Rechtspraak
Hoge Raad
2026-02-10
ECLI:NL:HR:2026:186
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,325 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:186 text/xml public 2026-03-20T10:04:19 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-10 24/01809 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1313 In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2024:654 Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2026/314 V-N 2026/10.26.16 RvdW 2026/362 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:186 text/html public 2026-02-06T10:40:37 2026-02-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:186 Hoge Raad , 10-02-2026 / 24/01809 Belastingfraude door binnen “btw-carrousel” mee te werken aan schijntransacties. Feitelijke leiding geven aan opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting (art. 69.2 AWR) en feitelijke leiding geven aan opzettelijk bescheiden in valse vorm voor raadpleging beschikbaar stellen (art. 68.1.c jo. 69.2 AWR). 1. Beroep op fiscaal pleitbaar standpunt m.b.t. omzetbelasting. 2. Bewijsklacht opzet op onjuist doen van aangiften omzetbelasting. 3. Afwijzing van getuigenverzoek. Kon hof oordelen dat geen sprake is van “fishing expedition”? 4. Bewijsklacht opzettelijk valse bescheiden verstrekken. Kon hof oordelen dat verdachte valse bescheiden beschikbaar heeft gesteld aan belastingdienst? HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01809 Datum 10 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 april 2024, nummer 22-003627-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. de Haas bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:186 text/xml public 2026-03-20T10:04:19 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-02-10 24/01809 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1313 In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2024:654 Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2026/314 V-N 2026/10.26.16 RvdW 2026/362 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:186 text/html public 2026-02-06T10:40:37 2026-02-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:186 Hoge Raad , 10-02-2026 / 24/01809 Belastingfraude door binnen “btw-carrousel” mee te werken aan schijntransacties. Feitelijke leiding geven aan opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting (art. 69.2 AWR) en feitelijke leiding geven aan opzettelijk bescheiden in valse vorm voor raadpleging beschikbaar stellen (art. 68.1.c jo. 69.2 AWR). 1. Beroep op fiscaal pleitbaar standpunt m.b.t. omzetbelasting. 2. Bewijsklacht opzet op onjuist doen van aangiften omzetbelasting. 3. Afwijzing van getuigenverzoek. Kon hof oordelen dat geen sprake is van “fishing expedition”? 4. Bewijsklacht opzettelijk valse bescheiden verstrekken. Kon hof oordelen dat verdachte valse bescheiden beschikbaar heeft gesteld aan belastingdienst? HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/01809 Datum 10 februari 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 april 2024, nummer 22-003627-22, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. de Haas bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026 .