Rechtspraak
Hoge Raad
2026-02-10
ECLI:NL:HR:2026:194
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,263 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:194 text/xml public 2026-03-20T10:03:54 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-10 24/02749 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:707 Rechtspraak.nl RvdW 2026/364 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:194 text/html public 2026-02-05T17:16:05 2026-02-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:194 Hoge Raad , 10-02-2026 / 24/02749 Onderzoek Vidar. Profijtontneming, w.v.v. uit bewezenverklaarde feiten en andere strafbare feiten na veroordeling t.z.v. medeplegen drugshandel, medeplegen witwassen en gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.2 en 36e.3 Sr. Motivering schatting w.v.v. Kan door hof vastgesteld w.v.v. worden gerelateerd aan de in strafzaak tegen betrokkene bewezenverklaarde feiten? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/02694, 24/02748, 24/02802, 24/02842, 24/02860 en 24/02918 en met 24/02861 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02749 P Datum 10 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2024, nummer 21-003624-22, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van [betrokkene] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, hierna: de betrokkene. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat D.N. de Jonge bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsvrouw van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada, T. Kooijmans, F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:194 text/xml public 2026-03-20T10:03:54 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-10 24/02749 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:707 Rechtspraak.nl RvdW 2026/364 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:194 text/html public 2026-02-05T17:16:05 2026-02-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:194 Hoge Raad , 10-02-2026 / 24/02749 Onderzoek Vidar. Profijtontneming, w.v.v. uit bewezenverklaarde feiten en andere strafbare feiten na veroordeling t.z.v. medeplegen drugshandel, medeplegen witwassen en gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.2 en 36e.3 Sr. Motivering schatting w.v.v. Kan door hof vastgesteld w.v.v. worden gerelateerd aan de in strafzaak tegen betrokkene bewezenverklaarde feiten? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/02694, 24/02748, 24/02802, 24/02842, 24/02860 en 24/02918 en met 24/02861 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/02749 P Datum 10 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2024, nummer 21-003624-22, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van [betrokkene] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, hierna: de betrokkene. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat D.N. de Jonge bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsvrouw van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada, T. Kooijmans, F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026 .