Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2024-10-02
ECLI:NL:OGEABES:2024:97
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,797 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202400183
Datum beslissing: 2 oktober 2024
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[verzoeker 1], wonende te Nederland,en [verzoeker 2], wonende te Bonaire, verzoekers, gemachtigde mr. A.T.C. Nicolaas,
tot ondercuratelestelling van:
[betrokkene], geboren op [geboortedatum betrokkene] 1941 te Bonaire, wonende te Bonaire,hierna ook te noemen: betrokkene.
Als (overige) belanghebbenden worden aangemerkt:
[belanghebbende 1], wonende te Nederland, [belanghebbende 2], wonende te Bonaire,gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.
[belanghebbende 3],wonende te Bonaire, gemachtigde: mr. E.J. Winkel.
zijnde de (overige) kinderen van betrokkene.
De kinderen zullen hierna met hun voornaam genoemd worden
Procesverloop
1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is ingediend op 13 mei 2024.
1.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2024. Daarbij zijn verzoekers, betrokkene en de overige belanghebbenden verschenen. Ook mr. Nicolaas en mr. Winkel waren aanwezig.
1.3.
Na de mondelinge behandeling is op het verzoek van het gerecht nog een bereidverklaring van [verzoeker 2] om alleen tot curator te worden benoemd binnengekomen.
1.4.
De datum van de uitspraak is bepaald op vandaag.
2
2. Het verzoek en de beoordeling
2.1.
Verzoekers zijn twee van de vijf kinderen van betrokkene. Zij verzoeken om betrokkene onder curatele te stellen. Daar staan de overige kinderen achter, uitgezonderd [belanghebbende 3]. Zij vindt dat de geestestoestand van betrokkene niet zodanig is dat een ondercuratelestelling nodig is. Verzoekers willen dat zij samen tot curator worden benoemd. Daar is [belanghebbende 3] het niet mee eens. Als het tot een ondercuratelestelling zou moeten komen zou zij zelf tot curator benoemd willen worden.
2.2.
Een meerderjarige kan op grond van artikel 1:378 lid 1 onder a BW BES door de rechter onder curatele worden gesteld wegens een geestelijke stoornis waardoor betrokkene, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt haar belangen behoorlijk waar te nemen.
2.3.
Bij de overgelegde stukken zit een verklaring over de geestelijke toestand van betrokkene, afgelegd door mevrouw M. Spaans, AIOS specialist oudenrengeneeskunde, mede afgelegd door mevrouw A. de Bruijn, specialist oudenregengeneeskunde. Op grond hiervan en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken en waargenomen, is voldoende aannemelijk geworden dat voldaan is aan de grond voor ondercuratelestelling zoals genoemd in artikel 1:378 lid 1 BW BES onder a. Betrokkene lijdt aan dementie. Er is sprake van stoornissen in het korte- en langetermijngeheugen, in oriëntatie in tijd en plaats en in het denken. Kortom, zij is niet in staat haar belangen naar behoren te behartigen. Het verzoek om ondercuratelestelling van betrokkene zal worden toegewezen.
2.4.
Op grond van art. 1:383 lid 1 BW BES benoemt de rechter bij het uitspreken van de curatele of zo spoedig mogelijk daarna een curator. Ingevolge art. 1:383 lid 2 BW BES volgt de rechter daarbij de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Betrokkene was niet in staat om haar voorkeur kenbaar te maken. Door de complexe verhoudingen binnen de familie liepen de emoties tijdens de mondelinge behandeling erg hoog op. Ingevolge lid 3 van artikel 1:383 BW BES wordt bij voorkeur, nu er geen echtgenoot/levensgezel is, een van de kinderen van betrokkene benoemd tot curator. Het uitgangspunt van de wet is (anders dan in Nederland) één curator. Aangezien de onder curatele gestelde ingevolge artikel 1:12 BW BES de woonplaats van de curator volgt is het niet wenselijk om [verzoeker 1] die in Nederland woont tot curator te benoemen. [belanghebbende 3] woont wel in Bonaire, maar heeft geen draagvlak bij de andere kinderen, ondanks de omstandigheid dat de zorg over betrokkene de afgelopen jaren primair bij haar heeft gelegen. De andere kinderen hebben er geen vertrouwen (meer) in dat [belanghebbende 3] deze zorg nog goed kan uitvoeren. Daarbij speelt enerzijds dat zij [belanghebbende 3] niet vertrouwen als het gaat om de financiën van betrokkene en anderzijds dat [belanghebbende 3] niet, althans niet tijdig de noodzaak van een opname van betrokkene in Kas di Kuido heeft onderkend. Het gerecht zal [verzoeker 2] alleen tot curator benoemen nu zij onder de andere kinderen het meeste draagvlak heeft. Zij heeft zich na de mondelinge behandeling daartoe bereid verklaard nadat het gerecht haar althans haar advocaat daarover heeft aangeschreven met een kopie aan (de advocaat van) [belanghebbende 3]. Het staat anderen natuurlijk vrij om [verzoeker 2] te helpen bij de uitoefeningen van haar (toekomstige) taak indien door haar gewenst.
2.5.
Een zorg die [belanghebbende 3] tijdens de mondelinge behandeling heeft uitgesproken is dat als een van haar zussen tot curator benoemd zal worden het haar niet zal worden toegestaan om zo af en toe met betrokkene op pad te gaan zoals zij in voorgaande jaren altijd heeft gedaan. Het gerecht overweegt daarover dat het voor zich spreekt dat [verzoeker 2] in haar hoedanigheid van curator over betrokkene, [belanghebbende 3] en betrokkene voldoende ruimte zal moeten geven om in ruime mate omgang met elkaar te hebben. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat zij [belanghebbende 3] en betrokkene een bijzonder band hebben met elkaar. Het is in het belang van betrokkene dat deze behouden blijft.
Dictum
Het gerecht:
stelt [betrokkene], geboren op [geboortedatum betrokkene] 1941 te Bonaire, onder curatele,
benoemt tot curator, [verzoeker 2], geboren op [geboortedatum verzoeker 2] 1973 te Bonaire,
bepaalt dat deze beschikking binnen 10 dagen nadat deze uitspraak ten uitvoer kan worden gelegd, door de curator bekend zal worden gemaakt in de Staatscourant alsmede in de op Bonaire verschijnende dagbladen Extra en het Antilliaans Dagblad,
verstaat dat de griffier van dit gerecht de ondercuratelestelling in het curateleregister aantekent,
bepaalt dat de curator binnen 2 maanden na deze uitspraak een boedelbeschrijving (opgave van bezittingen/schulden en inkomsten/uitgaven) aan het gerecht verstrekt (via het bijgevoegde formulier),
bepaalt dat de curator ieder kalenderjaar - voor het eerst uiterlijk op 1 maart 2025 voor wat betreft het kalenderjaar 2024 - een schriftelijke rekening en verantwoording (via het bijgevoerde formulier) indient bij dit gerecht over het gevoerde beheer.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.R. Veerman, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.