Rechtspraak
Hoge Raad
2026-02-06
ECLI:NL:HR:2026:190
Civiel recht
Artikel 81 RO-zaken
1,468 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:190 text/xml public 2026-02-07T00:02:42 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-06 24/04383 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Civiel recht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1290 In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2024:1630 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:190 text/html public 2026-02-06T09:33:51 2026-02-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:190 Hoge Raad , 06-02-2026 / 24/04383 Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht bedrijfsruimte. Beëindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik (art. 7:296 lid 1, aanhef en onder b, BW). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/04383 Datum 6 februari 2026 ARREST In de zaak van AMSTERDAM-INN B.V., gevestigd te Amsterdam, EISERES tot cassatie, hierna: Centre Hotel, advocaat: J.H.M. van Swaaij, tegen [verhuurder] , wonende te [woonplaats] , VERWEERDER in cassatie, hierna: [verhuurder] , advocaat: R.L.M.M. Tan. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar: a. zijn arrest in de zaak 20/04149 van 1 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:494); b. het arrest in de zaak 200.327.320/01 van het gerechtshof Den Haag van 3 september 2024. Centre Hotel heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verhuurder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor [verhuurder] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van Centre Hotel heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). Nu de datum waarop het hof het einde van de huurovereenkomst heeft bepaald, is verstreken, zal de Hoge Raad een nieuwe datum bepalen. 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - bepaalt de datum waarop de huurovereenkomst eindigt, alsmede de datum waarop Centre Hotel de bedrijfsruimte moet hebben ontruimd, op 1 juni 2026; - veroordeelt Centre Hotel in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verhuurder] begroot op € 361,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Centre Hotel deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 februari 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:190 text/xml public 2026-03-13T10:06:18 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-06 24/04383 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Civiel recht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1290 In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2024:1630 Rechtspraak.nl RvdW 2026/292 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:190 text/html public 2026-02-06T09:33:51 2026-02-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:190 Hoge Raad , 06-02-2026 / 24/04383 Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht bedrijfsruimte. Beëindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik (art. 7:296 lid 1, aanhef en onder b, BW). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 24/04383 Datum 6 februari 2026 ARREST In de zaak van AMSTERDAM-INN B.V., gevestigd te Amsterdam, EISERES tot cassatie, hierna: Centre Hotel, advocaat: J.H.M. van Swaaij, tegen [verhuurder] , wonende te [woonplaats] , VERWEERDER in cassatie, hierna: [verhuurder] , advocaat: R.L.M.M. Tan. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar: a. zijn arrest in de zaak 20/04149 van 1 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:494); b. het arrest in de zaak 200.327.320/01 van het gerechtshof Den Haag van 3 september 2024. Centre Hotel heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verhuurder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor [verhuurder] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van Centre Hotel heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). Nu de datum waarop het hof het einde van de huurovereenkomst heeft bepaald, is verstreken, zal de Hoge Raad een nieuwe datum bepalen. 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - bepaalt de datum waarop de huurovereenkomst eindigt, alsmede de datum waarop Centre Hotel de bedrijfsruimte moet hebben ontruimd, op 1 juni 2026; - veroordeelt Centre Hotel in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verhuurder] begroot op € 361,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Centre Hotel deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 februari 2026 .