Rechtspraak
Hoge Raad
2026-05-12
ECLI:NL:HR:2026:458
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,193 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:458 text/xml public 2026-05-13T00:01:49 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-12 25/00977 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2025:1757 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:180 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:458 text/html public 2026-04-28T09:44:24 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:458 Hoge Raad , 12-05-2026 / 25/00977 Zedenzaak. Eendaadse samenloop van werkzaam in maatschappelijke zorg ontucht plegen met cliënt (15-jarig meisje) door 40-jarige hulpverlener/begeleider (art. 249.2.3 (oud) Sr) en ontucht plegen met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwd 15-jarig meisje (art. 245 (oud) jo. 248.2 (oud) Sr). Bijkomende straf van ontzetting uit beroep, art. 28.1.5 jo. 251.2 (oud) Sr. Kon hof bijkomende straf opleggen van ontzetting van recht van verdachte om aan zorg gerelateerde beroepen t.a.v. minderjarigen en jongeren voor duur van 5 jaren uit te oefenen? HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00977 Datum 12 mei 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 maart 2025, nummer 21-000146-24, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:458 text/xml public 2026-05-13T00:01:49 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-12 25/00977 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2025:1757 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:180 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:458 text/html public 2026-04-28T09:44:24 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:458 Hoge Raad , 12-05-2026 / 25/00977 Zedenzaak. Eendaadse samenloop van werkzaam in maatschappelijke zorg ontucht plegen met cliënt (15-jarig meisje) door 40-jarige hulpverlener/begeleider (art. 249.2.3 (oud) Sr) en ontucht plegen met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwd 15-jarig meisje (art. 245 (oud) jo. 248.2 (oud) Sr). Bijkomende straf van ontzetting uit beroep, art. 28.1.5 jo. 251.2 (oud) Sr. Kon hof bijkomende straf opleggen van ontzetting van recht van verdachte om aan zorg gerelateerde beroepen t.a.v. minderjarigen en jongeren voor duur van 5 jaren uit te oefenen? HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00977 Datum 12 mei 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 maart 2025, nummer 21-000146-24, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2026 .