Rechtspraak
Hoge Raad
2025-12-12
ECLI:NL:HR:2025:1898
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
859 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 25/02795
Datum 12 december 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende),
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 juni 2025, nr. 23/1440 V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof van 25 september 2024.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.
ECLI:NL:GHSHE:2025:1545.
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1898 text/xml public 2025-12-24T10:03:50 2025-12-11 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-12 25/02795 Uitspraak Cassatie Artikel 80a RO-zaken NL Bestuursrecht; Belastingrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2025:1545 Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2025/2511 V-N 2025/57.21.26 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1898 text/html public 2025-12-11T16:24:44 2025-12-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1898 Hoge Raad , 12-12-2025 / 25/02795 HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/02795 Datum 12 december 2025 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende), tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 juni 2025, nr. 23/1440 V , op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof van 25 september 2024. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2 Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 3 Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025. ECLI:NL:GHSHE:2025:1545.