Rechtspraak
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
2023-12-13
ECLI:NL:OGEAA:2023:353
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,962 tokens
Inleiding
Uitspraak van 13 december 2023
Lar nr. AUA202301574
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[Appellant],
wonend in Aruba,
APPELLANT,
procederend in persoon,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN JUSTITIE EN SOCIALE ZAKEN,
zetelend te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. A.F.J. Caster (DWJZ).
Procesverloop
Bij brief van 16 oktober 2021 heeft appellant verweerder verzocht om openbaarmaking krachtens de Landsverordening openbaarheid van bestuur (Lob) van ‘de dagprogramma’s van het detentiecentrum Dakota in de periode van 13 maart 2020 tot en met het aftreden van mevrouw [directeur] als directeur van Guarda Nos Costa’ (GNC).
Bij beschikking van 12 oktober 2021 heeft verweerder op het verzoek van appellant beslist.
Daartegen heeft appellant op 11 november 2021 bezwaar gemaakt.
Bij beslissing op bezwaar van 31 maart 2023, aangevuld op 5 april 2023, (bestreden beschikking) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.
Daartegen heeft appellant op 11 mei, aangevuld op 30 juni 2023, beroep ingesteld bij dit gerecht.
Verweerder heeft op 11 oktober 2023 een verweerschrift ingediend.
Het beroep is behandeld ter zitting van 1 november 2023. Appellant is in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd.
De uitspraak is bepaald op heden.
Overwegingen
Het wettelijk kader
1.1
Op grond van artikel 15 van de Lar stelt het bestuursorgaan, tenzij het het bezwaarschrift op grond van artikel 12, eerste lid, of artikel 14, tweede lid, niet-ontvankelijk heeft verklaard, het bezwaarschrift en de daarop betrekking hebbende stukken in handen van de bezwaaradviescommissie:
a. uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van het bezwaarschrift, of
b. indien toepassing is gegeven aan artikel 14, eerste lid, uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van het antwoord van de indiener of na het verstrijken van de daarvoor gestelde termijn.
1.2
Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Lob kan een ieder de minister schriftelijk verzoeken om informatie, neergelegd in documenten.
Op grond van artikel 4, eerste lid, geeft de minister gevolg aan het verzoek door van de documenten waarop het verzoek betrekking heeft:
a. kopie te geven of de letterlijke inhoud in andere vorm te verstrekken,
b. een schriftelijke samenvatting van de inhoud te verstrekken,
c. lezing van de inhoud toe te staan, of
d. mondeling informatie omtrent de inhoud te doen verstrekken.
Op grond van het tweede lid, wordt bij het kiezen van de vorm waarin aan het verzoek gevolg wordt gegeven, rekening gehouden met de voorkeur van de verzoeker, met het belang van een vlotte voortgang van de werkzaamheden van de administratie en met de artikelen 8 en 9.
Beoordeling
2. Bij de bestreden beschikking heeft verweerder de beschikking van 16 oktober 2021 gehandhaafd. Bij die beschikking heeft verweerder beslist tot openbaarmaking van de door appellant verzochte informatie, neergelegd in documenten, en van de inhoud daarvan aan appellant de volgende samenvatting verstrekt: “(…) worden personen die gedetineerd zijn in het detentiecentrum per dag tweemaal gelucht en wordt hen drie maaltijden verstrekt. Tevens kunnen zij elke week telefoongesprekken voeren. Ter correctie, de inbewaringgestelden worden driemaal (3x) per dag gelucht.’
3. Appellant betoogt dat de bestreden beschikking onbevoegd is gegeven, daar de ambtenaar belast met de leiding van GNC niet gemandateerd was om namens verweerder te beslissen. Daargelaten of van een mandaatgebrek sprake is, zoals appellant betoogt en verweerder weerspreekt, overweegt het gerecht dat dit betoog niet leidt tot het ermee beoogde doel, nu verweerder ter zitting te kennen heeft gegeven dat hij, voor zover nodig, de bestreden beschikking voor zijn rekening neemt.
4. Appellant betoogt voorts terecht dat de bestreden beschikking wegens strijdigheid met artikel 15 van de Lar niet in stand kan blijven. Vaststaat dat het bezwaarschrift niet in handen is gesteld van de bezwaaradviescommissie. Nu het bezwaarschrift niet nietontvankelijk is verklaard wegens één van de uitzonderinggronden vermeld in artikel 15 van de Lar, is de bestreden beschikking in strijd genomen met deze bepaling (ECLI:NL:OGHNAA:2009:BN6680).
5. Nu appellant in beroep gronden naar voren heeft gebracht en niet heeft betoogd dat en, zo ja, wat hij anders naar voren zou hebben gebracht in de bezwaarprocedure, zal het gerecht onderzoeken of in dit geval aanleiding bestaat om de rechtsgevolgen van de bestreden beschikking in stand te laten. Het gerecht beantwoord deze vraag bevestigend, en overweegt hiertoe als volgt. Op grond van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, van de Lob is een van de wijzen waarop verweerder gevolg kan geven aan een verzoek om informatie het verstrekken van een schriftelijke samenvatting. Vaststaat dat verweerder bij de bestreden beschikking een samenvatting heeft gegeven van de informatie, neergelegd in documenten, waarvan appellant openbaarmaking heeft verzocht. Appellant heeft niet betoogd dat en waarom verweerder in dit geval niet heeft kunnen kiezen voor deze wijze van openbaarmaking. De enkele stelling dat openbaarmaking op grond van de Lob steeds dient te geschieden door verstrekking van de documenten, waarin de verzochte informatie is neergelegd, is daartoe onvoldoende, gelet op de keuzemogelijkheid die verweerder op grond van artikel 4, eerste lid, van de Lob wordt geboden.
6. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep gegrond wordt verklaard, de bestreden beschikking wordt vernietigd, en de rechtsgevolgen van de vernietigde beschikking in stand worden gelaten.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, nu geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.
8. Omdat het beroep gegrond is verklaard, zal het gerecht de teruggave van het gestorte griffierecht gelasten.
Dictum
De rechter in dit gerecht:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beschikking van 31 maart 2023;
bepaalt dat de rechtsgevolgen van de beschikking van 31 maart 2023 in stand blijven;
gelast de teruggave van het door appellant gestorte griffierecht van Afl. 25,-.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 december 2023 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.