Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2025-05-21
ECLI:NL:OGEAA:2025:142
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,303 tokens
Inleiding
Vonnis van 21 mei 2025
Behorend bij A.R. AUA202304193
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[Eiser],
wonend in Aruba,
EISER,
hierna ook te noemen: [eiser],
gemachtigde: de advocaat mr. S.A. Kock,
tegen:
de vennootschap onder firma REMAX ADVANTAGE VOF
,
gevestigd in Aruba,
GEDAAGDE, hierna ook te noemen: Remax,
Gemachtigde: de advocaat mr. J.J. Steward.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 1 december 2023 ingediende verzoekschrift, met producties 1 tot en met 10;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 9;
- de conclusie van repliek, met productie 11;
- de conclusie van dupliek.
Feiten
2.1
Partijen hebben op 29 juli 2020 een property management / vacation rental agreement gesloten krachtens welke Remax (de verhuur aan derden van) twee appartementen van [eiser] zou beheren en [eiser] daarvoor aan Remax een vergoeding voor zou betalen van 10% of 15% van de door die derden te betalen huurprijs, na aftrek van de commissies van boekingsplatforms, voornamelijk Booking.com (verder: “de overeenkomst”).
2.2 [
[Eiser] heeft de overeenkomst op 5 april 2022 met onmiddellijke ingang opgezegd, welke opzegging door Remax is aanvaard op 6 april 2022. Op 7 april 2022 heeft Remax aan Booking.com gevraagd de appartementen los te koppelen van dat platform, waarop Remax van Booking.com op diezelfde datum een bericht ontving luidend:
“Thank you for contacting our department regarding your terminating the contract.
We are sorry to see you go.
I have forwarded to the guest line two reservations (…) for them to relocate the guests.”
2.3
Later in april en mei 2022 is er nog e-mailcontact geweest tussen [eiser] en een medewerker van Remax, over het omzetten van de account bij Booking.com op naam van [eiser]. Die omzetting is pas in september 2022 gebeurd.
3DE VORDERING EN HET VERWEER
3.1 [
Eiser] vordert de veroordeling van Remax om aan hem USD 22.810 met wettelijke rente te betalen: de schade die hij heeft geleden doordat hij de appartementen gedurende vijf maanden niet heeft kunnen verhuren. Dit feit vindt zijn oorzaak in onrechtmatig handelen van Remax, met name het niet doen wat van haar mocht worden verwacht om overdracht van de account bij Booking.com te bewerkstelligen, aldus [eiser].
3.2
Remax stelt voorop dat zij geen verplichting jegens [eiser] heeft geschonden. Subsidiair betwist zij dat [eiser] schade heeft geleden.
Beoordeling
4.1 [
Eiser] heeft niet gemotiveerd waardoor op Remax de verplichting zou zijn komen te rusten om bij het einde van de overeenkomst tussen partijen, behalve zorg te dragen voor beëindiging van haar overeenkomst met Booking.com (hetgeen Remax heeft gedaan, zie onder 2.2), ook zorg te dragen voor overdracht van die laatste overeenkomst aan [eiser] of het faciliteren van een nieuwe overeenkomst tussen [eiser] en Booking.com. Zonder toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat de door Remax te betrachten (postcontractuele) zorgvuldigheid die verplichting meebracht. Overigens heeft Remax, zoals blijkt uit de overgelegde e-mailcorrespondentie, moeite gedaan om de door [eiser] gewenste contractoverdracht te bewerkstelligen. Dat het zo lang heeft geduurd, ligt in de risicosfeer van [eiser] als partij die een nieuwe overeenkomst of voortzetting van de oude overeenkomst met Booking.com wenste.
4.2
Ook op het punt van (oorzaak en omvang van) de schade die [eiser] stelt te hebben geleden, is het verzoekschrift onvoldoende gemotiveerd. Het lijkt erop dat [eiser] stelt hij de appartementen tussen april en september 2022 in het geheel niet heeft verhuurd, waardoor zijn schade USD 4.562 per maand bedraagt. Uit het bij antwoord overlegde berichtenverkeer blijkt evenwel dat in die periode wel degelijk een aantal keren is verhuurd. Dat de verhuurperioden korter en de huurinkomsten lager waren dan het geval was toen werd verhuurd via Booking.com/Remax, blijkt nergens uit.
4.3
De vordering wordt afgewezen met veroordeling van [eiser], als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten van Remax, begroot op Afl. 2.000 (tarief 4 x 2 punten) aan salaris voor de gemachtigde.
5DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
5.1
wijst de vorderingen af;
5.2
veroordeelt [eiser] om aan Remax haar proceskosten te betalen, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op Afl. 2.000;
5.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 mei 2025 in aanwezigheid van de griffier.