Rechtspraak
Hoge Raad
2026-04-10
ECLI:NL:HR:2026:575
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,419 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:575 text/xml public 2026-04-10T10:30:28 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-10 25/01400 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Civiel recht; Verbintenissenrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:128 In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2025:42 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:575 text/html public 2026-04-10T09:40:48 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:575 Hoge Raad , 10-04-2026 / 25/01400 Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Huurrecht woonruimte. Verzoek bepalen medehuurderschap, art. 7:267 BW, duurzame gemeenschappelijke huishouding, wederkerigheid, mantelzorg voor ouder, stelplicht, bewijsaanbod, motivering. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/01400 Datum 10 april 2026 ARREST In de zaak van 1. [eiseres 1], wonende te [woonplaats], 2. [eiser 2], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, hierna: [eisers], advocaten: J. van Weerden en E.J.H. Zandbergen, tegen STICHTING WOONBEDRIJF SWS HHVL, gevestigd te Eindhoven, VERWEERSTER in cassatie, hierna: verhuurder, advocaten: P.A. Fruytier en J.P. Jas. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak 9654068 \ CV EXPL 22-556 van de rechtbank Oost-Brabant van 31 maart 2022, 16 september 2022 en 6 april 2023; b. de arresten in de zaak 200.328.577/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 augustus 2023 en 14 januari 2025. [eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 14 januari 2025 beroep in cassatie ingesteld. Verhuurder heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor verhuurder toegelicht door haar advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van verhuurder begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 10 april 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:575 text/xml public 2026-04-10T10:30:28 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-04-10 25/01400 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Civiel recht; Verbintenissenrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:128 In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2025:42 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:575 text/html public 2026-04-10T09:40:48 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:575 Hoge Raad , 10-04-2026 / 25/01400 Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Huurrecht woonruimte. Verzoek bepalen medehuurderschap, art. 7:267 BW, duurzame gemeenschappelijke huishouding, wederkerigheid, mantelzorg voor ouder, stelplicht, bewijsaanbod, motivering. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/01400 Datum 10 april 2026 ARREST In de zaak van 1. [eiseres 1], wonende te [woonplaats], 2. [eiser 2], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, hierna: [eisers], advocaten: J. van Weerden en E.J.H. Zandbergen, tegen STICHTING WOONBEDRIJF SWS HHVL, gevestigd te Eindhoven, VERWEERSTER in cassatie, hierna: verhuurder, advocaten: P.A. Fruytier en J.P. Jas. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak 9654068 \ CV EXPL 22-556 van de rechtbank Oost-Brabant van 31 maart 2022, 16 september 2022 en 6 april 2023; b. de arresten in de zaak 200.328.577/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 augustus 2023 en 14 januari 2025. [eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 14 januari 2025 beroep in cassatie ingesteld. Verhuurder heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor verhuurder toegelicht door haar advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van verhuurder begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 10 april 2026 .