Rechtspraak
Hoge Raad
2025-12-16
ECLI:NL:HR:2025:1879
Strafrecht
Cassatie
1,480 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02333 E
Datum 16 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 2 juni 2023, nummer 20-003766-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De raadsman van de verdachte, N. Gonzales Bos, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof voor wat betreft de beslissing over het onder 1 tenlastegelegde en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, zodat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw kan worden berecht en afgedaan.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
Beoordeling
2.1
Het cassatiemiddel klaagt in de kern dat het hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door de verdachte vrij te spreken van de gehele tenlastelegging (het tenlastegelegde medeplegen van de overtreding van artikel 32 Arbeidsomstandighedenwet) op grond van de enkele omstandigheid dat niet de verdachte of de medeverdachte [verdachte] , maar [A] , de werkgever was van [slachtoffer] .
2.2
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/02332 E, ECLI:NL:HR:2025:1878 onder 5.2 tot en met 5.4.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025.
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1879 text/xml public 2026-02-06T10:07:30 2025-12-10 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-16 23/02333 Uitspraak Cassatie NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2023:1816 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:949 Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2025-0412 RvdW 2026/152 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1879 text/html public 2025-12-16T10:17:23 2025-12-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1879 Hoge Raad , 16-12-2025 / 23/02333 OM-cassatie. Economische zaak. Arbeidsongeval waarbij werknemer tijdens laden van containers is omgekomen. Vrijspraak van medeplegen overtreding Arbeidsomstandighedenwet (art. 32 Arbowet). Grondslagverlating. Heeft hof de grondslag van tll. verlaten door verdachte vrij te spreken van gehele tll. o.g.v. enkele omstandigheid dat niet verdachte of medeverdachte maar scheepvaartonderneming de werkgever was van slachtoffer? HR: Om redenen vermeld in HR:2025:1878 faalt middel. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 23/02332 E. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/02333 E Datum 16 december 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 2 juni 2023, nummer 20-003766-19, in de strafzaak tegen [verdachte] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] , hierna: de verdachte. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De raadsman van de verdachte, N. Gonzales Bos, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof voor wat betreft de beslissing over het onder 1 tenlastegelegde en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, zodat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw kan worden berecht en afgedaan. De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt in de kern dat het hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door de verdachte vrij te spreken van de gehele tenlastelegging (het tenlastegelegde medeplegen van de overtreding van artikel 32 Arbeidsomstandighedenwet) op grond van de enkele omstandigheid dat niet de verdachte of de medeverdachte [verdachte] , maar [A] , de werkgever was van [slachtoffer] . 2.2 Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/02332 E, ECLI:NL:HR:2025:1878 onder 5.2 tot en met 5.4. 3 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025 .