Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2025-03-21
ECLI:NL:OGEAA:2025:131
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,177 tokens
Inleiding
Parketnummer: P-2024/01423
Zaaknummer: 601 van 2024
Uitspraak van: 21 maart 2025 op tegenspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], te [adres],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba
hierna: de verdachte.
1Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 februari 2025.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. A. Vroombout, en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. V.A.V. Carlo, advocaat in Aruba, naar voren hebben gebracht.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is –samengevat– ten laste gelegd, dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de al dan niet opzettelijke uitvoer van cocaïne (feit 1) en het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de opzettelijke uitvoer van cocaïne waarbij hij een ander heeft bewogen het feit te plegen (feit 2). De tekst van de tenlastelegging is aan dit vonnis gehecht.
3Voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4Waardering van het bewijs
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt dat het onder feit 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard en wijst daarbij op de whatsapp-gesprekken tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte], op de getuigenverklaring van de vriendin van de drugskoerier [drugskoerier] en de verklaring van de medeverdachte. Volgens de officier van justitie volgt uit deze bewijsmiddelen, dat de drugskoerier tot twee keer toe bolletjes gevuld met in totaal ca. 1½ kilo cocaïne heeft geslikt en deze inwendig naar Nederland heeft vervoerd en hiervoor betaald heeft gekregen. Volgens de officier van justitie was de rol van de verdachte in deze transporten, die van organisator.
Dat de bolletjes ketamine zouden hebben bevat, zoals de verdachte ter zitting heeft verklaard, acht de officier van justitie volstrekt ongeloofwaardig, gelet op de omstandigheid dat uit de Whatsapp-gesprekken volgt dat het om de uitvoer van verdovende middelen gaat, dat de verdovende middelen in bolletjes werden verpakt en ingeslikt en omdat het zeer onaannemelijk is dat ketamine vanuit Aruba naar Nederland zou worden vervoerd.
De officier van justitie vordert vrijspraak ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde, nu het in deze gaat om een voltooide uitvoer van cocaïne.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman van de verdachte bepleit integrale vrijspraak, en voert daartoe, samengevat, het volgende aan.
De verdachte heeft ter zitting bekend, dat sprake was van het twee keer uitvoeren van bolletjes met inhoud die door [drugskoerier] waren geslikt. In die bolletjes zat echter geen cocaïne, maar ketamine. Ketamine valt niet onder de reikwijdte van de Landsverordening verdovende middelen, zodat er geen grondslag bestaat voor de strafbaarstelling van de uitvoer ervan. Uit het dossier kan niet worden vastgesteld dat in de bolletjes cocaïne zat. De conclusie van het onderzoeksteam en het Openbaar Ministerie dat het om cocaïne ging, berust op interpretaties en veronderstellingen zonder forensisch bewijs. Dat in de bolletjes ketamine zat, volgt ook uit het bedrag van € 19,- per gram waar de verdachte en [medeverdachte] het in de gesprekken over hadden. De prijs van een gram ketamine (in Nederland) is ca. € 23,- en die van cocaïne is € 52,- (zie hiervoor bv www.nationaledrugmonitor.nl). Aldus de raadsman.
4.3
Beoordeling
Het Gerecht is ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde met de officier van justitie en de verdediging van oordeel, dat de verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken, nu sprake is van een voltooide uitvoer van middelen.
Het Gerecht acht het onder feit 1 tenlastegelegde – anders dan de officier van justitie –niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte ook hiervan dient te worden vrijgesproken. Het Gerecht overweegt hiertoe als volgt.
De verdachte wordt -kort gezegd- ervan beschuldigd dat hij samen met anderen -al dan niet opzettelijk- cocaïne heeft uitgevoerd.
De verdachte heeft ontkend dat hij cocaïne heeft uitgevoerd. Ter zitting heeft hij beaamd dat de Whatsapp-gesprekken in het dossier, gesprekken zijn die hij met [medeverdachte] heeft gevoerd, en dat die gesprekken gingen over de uitvoer/smokkel naar Nederland van ketamine in bolletjes die door [drugskoerier] zijn geslikt. De verdachte heeft ter zitting te kennen gegeven dat hij meende dat de uitvoer van ketamine ook in Aruba strafbaar was.
Het Gerecht stelt voorop dat uitgangspunt is, dat de opzettelijke uitvoer van cocaïne in beginsel pas voor bewezenverklaring in aanmerking komt, als tijdens het opsporingsonderzoek ook daadwerkelijk een hoeveelheid cocaïne is aangetroffen en inbeslaggenomen. Dit uitgangspunt lijdt onder omstandigheden uitzondering, te weten indien de inhoud van het dossier, in het licht van hetgeen overigens kan worden vastgesteld, niet anders kan worden begrepen dan dat er sprake is geweest van opzettelijke uitvoer van cocaïne. (vgl. ECLI:NL:GHAMS:2024:3413)
Wat betreft de uitvoer van ketamine, overweegt het Gerecht, het volgende. Nog daargelaten dat de uitvoer van ketamine niet ten laste is gelegd, wordt ketamine ook niet genoemd in de Landsverordening verdovende middelen, noch in een van de regelingen aanwijzing verdovende middelen. De raadsman merkt daarom terecht op dat ketamine niet onder de reikwijdte van voornoemde landsverordening valt.
Het Gerecht stelt in dit geval aan de hand van het dossier en het verhandelde ter zitting het volgende vast.
Uit de Whatsapp-gesprekken tussen de verdachte en [medeverdachte] volgt dat de heer [drugskoerier] (in die gesprekken Big Wreck, Bigwreckles of Stone genoemd) op 22 februari 2024 ca. 96 bolletjes met inhoud heeft geslikt, dat hij op 23 februari 2024 naar Nederland is gereisd, en dat hij in Nederland is aangekomen met 94 bolletjes met inhoud, met een gewicht van 799 gram. De verdachte heeft een berekening gemaakt van de te verdelen winst, te weten “94 (bolletjes) x 8,5 (gram) = 799 (gram) x 14 (Euro) = 11.186 (Euro) : 2 (personen) = 5.593 (Euro per persoon), en 799 (gram) x 5 (Euro) = 3.999 (Euro) + 300 Bigwreckles”. [Drugskoerier] heeft voor deze uitvoer € 4.300,- betaald gekregen.
De winst per gram van de inhoud van de bolletjes is kennelijk € 19,-.
Uit de Whatsapp-gesprekken volgt verder dat [drugskoerier] op 31 mei 2024 rond 78 bolletjes met inhoud heeft geslikt en hiervoor -zo volgt uit de verklaring van zijn vriendin, de getuige [getuige]- € 3.700,- betaald heeft gekregen.
Geen bolletje noch de inhoud daarvan is onder de verdachte of onder de medeverdachten [medeverdachte] of [drugskoerier] aangetroffen. Over de inhoud van de in totaal 172 bolletjes die naar Nederland zijn vervoerd is dus niets bekend. Of de bolletjes cocaïne bevatten, zoals de officier van justitie heeft gesteld, dan wel ketamine, zoals de verdachte heeft gesteld, kan het Gerecht niet vaststellen. Dat uit de inhoud van het dossier, in het licht van hetgeen overigens kan worden vastgesteld, niet anders kan worden begrepen dan dat er sprake is geweest van opzettelijke uitvoer van cocaïne, kan evenmin worden vastgesteld.
Het Gerecht is gelet op het bovenstaande van oordeel dat het door of namens de verdachte aangevoerde alternatieve scenario niet onwaarschijnlijk is. De verklaring van de verdachte, dat in de bolletjes ketamine zat, kan in ieder geval niet worden weerlegd door de inhoud van het dossier. Dit impliceert dat niet onomstotelijk kan worden vastgesteld dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde , ook niet als medepleger. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken.
5Het beslag
5.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven mobiele telefoon gevorderd dat deze zal worden verbeurd verklaard.
5.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven mobiele telefoon.
5.3
Beoordeling
Uit de beslaglijst van 27 augustus 2024 (bijlage 17) volgt dat van de verdachte een rode mobiele telefoon van het merk Apple, model iPhone 12 mini, met zwart hoesje, in beslag is genomen. Ingevolge artikel 1:67, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht kan verbeurdverklaring worden uitgesproken bij veroordeling wegens enig strafbaar feit. Nu de verdachte in dit geval niet wordt veroordeeld wegens enig strafbaar feit, zal ten aanzien van de telefoon een last worden gegeven tot teruggave ervan aan de verdachte.
6Voorlopige hechtenis
De ten aanzien van verdachte bevolen voorlopige hechtenis zal, gelet op het vorenstaande, worden opgeheven.
Dictum
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
gelast de teruggave van de rode mobiele telefoon van het merk Apple, model iPhone 12 mini, met zwart hoesje, aan de verdachte;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden (uiterlijk om 17:00 uur).
Dit vonnis is gewezen door mr. N.K. Engelbrecht, rechter, bijgestaan door mevrouw M.E. Kelly, (zittingsgriffier), en op 21 maart 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.
uitspraakgriffier:
Bijlage: de tenlastelegging
1. dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 februari 2024 tot en met 1 juli 2024 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, heeft uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;
(artikel 3 lid 1 van de Landsverordening verdovende middelen jo. artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)
2. dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 februari 2024 tot en met 1 juli 2024 in Aruba, teneinde voor te bereiden of te bevorderen dat cocaïne, opzettelijk vanuit Aruba zou worden uitgevoerd en/of zou worden afgeleverd en/of vervoerd, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,
- [Drugskoerier] en/of een of meer medeverdachte(n), heeft voorzien van een hoeveelheid cocaïne en/of
- [Drugskoerier] en/of een of meer medeverdachte(n)heeft voorzien van geld en/of
- contact heeft opgenomen en/of contact heeft onderhouden met [medeverdachte] en/of [drugskoerier] en/of een of meer medeverdachte(n) en/of ontmoetingen heeft gehad met [medeverdachte] en/of [drugskoerier] en/of een of meer medeverdachte(n), in verband met het handelen in en/of prepareren van en/of uitvoeren van de hierboven bedoelde cocaïne en/of
- verdiensten aan [medeverdachte] en/of [drugskoerier] en/of een of meer medeverdachte(n) in het vooruitzicht heeft gesteld en/of gesprekken heeft gevoerd over prijzen en/of het verdelen van de opbrengsten van de cocaïne en/of
- instructies aan [medeverdachte] en/of [drugskoerier], althans een of meer medeverdachte(n) heeft gegeven en/of informatie gedeeld met betrekking tot de uitvoer van die cocaïne.
(artikel 11c van de Landsverordening verdovende middelen jo. artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)