Rechtspraak
Hoge Raad
2026-04-10
ECLI:NL:HR:2026:597
Bestuursrecht; Belastingrecht
Artikel 81 RO-zaken
954 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:597 text/xml public 2026-04-10T11:05:57 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-10 24/03780 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:597 text/html public 2026-04-10T10:10:41 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:597 Hoge Raad , 10-04-2026 / 24/03780 HR: 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/03780 Datum 10 april 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE DEN HAAG op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 30 augustus 2024, nr. SGR 23/4695 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 18 juli 2024. 1 Geding in cassatie Belanghebbende, vertegenwoordigd door I.N.D.J. Rissema, heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:597 text/xml public 2026-04-10T11:05:57 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-10 24/03780 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:597 text/html public 2026-04-10T10:10:41 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:597 Hoge Raad , 10-04-2026 / 24/03780 HR: 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/03780 Datum 10 april 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE DEN HAAG op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 30 augustus 2024, nr. SGR 23/4695 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 18 juli 2024. 1 Geding in cassatie Belanghebbende, vertegenwoordigd door I.N.D.J. Rissema, heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.