Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-10
ECLI:NL:HR:2026:387
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,139 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:387 text/xml public 2026-04-10T10:03:18 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-10 24/00690 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2024:1093 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:104 Rechtspraak.nl RvdW 2026/426 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:387 text/html public 2026-03-10T15:53:45 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:387 Hoge Raad , 10-03-2026 / 24/00690 Misbruik alarmnummer, art. 142.2 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep en betwisting dat mededeling uitspraak Pr in persoon aan verdachte is uitgereikt. Kon hof oordelen dat mededeling uitspraak in persoon aan verdachte is uitgereikt, nu aan akte van uitreiking “andere stukken dan mededeling uitspraak zijn gehecht”? HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00690 Datum 10 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 15 februari 2024, nummer 22-001131-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:387 text/xml public 2026-04-10T10:03:18 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-10 24/00690 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2024:1093 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:104 Rechtspraak.nl RvdW 2026/426 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:387 text/html public 2026-03-10T15:53:45 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:387 Hoge Raad , 10-03-2026 / 24/00690 Misbruik alarmnummer, art. 142.2 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep en betwisting dat mededeling uitspraak Pr in persoon aan verdachte is uitgereikt. Kon hof oordelen dat mededeling uitspraak in persoon aan verdachte is uitgereikt, nu aan akte van uitreiking “andere stukken dan mededeling uitspraak zijn gehecht”? HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00690 Datum 10 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 15 februari 2024, nummer 22-001131-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 .