Rechtspraak
Hoge Raad
2026-05-12
ECLI:NL:HR:2026:747
Strafrecht
Cassatie
2,195 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:747 text/xml public 2026-05-12T12:45:18 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-12 23/02396 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:236 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:747 text/html public 2026-05-07T09:06:05 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:747 Hoge Raad , 12-05-2026 / 23/02396 Poging doodslag door slachtoffer met meer dan 30 messteken neer te steken, terwijl hij onder invloed is van LSD en cannabis (art. 287 Sr). TBS met voorwaarden opgelegd. 1. Verweer strekkende tot ontslag van alle rechtsvervolging wegens ontoerekenbaarheid, art. 39 Sr. Is oordeel van hof dat verdachte verminderd toerekenbaar is, toereikend gemotiveerd? 2. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade, art. 6:106.b BW. 3. Schriftuur b.p., art. 361.4 Sv. Is ’s hofs beslissing tot niet-ontvankelijkheid t.z.v. gevorderde schade vanwege “economische kwetsbaarheid” van b.p. toereikend gemotiveerd? 4. Redelijke termijn in cassatie. Verkorte termijn of reguliere termijn toepassen m.b.t. uitspraaktermijn, nu hof in zijn arrest dadelijke uitvoerbaarheid van TBS met voorwaarden heeft bevolen en verdachte t.t.v. betekening van aanzegging in cassatie verblijft op klinische afdeling? Ad 1., 2. en 3. HR: art. 81.1 RO. Ad 4. Verdachte was op datum waarop aanzegging door HR a.b.i. art. 435 Sv aan hem is betekend, van zijn vrijheid beroofd i.h.k.v. dadelijk uitvoerbaar verklaarde TBS met voorwaarden. HR doet uitspraak nadat meer dan 16 maanden zijn verstreken na het instellen van cassatieberoep. HR vermindert opgelegde gevangenisstraf van 4 jaren met 4 maanden. CAG gaat t.a.v. uitspraaktermijn uit van reguliere termijn. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/02396 Datum 12 mei 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juni 2023, nummer 21-002692-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten N. van Schaik en H. Brentjes bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. Namens de [benadeelde] heeft de advocaat C.J. Nierop bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld en een verweerschrift ingediend. De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De verdachte was op de datum waarop de aanzegging door de Hoge Raad als bedoeld in artikel 435 van het Wetboek van Strafvordering aan hem is betekend, van zijn vrijheid beroofd in het kader van de dadelijk uitvoerbaar verklaarde terbeschikkingstelling met voorwaarden. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier jaren. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf; - vermindert deze in die zin dat deze drie jaren en acht maanden beloopt; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:747 text/xml public 2026-05-12T12:45:18 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-12 23/02396 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:236 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:747 text/html public 2026-05-07T09:06:05 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:747 Hoge Raad , 12-05-2026 / 23/02396 Poging doodslag door slachtoffer met meer dan 30 messteken neer te steken, terwijl hij onder invloed is van LSD en cannabis (art. 287 Sr). TBS met voorwaarden opgelegd. 1. Verweer strekkende tot ontslag van alle rechtsvervolging wegens ontoerekenbaarheid, art. 39 Sr. Is oordeel van hof dat verdachte verminderd toerekenbaar is, toereikend gemotiveerd? 2. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade, art. 6:106.b BW. 3. Schriftuur b.p., art. 361.4 Sv. Is ’s hofs beslissing tot niet-ontvankelijkheid t.z.v. gevorderde schade vanwege “economische kwetsbaarheid” van b.p. toereikend gemotiveerd? 4. Redelijke termijn in cassatie. Verkorte termijn of reguliere termijn toepassen m.b.t. uitspraaktermijn, nu hof in zijn arrest dadelijke uitvoerbaarheid van TBS met voorwaarden heeft bevolen en verdachte t.t.v. betekening van aanzegging in cassatie verblijft op klinische afdeling? Ad 1., 2. en 3. HR: art. 81.1 RO. Ad 4. Verdachte was op datum waarop aanzegging door HR a.b.i. art. 435 Sv aan hem is betekend, van zijn vrijheid beroofd i.h.k.v. dadelijk uitvoerbaar verklaarde TBS met voorwaarden. HR doet uitspraak nadat meer dan 16 maanden zijn verstreken na het instellen van cassatieberoep. HR vermindert opgelegde gevangenisstraf van 4 jaren met 4 maanden. CAG gaat t.a.v. uitspraaktermijn uit van reguliere termijn. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/02396 Datum 12 mei 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juni 2023, nummer 21-002692-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten N. van Schaik en H. Brentjes bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. Namens de [benadeelde] heeft de advocaat C.J. Nierop bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld en een verweerschrift ingediend. De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij zijn voorgesteld De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De verdachte was op de datum waarop de aanzegging door de Hoge Raad als bedoeld in artikel 435 van het Wetboek van Strafvordering aan hem is betekend, van zijn vrijheid beroofd in het kader van de dadelijk uitvoerbaar verklaarde terbeschikkingstelling met voorwaarden. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier jaren. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf; - vermindert deze in die zin dat deze drie jaren en acht maanden beloopt; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2026 .