement, beide gelegen op het perceel […]. In totaal is in die periode een bedrag van NAf 47.400 aan huurpenningen gestort. Dit bedrag was bedoeld als pensioenvoorziening van [dochter], maar [vader] heeft zonder haar toestemming nagenoeg het gehele bedrag van de rekening opgenomen. Dat dient hij terug te betalen. Het gevorderde bedrag is de som van de huurpenningen, vermeerderd met de spaarrente.
Beoordeling
Zoals ter comparitie besproken is het voor de beoordeling van deze zaak van belang dat inzage wordt verkregen in het verloop van de spaarrekening van partijen in de periode september 1985 – maart 1988. Ter zitting hebben beide partijen ermee ingestemd dat het gerecht, zo nodig op de voet van artikel 142 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.), een bevel aan MCB geeft om hierin inzage te verschaffen. De eventuele daarmee gemoeide kosten zullen voorlopig door [dochter] moeten worden voorgeschoten. Verder zal iedere beslissing worden aangehouden.
Dictum
Het gerecht:
4.1.
verzoekt Maduro & Curiel’s Bank N.V. binnen zes weken na heden aan de griffier […] te doen toekomen een mutatieoverzicht met betrekking tot bankrekening […] over de periode september 1985 – maart 1988;
4.2.
verzoekt de griffier een scan van dit vonnis te mailen naar de juridische afdeling van MCB, ter attentie van mr. […], met bijgevoegd de door [dochter] overgelegde kopieën van het desbetreffende bankboekje;
4.3.
bepaalt dat de eventuele kosten die MCB hiervoor in rekening brengt door [dochter] aan MCB zullen worden voldaan binnen een week na opgave van die kosten;
4.4.
bepaalt dat, indien het verzoek onder r.o. 4.1. bij MCB op bezwaren stuit, MCB binnen twee weken na heden opgave kan doen aan de griffier van die bezwaren, waarna zal worden beslist of een bevel als bedoeld in artikel 142 lid 1 Rv. op zijn plaats is;
4.5.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 6 november 2023 voor opgave verhinderdata zijdens beide partijen voor voortzetting comparitie, P1;
4.6.
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, bijgestaan door mr. M.M.M. van Leest, griffier, en in het openbaar uitgesproken.