Rechtspraak
Hoge Raad
2026-01-30
ECLI:NL:HR:2026:143
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
948 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:143 text/xml public 2026-01-30T11:05:36 2026-01-30 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-30 25/03492 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op: ECLI:NL:CRVB:2025:1148 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:143 text/html public 2026-01-30T10:36:10 2026-01-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:143 Hoge Raad , 30-01-2026 / 25/03492 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/03492 Datum 30 januari 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 juli 2025, nr. 23/1150 PW , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. 22/3506) betreffende een besluit op grond van de Participatiewet. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026. ECLI:NL:CRVB:2025:1148.
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:143 text/xml public 2026-01-30T11:05:36 2026-01-30 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-01-30 25/03492 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op: ECLI:NL:CRVB:2025:1148 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:143 text/html public 2026-01-30T10:36:10 2026-01-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:143 Hoge Raad , 30-01-2026 / 25/03492 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/03492 Datum 30 januari 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 juli 2025, nr. 23/1150 PW , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. 22/3506) betreffende een besluit op grond van de Participatiewet. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026. ECLI:NL:CRVB:2025:1148.