Rechtspraak
Hoge Raad
2026-03-10
ECLI:NL:HR:2026:386
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,651 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:386 text/xml public 2026-04-10T10:02:51 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-10 23/04531 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2023:3764 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:137 Rechtspraak.nl RvdW 2026/425 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:386 text/html public 2026-03-10T15:20:01 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:386 Hoge Raad , 10-03-2026 / 23/04531 Medeplegen aanwezig hebben van 80 liter amfetamineolie en 1,5 kilogram amfetaminepasta (meermalen gepleegd), art. 2.C Opiumwet. 1. Strafmotivering (gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk). Kon hof bij bepalen van straf uitgaan van LOVS oriëntatiepunten m.b.t. bewezenverklaarde hoeveelheid amfetamineolie, nu het nog niet het daadwerkelijke product betreft maar product ten behoeve van productie daarvan? 2. Meerdaadse samenloop a.b.i. art. 57 Sr. HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04531 Datum 10 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 november 2023, nummer 20-002867-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vierentwintig maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf; - vermindert deze in die zin dat deze drieëntwintig maanden en twee weken, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren beloopt; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:386 text/xml public 2026-04-10T10:02:51 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-03-10 23/04531 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2023:3764 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:137 Rechtspraak.nl RvdW 2026/425 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:386 text/html public 2026-03-10T15:20:01 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:386 Hoge Raad , 10-03-2026 / 23/04531 Medeplegen aanwezig hebben van 80 liter amfetamineolie en 1,5 kilogram amfetaminepasta (meermalen gepleegd), art. 2.C Opiumwet. 1. Strafmotivering (gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk). Kon hof bij bepalen van straf uitgaan van LOVS oriëntatiepunten m.b.t. bewezenverklaarde hoeveelheid amfetamineolie, nu het nog niet het daadwerkelijke product betreft maar product ten behoeve van productie daarvan? 2. Meerdaadse samenloop a.b.i. art. 57 Sr. HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04531 Datum 10 maart 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 november 2023, nummer 20-002867-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vierentwintig maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf; - vermindert deze in die zin dat deze drieëntwintig maanden en twee weken, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren beloopt; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 .