Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2024-10-04
ECLI:NL:OGEABES:2024:120
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,521 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202000532
Datum uitspraak: 4 oktober 2024
BESCHIKKING
op verzoek van:
ZORG EN JEUGD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
verzoekster,
met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2008 te Nederland,
hierna: [de minderjarige],
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder],
wonende op Bonaire,
hierna: de moeder,
en
[de peettante],
wonende te Nederland (Helmond),
hierna: de peettante.
Procesverloop
1.1.
Op 13 september 2024 heeft ZJCN een verzoekschrift ingediend tot plaatsing van [de minderjarige] in Nederland, bij haar aldaar wonende peettante. De mondelinge behandeling van dit verzoek heeft plaatsgevonden op 27 september 2024. Daarbij zijn [medewerker jeugdzorg 1] en [medewerker jeugdzorg 2] verschenen namens ZJCN. Ook de moeder en peettante zijn, beiden via een videoverbinding, verschenen.
1.2. [
de minderjarige] heeft direct voorafgaand aan de mondelinge behandeling, buiten de aanwezigheid van de overige belanghebbenden, met de rechter over het verzoek gesproken.
1.3.
Beschikking is bepaald op vandaag.
Beoordeling
2.1.
Bij beschikking van dit gerecht van 7 februari 2024 uit het gezag over [de minderjarige] ontheven waarbij ZJCN tot voogd over [de minderjarige] is benoemd.
2.2
ZJCN verzoekt nu, als rechtspersoon als bedoeld in artikel 1:306 lid 1 BW BES, om toestemming voor een plaatsing van [de minderjarige] bij haar peettante in Nederland. In dat kader verzoekt zij tevens de aan haar toevertrouwde voogdij over [de minderjarige] over te dragen aan de Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden in Den Haag.
2.3.
Ingevolge artikel 1:306 lid 1 BW BES mag een rechtspersoon een hem toevertrouwde minderjarige niet zonder toestemming van de rechter in eerste aanleg in het buitenland plaatsen. In lid 2 is bepaald dat de rechter deze toestemming slechts verleent, indien hij de plaatsing voor de minderjarige wenselijk acht.
2.4.
ZJCN heeft aan haar verzoek tot toestemming voor een plaatsing van [de minderjarige] bij haar peettante in Nederland het volgende ten grondslag gelegd. [de minderjarige] verblijft, sinds haar ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in november 2020 in de residentie Rosa di Sharon van Fundashon Kas pa Hoben ku Futuro op Bonaire. Nadat duidelijk werd dat een terugkeer naar haar moeder geen realistisch perspectief was, is ZJCN op zoek gegaan naar een passende leefomgeving voor [de minderjarige]. Het is gelukt om in Nederland, binnen haar eigen netwerk, namelijk bij haar peettante, een veilige en blijvende plek te vinden waar [de minderjarige] zich verder kan ontwikkelen. Haar peettante zal [de minderjarige] als pleegkind in haar gezin opnemen. De pleegzorgscreening is in positieve afgerond. [de minderjarige] is al op een school in de buurt ingeschreven. [de minderjarige] heeft met het oog op een mogelijke plaatsing bij haar peettante al een aantal weken bij haar en haar gezin gelogeerd. De ervaringen daarmee waren in alle opzichten en voor alle betrokken positief.
2.5.
De verzochte toestemming zal worden verleend. Het gerecht acht een plaatsing van [de minderjarige] bij haar peettante in Nederland wenselijk. Uit de stukken, het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling en hetgeen [de minderjarige] zelf kenbaar heeft gemaakt aan de rechter, is voldoende gebleken dat een plaatsing bij haar peettante haar veel kansen en mogelijkheden zal bieden, kansen en mogelijkheden die zij nu niet heeft. [de minderjarige] kijkt er naar uit om bij haar peettante te gaan wonen en hetzelfde geldt voor haar peettante en haar gezin, die te kennen hebben gegeven haar graag in het gezin te willen opnemen.
2.6.
Met de voorgaande zal [de minderjarige] naar Nederland verhuizen, wat ertoe leidt dat ZJCN de voogdij niet meer adequaat zal kunnen uitoefenen, reden waarom ZJCN ook verzoekt de voogdij over te dragen aan een jeugdzorginstelling in Nederland, waar zij Jeugdbescherming West bereid heeft gevonden. Ingevolge artikel 1:322 sub c BW BES kan iedere voogd zich van zijn bediening doen ontslaan indien een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk bereid heeft verklaard de voogdij over te nemen en de rechter in eerste aanleg deze overneming in het belang van de minderjarige acht. Op 13 september 2024 heeft Jeugdbescherming West een bereidverklaring afgelegd. Omdat [de minderjarige] in Nederland zal worden geplaatst, acht het gerecht de overname van de voogdij door deze Nederlandse organisatie in het belang van [de minderjarige].
2.5.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
Dictum
Het gerecht:
4.1.
verleent ZJCN toestemming voor een plaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008, in Nederland, bij haar aldaar wonende peettante [peettante], geboren op [geboortedatum peettante] 1982;
4.2.
ontslaat ZJCN van haar bediening als voogdes over [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 te Nederland;
4.3.
benoemt Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden tot voogd over [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 te Nederland;
4.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
verstaat dat de griffier een aantekening zal maken van deze beslissing in het gezagsregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.R. Veerman, rechter, en uitgesproken op 4 oktober 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.