Rechtspraak
Hoge Raad
2026-04-10
ECLI:NL:HR:2026:610
Bestuursrecht; Belastingrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,182 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:610 text/xml public 2026-04-11T00:01:50 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-10 24/00705 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2023:3772 Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026041010 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:610 text/html public 2026-04-10T11:30:43 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:610 Hoge Raad , 10-04-2026 / 24/00705 HR: 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/00705 Datum 10 april 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE AMSTELVEEN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 21 december 2023, nrs. 22/2543 tot en met 22/2547 , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nrs. AMS 20/6386 tot en met AMS 20/6389 en nr. AMS 20/6390). 1 Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Na het verstrijken van de voor de motivering van het beroep in cassatie gestelde termijn heeft belanghebbende een aantal geschriften ingediend. Op deze stukken slaat de Hoge Raad geen acht. Belanghebbende heeft verzoeken om wraking ingediend, die niet zijn toegewezen. 2 Beoordeling van de klachten De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026. ECLI:NL:GHAMS:2023:3772. HR 27 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:522 en HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1974.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:610 text/xml public 2026-04-11T00:01:50 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-10 24/00705 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2023:3772 Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026041010 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:610 text/html public 2026-04-10T11:30:43 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:610 Hoge Raad , 10-04-2026 / 24/00705 HR: 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/00705 Datum 10 april 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE AMSTELVEEN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 21 december 2023, nrs. 22/2543 tot en met 22/2547 , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nrs. AMS 20/6386 tot en met AMS 20/6389 en nr. AMS 20/6390). 1 Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Na het verstrijken van de voor de motivering van het beroep in cassatie gestelde termijn heeft belanghebbende een aantal geschriften ingediend. Op deze stukken slaat de Hoge Raad geen acht. Belanghebbende heeft verzoeken om wraking ingediend, die niet zijn toegewezen. 2 Beoordeling van de klachten De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026. ECLI:NL:GHAMS:2023:3772. HR 27 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:522 en HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1974.