Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2023-07-18
ECLI:NL:OGEABES:2023:69
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,983 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SABA
Zaaknummer: SAB202200018
Vonnis in het incident d.d. 18 juli 2023
inzake
[naam],
wonende in Saba,
eiser,
gemachtigde: mr. S.J. FOX,
tegen
1HET OPENBAAR LICHAAM SABA,
zetelend in Saba,
gedaagde 1,
niet verschenen,
2. DE DIENST VOOR HET KADASTER EN DE OPENBARE REGISTERS
,
zetelend in Den Haag, mede kantoorhoudende in Saba,
gedaagde 2,
gemachtigde: mr. J.G. SNOW,
naar aanleiding van het verzoek tot tussenkomst van
[naam],
eiser in het incident tot tussenkomst,
wonende in Saba,
gemachtigde: mr. E.E.S. MOENIR-ALAM.
Partijen zullen hierna [eiser], het Openbaar Lichaam, het Kadaster en [eiser in het incident tot tussenkomst] worden genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het inleidend verzoekschrift met producties, op 17 juni 2022 ter griffie ingediend;
de conclusie van antwoord met producties;
het comparitievonnis d.d. 1 november 2022;
de aantekeningen die de griffier heeft gemaakt van de comparitie d.d. 28 februari 2023;
de bij gelegenheid van de comparitie overgelegde stukken;
de e-mail d.d. 3 maart 2023 van de rechter aan de gemachtigden, met bijlagen;
de akte na comparitie/akte ter rolle van [eiser] d.d. 20 juni 2023;
de akte houdende uitlating van het Kadaster d.d. 20 juni 2023;
de incidentele conclusie tot tussenkomst van [eiser in het incident tot tussenkomst] d.d. 20 juni 2023, met producties;
de antwoordakte in het incident van [eiser];
de reactie op verzoek tussenkomst van het Kadaster.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 28 februari 2023 plaatsgevonden in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigden. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet. Aansluitend heeft de rechter in aanwezigheid van partijen de situatie ter plekke bekeken.
1.3.
De uitspraak van het vonnis in het incident is bepaald op vandaag.
2De vordering tot tussenkomst
2.1. [
eiser in het incident tot tussenkomst] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
te worden toegelaten als partij in deze rechtszaak omdat zij een eigen belang hebben bij de uitkomst van deze zaak;
het Kadaster te bevelen om binnen 14 dagen na het in dezen te wijzen vonnis over te gaan tot de meting van de buitengrenzen van de onderhavige tent property zoals aangegeven door het Gerecht in het vonnis d.d. 18 mei 2016 (zaaknummer AR 06/2024) en volgens de tekening door het Gerecht in deze procedure genoemd tekening -2015;
het Kadaster te bevelen over te gaan tot het opmaken en afgeven van een meetbrief aan [eiser in het incident tot tussenkomst] van hun gedeelte van de tent property, tegen betaling door [eiser in het incident tot tussenkomst] van de kosten van deze meetbrief, welke afgifte binnen een maand na de aanvang van de gevorderde metingen dient plaats te vinden, dit op straffe van een dwangsom van $ 5.000,- per dag;
[eiser], het Openbaar Lichaam en het Kadaster te veroordelen in de kosten van [eiser in het incident tot tussenkomst].
2.2. [
eiser] verzoekt om de gevorderde tussenkomst toe te wijzen, terwijl het Kadaster heeft geen bezwaar tegen de gevorderde tussenkomst.
Beoordeling
Het incident
3.1.
Vast staat dat [eiser in het incident tot tussenkomst] een eigen belang heeft bij de uitkomst van deze procedure. De gevorderde tussenkomst zal dan ook worden toegewezen.
3.2.
De proceskosten in het incident zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draag.
De hoofdzaak
3.3.
Tijdens de comparitie vertoonden [eiser], [eiser in het incident tot tussenkomst] en het Kadaster eensgezindheid om stappen op weg naar een oplossing te zetten. In dat kader zijn de volgende afspraken gemaakt:
1. uitgezocht zou worden door [eiser] en [eiser in het incident tot tussenkomst] wie de eigenaren zijn van de naburige percelen links en rechts van perceel [nummer] om vervolgens te trachten met hen tot afspraken te komen;
2. uitgezocht zou worden door [eiser] en [eiser in het incident tot tussenkomst] of met het Openbaar Lichaam afspraken kunnen worden gemaakt met betrekking tot de zuidgrens van perceel [nummer];
3. het Kadaster was bereid om behulpzaam te zijn bij de stappen 1 en 2;
4. indien en zodra de stappen 1 en 2 succesvol zijn uitgevoerd, kan het Kadaster de buitengrenzen vastleggen.
[eiser] en [eiser in het incident tot tussenkomst] waren het eens hoe perceel [nummer] tussen hen verdeeld dient te worden: de huidige driehoek wordt in twee driehoeken verdeeld met elk een gelijke oppervlakte, waarbij de linker driehoek naar [eiser] gaat en de rechter driehoek naar [eiser in het incident tot tussenkomst].
Het door de rechter toegezegde dossieronderzoek heeft plaatsgevonden en geresulteerd in bovengemelde e-mail d.d. 3 maart 2023.
3.4.
Wanneer de rechter nu de na de comparitie ingediende aktes en conclusie beziet, dan is van de aanvankelijke eensgezindheid niet veel meer over.
3.5.
Het Kadaster en [eiser in het incident tot tussenkomst] krijgen de gelegenheid om te reageren op de akte na comparitie van [eiser].
Het Kadaster krijgt bovendien de gelegenheid om te reageren op de incidentele conclusie van [eiser in het incident tot tussenkomst].
Dictum
Het Gerecht:
In het incident
4.1.
wijst toe de gevorderde tussenkomst en laat [eiser in het incident tot tussenkomst] toe als eisende partij;
4.2.
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
In de hoofdzaak
4.4. verwijst de zaak naar de rol van 29 augustus 2023 te 9.00 uur, opdat:
- het Kadaster bij akte reageert op de akte na comparitie van [eiser] en de incidentele conclusie van [eiser in het incident tot tussenkomst] (P1);
- [ eiser in het incident tot tussenkomst] bij akte reageert op de akte na comparitie van [eiser] (P1).
4.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters, rechter, bijgestaan door
J.J. Evers-Maria, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2023.
Gedaagde 2 wordt in het inleidend verzoekschrift “het Kadaster Saba” genoemd. Hoewel dit strikt genomen een verkeerde benaming is, leidt dit niet tot door gedaagde 2 bepleite niet-ontvankelijkheid van eiseres. Duidelijk is immers dat eiser heeft beoogd de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, zetelend in Den Haag, mede kantoorhoudende te Saba, in rechte te betrekken. De rechter heeft tijdens de zitting d.d. 28 februari 2022 het ontvankelijkheidsverweer reeds verworpen.