Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2024-06-13
ECLI:NL:OGEABES:2024:67
Civiel recht
Kort geding
1,215 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202400201
Datum uitspraak: 13 juni 2024
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
de stichting FUNDASHON CAS BONAIRIANO,
gevestigd te Bonaire,
eiseres, hierna: verhuurster,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
[gedaagde],
wonend te Bonaire,
gedaagde, hierna: huurster,
niet verschenen.
1Het procesverloop
1.1.
Op 21 mei 2024 heeft verhuurster een verzoekschrift in kort geding ingediend.
1.2.
De behandeling van het kort geding heeft plaatsgevonden op 13 juni 2024.
Daarbij is namens verhuurster de heer [vertegenwoordiger] van de afdeling incasso verschenen met mr. Nicolaas voornoemd. Huurster is hoewel deugdelijk opgeroepen, niet verschenen. Tegen huurster is verstek verleend.
1.3.
Vonnis is bepaald op vandaag.
Beoordeling
2.1.
Huurster huurt sinds 15 december 2020 van verhuurster de woning aan de [adres] te Bonaire voor een huurprijs (hierna: de woning) van inmiddels
USD 161,13 per maand. De huurprijs is op de eerste van de betreffende maand verschuldigd.
2.2.
Verhuurster heeft op de in het verzoekschrift aangevoerde gronden - samengevat - de ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand plus de tot aan de ontruiming verschuldigde termijnen buitengerechtelijke incassokosten gevorderd en proceskosten en nakosten. Daarbij wordt wettelijke rente over de hoofdsom vanaf datum indiening verzoekschrift en over de proceskosten gevorderd.
2.3.
Zoals vermeld in het verzoekschrift bedraagt de achterstand tot en met 1 mei 2024 USD 1.325,79.
2.4.
Huurster, die niet in de procedure is verschenen, heeft de vorderingen van verhuurster niet weersproken. Die vorderingen zijn toewijsbaar als hieronder onder beslissing weergegeven. De onweersproken huurachterstand rechtvaardigt de gevorderde ontruiming.
2.5.
Huurster zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Deze bedragen:
explootkosten USD 159,00
griffierecht USD 251,00
salaris gemachtigde USD 559,00 +
totaal: USD 969,00
Dictum
Het gerecht, recht doende in kort geding,
3.1.
veroordeelt huurster de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met alle personen en zaken die zich van de kant van huurster in en om het gehuurde bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van verhuurster te stellen,
3.2.
verstaat dat, indien huurster niet aan de veroordeling onder 3.1. voldoet, de deurwaarder, door wie de gedwongen ontruiming zal dienen te geschieden, op grond van de wet- en regelgeving (artikel 555 e.v. Rv BES) bevoegd is de sterke arm van politie en justitie in te roepen, en verleent reeds thans toestemming voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 jo. 444 lid 2 Rv BES,
3.3.
veroordeelt huurster bij wijze van voorschot tot betaling aan verhuurster van USD 1.325,79 ter zake van een betalingsachterstand tot en met de maand mei 2024, vermeerderd met USD 210,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de indiening van het inleidend verzoekschrift tot de dag van algehele voldoening,
3.4.
veroordeelt huurster tot betaling aan verhuurster van USD 161,13 per maand voor iedere ingegane maand vanaf juni 2024 dat zij in het gehuurde verblijft tot het tijdstip van ontruiming,
3.5.
veroordeelt huurster tot betaling van de proceskosten, tot op heden begroot op USD 969,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis,
3.6.
veroordeelt huurster tot betaling van de nakosten van USD 140,00 zonder betekening en verhoogd met USD 84,00 in geval van betekening, indien nakoming door huurster uitblijft binnen veertien dagen nadat huurster schriftelijk is verzocht door verhuurster om aan het vonnis te voldoen,
3.7.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Scholte, rechter en uitgesproken op 13 juni 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.