Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2024-06-20
ECLI:NL:OGEABES:2024:69
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,589 tokens
Inleiding
Parketnummer: 400.00372/23
Uitspraak: 20 juni 2024 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats],
wonende op Bonaire, [adres].
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek op de openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 30 mei 2024. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. E.J. Winkel, advocaat te Bonaire.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie, mr. T.L.M. Keller, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een:
gevangenisstraf voor de duur van 720 dagen, waarvan 709 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest,
met als bijzondere voorwaarden reclasseringsbegeleiding, inclusief het volgen van een leefstijltraining, en behandeling door Mental Health Caribbean (hierna: MHC).
Standpunt verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman geen verweer gevoerd.
Tenlastelegging
Aan de verdachte zijn de feiten ten laste gelegd die zijn vermeld op de dagvaarding. Een afschrift van de dagvaarding is aan dit vonnis gehecht.
Kort gezegd luidt de verdenking:
Feit 1 primair: poging tot doodslag van [slachtoffer] op 7 oktober 2023, door op hem in te rijden;
subsidiair: poging tot zware mishandeling van [slachtoffer] op 7 oktober 2023 door op hem in te rijden;
Feit 2: het niet voldoen aan een ambtelijk bevel.
Vrijspraak van feit 1
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het Gerecht het onder 1 primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren. De verdachte had waarschijnlijk geen boos opzet om de agent te doden, maar als je afrijdt op een stilstaande politieauto die de weg blokkeert kan je er vanuit gaan dat er agenten naast die auto kunnen staan. Doordat verdachte besloot om door te rijden heeft hij bewust de kans aanvaard dat hij een agent zou doodrijden. Daarmee is sprake van voorwaardelijk opzet. Het gaat erom dat er een mogelijkheid was dat een agent (dodelijk) zou worden geraakt.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde. De agent kwam plotseling achter de auto vandaan en verdachte heeft hem niet op tijd gezien. Verdachte had geen opzet op het doden of verwonden van de agent.
Oordeel van het Gerecht
Het Gerecht is van oordeel dat het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag of zware mishandeling van agent [slachtoffer]. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.
Buiten beschouwing laten van de aangifte
Op 9 oktober 2023 heeft politieagent [slachtoffer] aangifte gedaan van poging tot doodslag. Deze aangifte is opgenomen door verbalisant [verbalisant 1]. In de aangifte staat omschreven dat [slachtoffer] op 7 oktober 2023 met twee collega’s patrouille reed op de Kaya Korona, toen een voertuig met hoge snelheid recht op hen af kwam rijden. [slachtoffer] zou zijn uitgestapt om een stopteken te geven. [slachtoffer] omschrijft dat de auto van de verdachte op dat moment volledig stil stond en aan het schakelen was. Nadat [slachtoffer] een stopteken had gegeven kwam de auto van verdachte recht op hem af. Hij moest opzij springen en het voertuig reed rakelings langs hem heen.
Op 13 oktober 2023 heeft [slachtoffer] echter een proces-verbaal van correctie opgemaakt, waarin hij aangeeft dat de inhoud van zijn aangifte niet (helemaal) juist is. In dit proces-verbaal schrijft hij dat het niet klopt dat hij een stopteken gaf op de Kaya Korona. [slachtoffer] schrijft dat op de Kaya Korona een auto opviel vanwege roekeloos rijgedrag, en dat hij en zijn collega’s besloten om er achteraan te gaan. Vervolgens beschrijft [slachtoffer] in het proces-verbaal van correctie niet alleen een andere locatie waar het op hem inrijden zou hebben plaatsgevonden (Kaya Kanari), maar ook deels een andere gang van zaken. Althans komt in het proces-verbaal van correctie niet terug wat wel in de aangifte staat beschreven: dat de betrokken auto eerst stil stond, toen een stopteken kreeg en toen op [slachtoffer] af reed. Andersom staat in de aangifte niet beschreven wat in het proces-verbaal van correctie staat over het dwars op de weg zetten van de politieauto om de weg af te sluiten en de auto tot stoppen te dwingen.
Al met al het stelt Gerecht vast dat uit het proces-verbaal van correctie wel volgt dat de aangifte gedeeltelijk onjuist is, maar dat onvoldoende duidelijk is welke gedeeltes van de aangifte wel, en welke gedeeltes niet correct zijn. Het Gerecht zal de aangifte van 9 oktober 2023 daarom bij de beoordeling van het bewijs buiten beschouwing laten.
Het proces-verbaal van bevindingen (plaats delict)
Uit het proces-verbaal van bevindingen (plaats delict) blijkt het volgende. Op 7 oktober 2023 tijdens de avonddienst rijden verbalisanten [verbalisant 2], [verbalisant 3] en [slachtoffer] in een opvallende politieauto. Op de Kaya Korona zien zij een blauwe auto (SUV) met hoge snelheid aan komen rijden. De politieauto moet uitwijken om een aanrijding te voorkomen. De blauwe auto rijdt met hoge snelheid verder, waarop de verbalisanten besluiten achter de auto aan te gaan. Na de rotonde verliezen ze de auto uit het zicht, maar na een (korte) zoektocht zien de verbalisanten op de Kaya Kanari dezelfde auto weer aan komen rijden. Opnieuw uit tegenovergestelde richting en met hoge snelheid. De politieauto wordt schuin op de weg stil gezet om de weg af te sluiten, en de licht- en geluidsignalen worden aangezet als stopteken. De blauwe auto komt nog steeds aanrijden.
[slachtoffer] schrijft in dit proces-verbaal dat hij vervolgens uit de politieauto stapt en een stopteken geeft door zijn arm omhoog te doen. De blauwe auto rijdt door, vlak langs hem; hij moet opzij springen om niet geraakt te worden. In het proces-verbaal van correctie schrijft [slachtoffer] over ditzelfde moment:
“Ik stapte vervolgens uit de auto en ging midden op de weg staan om de bestuurder met mijn opgestoken hand een stopteken te geven. Het stopteken wat ik gaf werd door de bestuurder genegeerd waarna de bestuurder op mij inreed.”
[verbalisant 2] en [verbalisant 3] schrijven echter niets over inrijden op hun collega [slachtoffer]. Zij relateren het volgende:
“Wij, verbalisanten zagen dat na het aanzetten van de optische licht- en geluid signalen van onze dienstvoertuig en het duidelijke teken tot stoppen, gegeven door verbalisant [slachtoffer], de bestuurder dit stopteken negeerde en geen gehoor gaf aan ons bevel.”
Hieruit volgt dat zij wel hebben gezien dat [slachtoffer] een stopteken gaf, al wordt niet beschreven hoe en waar hij dat deed. Zij verbaliseren ook dat de blauwe auto doorreed en het stopteken negeerde. Maar over dat de auto recht op [slachtoffer] afreed en dat hij opzij moest springen om niet geraakt te worden, zoals [slachtoffer] zelf verbaliseert, schrijven zij niets. Wel blijkt uit het proces-verbaal dat de blauwe auto is doorgereden, dat opnieuw een achtervolging heeft plaatsgevonden en dat de bestuurder van de blauwe auto, verdachte, enkele straten verderop is aangehouden.
Feiten
Het Gerecht stelt de volgende feiten en omstandigheden vast met betrekking tot het moment dat verdachte op [slachtoffer] zou zijn ingereden:
de politieauto stond dwars op de weg stil, met zwaailichten en sirene aan;
langs de politieauto was ruimte om er omheen te rijden, al dan niet via de berm;
verdachte kwam aanrijden en verminderde geen vaart;
[slachtoffer] is op enig moment uit de politieauto gestapt om een stopteken te geven;
verdachte is langs de politieauto gereden en daarmee (vlak) langs [slachtoffer];
verdachte is hierna doorgereden;
het was donker, althans schemerig.
Op welk moment [slachtoffer] precies uit de auto is gestapt, waar hij heeft gestaan, hoe lang hij daar heeft gestaan en op welk moment de verdachte hem had kunnen of moeten zien, is niet duidelijk op basis van het dossier.
Oordeel van het Gerecht over (voorwaardelijk) opzet bij verdachte
Hoewel het Gerecht van oordeel is dat het rijgedrag van verdachte gevaarlijk was en het Gerecht ook zeker begrip heeft voor politieagent [slachtoffer] die zegt dat hij zich erg angstig heeft gevoeld, kan het Gerecht niet met voldoende zekerheid vaststellen dat er een aanmerkelijke (reële) kans bestond dat verbalisant [slachtoffer] door de gedragingen van verdachte het leven zou laten of zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Of dat verdachte een dergelijke kans, als die wel bestond, bewust zou hebben aanvaard. De verklaring van verdachte dat [slachtoffer] opeens tevoorschijn kwam toen hij de politieauto al heel dicht genaderd was wordt door het dossier niet weersproken. Het is ook niet onaannemelijk dat het zo is gegaan, gelet op het feit dat verdachte op het moment dat de politieauto dwars op de weg werd gezet al kwam aanrijden en agent [slachtoffer] pas daarna is uitgestapt, en het korte tijdsbestek waarin alles dus moet hebben plaatsgevonden. Daarbij komt dat er kennelijk ruimte was om om de politieauto heen te rijden, en verdachte heeft verklaard dat hij niet extra hoefde uit te wijken om langs [slachtoffer] te rijden. Ook dit wordt door het dossier niet weersproken.
Alles afwegende kan niet worden aangenomen dat verdachte het (voorwaardelijk) opzet had op de dood of het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer]. Verdachte zal daarom integraal worden vrijgesproken van feit 1.
Bewezenverklaring feit 2
Het Gerecht vindt - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen - wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 7 oktober 2023 op het eiland Bonaire opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 5 Wegenverkeersverordening Bonaire, gedaan door ambtenaren, belast met de uitoefening van enig toezicht en bevoegd verklaard tot het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaren hem hadden bevolen (met zijn voertuig) stil te staan, hieraan geen gevolg te geven.
Het Gerecht vindt niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat.
In de bewijsmiddelen is geen (expliciete) landsaanduiding opgenomen, maar het is algemeen bekend dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen op Bonaire.
1. Op 7 oktober 2023 omstreeks 17.30 uur, reden de verbalisanten [verbalisant2 2], [verbalisant 3] en [slachtoffer] surveillance in een opvallende politieauto op de Kaya Korona. Zij hebben het volgende gerelateerd:
“Tijdens onze patrouille zagen wij, , op de Kaya Korona een blauw gelakte voertuig, model suv, met een zeer hoge snelheid in de tegenovergestelde richting van het verkeer aan komen rijden. Wij zagen dat het rijgedrag van de bestuurder, zeer gevaarlijk en roekeloos was, en zijn snelheid vermoedelijk boven de maximumsnelheid van 60-90 km per uur bereikte. Naar aanleiding van dit rijgedrag besloten wij om achter bovengenoemde voertuig te gaan, ter controle, zodat wij hem ook konden aanspreken op zijn roekeloos rijgedrag. Wij sloegen de Kaya Pos di Amor op en vervolgens de Kaya Kanari. Op dat moment zagen wij bovengenoemde voertuig in de tegenovergestelde richting op een zeer hoge snelheid aan komen rijden. Ik had het dienstvoertuig diagonaal op het wegdek gezet en zette deze zodanig op de weg dat het tegemoetkomend verkeer het voertuig duidelijk kan zien en kon zien dat de weg nu gesloten is. Op dat moment hebben wij bovengenoemde voertuig een stopsignaal gegeven door middel van de optische signalen in werking te laten treden, om het voertuig tot stilstand te brengen in voornoemde straat. Wij zagen dat na het aanzetten van de optische licht- en geluid signalen van onze dienstvoertuig, de bestuurder van bovengenoemde voertuig geen gehoor gaf aan onze stopteken. De auto reed de Kaya Marimba in. Op dat moment was het ons verbalisanten gelukt om bovengenoemde auto tot stilstand te krijgen”
2. De man in de auto is vervolgens aangehouden en bleek de verdachte te zijn, zoals staat omschreven in het proces-verbaal van aanhouding:
“
Wij; verbalisanten, [verbalisant 2] en [verbalisant 3] AGENTEN VAN POLITIE, [slachtoffer], BRIGADIER VAN POLITIE, werkzaam bij het Korps Politie Caribisch Nederland en ingedeeld bij BASIS POLITIEZORG BONAIRE, verklaren met betrekking tot de aanhouding van de hieronder vermelde verdachte het volgende:
VERDACHTE:
Naam: [naam verdachte]
Voornamen: [voornamen verdachte],
Geboren: [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats]
Is aangehouden op: 7 oktober 2023 te 17.42 uur
Locatie aanhouding : KAYA MARIMBA #z/n te Bonaire.”
3.De verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:
“Er was een achtervolging door de politie. Ze wilden dat ik stopte en ik ging doorrijden. Ze hadden de lichten aangedaan op een gegeven moment. Toen ging ik doorrijden. U houdt mij voor dat de politie zegt dat ze de auto op een gegeven moment schuin op de weg hadden gezet. Dat klopt. Ik zag de politieauto staan. Ik stopte toen niet. Ik dacht ik ga er omheen langs de zijkant.”
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 190 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bewezen is verklaard dat verdachte niet heeft voldaan aan een ambtelijk bevel, door een stopteken van de politie te negeren.
Dictum
Het Gerecht:
-verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 1 primair en feit 1 subsidiair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
-verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde feit heeft begaan;
-verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 2 meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
-kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
-verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verdachte daarvoor strafbaar;
-veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van één (1) week;
-beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
-heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal, bijgestaan door mr. S.D. Rodenboog, zittingsgriffier, en op 20 juni 2024 in tegenwoordigheid van de griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.
Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Caribisch Nederland (incident gerichte opsporing geregistreerd onder proces-verbaalnummer 2023011595 en de onderzoeksnaam “CHIERS”.
Proces-verbaal van bevindingen (plaats delict) d.d. 11 oktober 2023.
Proces-verbaal van aanhouding d.d. 7 oktober 2023
Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 30 mei 2023, zoals die eventueel later – indien tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld – in het proces-verbaal van die terechtzitting zal worden weergegeven.