Rechtspraak
Hoge Raad
2025-12-16
ECLI:NL:HR:2025:1927
Strafrecht
Cassatie
2,478 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02983 P
Datum 16 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 juli 2023, nummer 21-002361-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de betrokkene.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat R. Zilver bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep in cassatie.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel richt zich tegen de afwijzing van het verzoek om [getuige] als getuige te horen en klaagt over het oordeel van het hof dat de verdediging het verzoek tot het horen van de [getuige] op de terechtzitting in hoger beroep van 26 april 2022 niet heeft willen handhaven.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/02932 P, ECLI:NL:HR:2025:1926.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde betalingsverplichting van € 3.245.101,26.
Dictum
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
- vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 3.240.100 bedraagt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025.
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1927 text/xml public 2026-02-06T10:07:24 2025-12-12 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-16 23/02983 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:813 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2025-0403 RvdW 2026/155 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1927 text/html public 2025-12-16T15:01:14 2025-12-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1927 Hoge Raad , 16-12-2025 / 23/02983 Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt en handel in hennep. Afwijzing van verzoek tot horen van getuige. Kon hof oordelen dat verdediging het verzoek tot horen van getuige op eerdere tz. niet heeft willen handhaven? Om redenen vermeld in HR:2025:1926 leidt middel niet tot cassatie. Volgt verwerping. Samenhang met 23/02851 P, 23/02932 P en 23/03023 P. Vervolg op HR:2024:619 (strafzaak). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/02983 P Datum 16 december 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 juli 2023, nummer 21-002361-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van [betrokkene] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, hierna: de betrokkene. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat R. Zilver bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep in cassatie. 2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel richt zich tegen de afwijzing van het verzoek om [getuige] als getuige te horen en klaagt over het oordeel van het hof dat de verdediging het verzoek tot het horen van de [getuige] op de terechtzitting in hoger beroep van 26 april 2022 niet heeft willen handhaven. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/02932 P, ECLI:NL:HR:2025:1926. 3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde betalingsverplichting van € 3.245.101,26. 5 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel; - vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 3.240.100 bedraagt; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1927 text/xml public 2026-02-06T10:07:24 2025-12-12 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-16 23/02983 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:813 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2025-0403 RvdW 2026/155 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1927 text/html public 2025-12-16T15:01:14 2025-12-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1927 Hoge Raad , 16-12-2025 / 23/02983 Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt en handel in hennep. Afwijzing van verzoek tot horen van getuige. Kon hof oordelen dat verdediging het verzoek tot horen van getuige op eerdere tz. niet heeft willen handhaven? Om redenen vermeld in HR:2025:1926 leidt middel niet tot cassatie. Volgt verwerping. Samenhang met 23/02851 P, 23/02932 P en 23/03023 P. Vervolg op HR:2024:619 (strafzaak). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/02983 P Datum 16 december 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 juli 2023, nummer 21-002361-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van [betrokkene] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, hierna: de betrokkene. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat R. Zilver bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep in cassatie. 2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel richt zich tegen de afwijzing van het verzoek om [getuige] als getuige te horen en klaagt over het oordeel van het hof dat de verdediging het verzoek tot het horen van de [getuige] op de terechtzitting in hoger beroep van 26 april 2022 niet heeft willen handhaven. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/02932 P, ECLI:NL:HR:2025:1926. 3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde betalingsverplichting van € 3.245.101,26. 5 Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel; - vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 3.240.100 bedraagt; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025 .