Rechtspraak
Hoge Raad
2026-05-12
ECLI:NL:HR:2026:755
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,613 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:755 text/xml public 2026-05-13T00:01:50 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-12 24/00110 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2024:1 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:373 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:755 text/html public 2026-05-12T12:13:16 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:755 Hoge Raad , 12-05-2026 / 24/00110 Bedrijfsmatige hennepteelt (art. 3.B jo. 11.3 Opiumwet) en diefstal van elektriciteit en water d.m.v. verbreking t.b.v. hennepkwekerij (art. 311.1.5 Sr) in schuur van verdachte. Bewijsklacht alternatief scenario dat huurder van schuur verantwoordelijk is geweest voor hennepkwekerij en diefstal van elektriciteit en water. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00111 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00110 Datum 12 mei 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 januari 2024, nummer 20-000312-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis; - vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 152 uren beloopt, subsidiair 76 dagen hechtenis; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:755 text/xml public 2026-05-13T00:01:50 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-12 24/00110 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2024:1 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:373 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:755 text/html public 2026-05-12T12:13:16 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:755 Hoge Raad , 12-05-2026 / 24/00110 Bedrijfsmatige hennepteelt (art. 3.B jo. 11.3 Opiumwet) en diefstal van elektriciteit en water d.m.v. verbreking t.b.v. hennepkwekerij (art. 311.1.5 Sr) in schuur van verdachte. Bewijsklacht alternatief scenario dat huurder van schuur verantwoordelijk is geweest voor hennepkwekerij en diefstal van elektriciteit en water. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00111 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00110 Datum 12 mei 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 januari 2024, nummer 20-000312-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis; - vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 152 uren beloopt, subsidiair 76 dagen hechtenis; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2026 .