Rechtspraak
Hoge Raad
2026-04-10
ECLI:NL:HR:2026:581
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
1,166 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:581 text/xml public 2026-04-11T00:01:51 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-10 24/01827 Uitspraak Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2024:2270 Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026041020 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:581 text/html public 2026-04-09T14:57:49 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:581 Hoge Raad , 10-04-2026 / 24/01827 Omzetbelasting; art. 9, lid 2, letter a, Wet OB; post a.1, van Tabel I bij de Wet OB; punt 1 van Bijlage III van BTW-richtlijn 2006; levensmiddelen voor menselijke consumptie; magische truffels; rechtszekerheidsbeginsel. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/01827 Datum 10 april 2026 ARREST in de zaak van [X] B.V. (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 april 2024, nrs. BK-ARN 22/1696 tot en met BK-ARN 22/1699 , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 20/2787, AWB 20/3055, AWB 20/3056 en AWB 20/3751) betreffende door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan omzetbelasting over tijdvakken in de periode 1 oktober 2019 tot en met 31 januari 2020. 1 Geding in cassatie Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.J.C. Perdaems, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft de zaak schriftelijk doen toelichten door A.J.C. Perdaems, advocaat. 2 Beoordeling van de middelen De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 23/03016, ECLI:NL:HR:2026:450. 3 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, M.A. Fierstra, E.F. Faase en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026. ECLI:NL:GHARL:2024:2270.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:581 text/xml public 2026-04-11T00:01:51 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-10 24/01827 Uitspraak Cassatie NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2024:2270 Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026041020 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:581 text/html public 2026-04-09T14:57:49 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:581 Hoge Raad , 10-04-2026 / 24/01827 Omzetbelasting; art. 9, lid 2, letter a, Wet OB; post a.1, van Tabel I bij de Wet OB; punt 1 van Bijlage III van BTW-richtlijn 2006; levensmiddelen voor menselijke consumptie; magische truffels; rechtszekerheidsbeginsel. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/01827 Datum 10 april 2026 ARREST in de zaak van [X] B.V. (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 april 2024, nrs. BK-ARN 22/1696 tot en met BK-ARN 22/1699 , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 20/2787, AWB 20/3055, AWB 20/3056 en AWB 20/3751) betreffende door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan omzetbelasting over tijdvakken in de periode 1 oktober 2019 tot en met 31 januari 2020. 1 Geding in cassatie Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.J.C. Perdaems, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft de zaak schriftelijk doen toelichten door A.J.C. Perdaems, advocaat. 2 Beoordeling van de middelen De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 23/03016, ECLI:NL:HR:2026:450. 3 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, M.A. Fierstra, E.F. Faase en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026. ECLI:NL:GHARL:2024:2270.