Rechtspraak
Hoge Raad
2025-12-16
ECLI:NL:HR:2025:1942
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
2,374 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03305
Datum 16 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 augustus 2023, nummer 20-001230-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat T. Straten bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
Dictum
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 95 uren beloopt, subsidiair 47 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025.
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1942 text/xml public 2026-02-06T10:07:28 2025-12-16 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-16 23/03305 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2023:2724 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1167 Rechtspraak.nl RvdW 2026/160 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1942 text/html public 2025-12-17T10:32:49 2025-12-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1942 Hoge Raad , 16-12-2025 / 23/03305 Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. grootschalige of bedrijfsmatige hennepteelt, art. 11a Opiumwet. 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM dan wel bewijsuitsluiting, nu administratie van vennootschap waarvan verdachte bestuurder was is vernietigd, art. 359a Sv. 2. Bewijsklacht bestemming. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte “wist dan wel ernstige reden had om te vermoeden” dat stoffen, voorwerpen en gegevens “bestemd waren tot” plegen van 1 van de in art. 11.3 en 11.5 Opiumwet strafbaar gestelde feiten? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/03301 en 23/03304 en met 23/03303 P en 23/03306 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/03305 Datum 16 december 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 augustus 2023, nummer 20-001230-20, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat T. Straten bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis; - vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 95 uren beloopt, subsidiair 47 dagen hechtenis; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1942 text/xml public 2026-02-06T10:07:28 2025-12-16 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-16 23/03305 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2023:2724 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1167 Rechtspraak.nl RvdW 2026/160 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1942 text/html public 2025-12-17T10:32:49 2025-12-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1942 Hoge Raad , 16-12-2025 / 23/03305 Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. grootschalige of bedrijfsmatige hennepteelt, art. 11a Opiumwet. 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM dan wel bewijsuitsluiting, nu administratie van vennootschap waarvan verdachte bestuurder was is vernietigd, art. 359a Sv. 2. Bewijsklacht bestemming. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte “wist dan wel ernstige reden had om te vermoeden” dat stoffen, voorwerpen en gegevens “bestemd waren tot” plegen van 1 van de in art. 11.3 en 11.5 Opiumwet strafbaar gestelde feiten? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/03301 en 23/03304 en met 23/03303 P en 23/03306 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/03305 Datum 16 december 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 augustus 2023, nummer 20-001230-20, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat T. Straten bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. 4 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis; - vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 95 uren beloopt, subsidiair 47 dagen hechtenis; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025 .