Rechtspraak
Hoge Raad
2025-12-09
ECLI:NL:HR:2025:1876
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,265 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04905 P
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 12 december 2023, nummer 22-003840-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de betrokkene.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat A.M.J. Comans bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.
Volledig
ECLI:NL:HR:2025:1876 text/xml public 2026-01-30T10:02:52 2025-12-08 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2025-12-09 23/04905 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1112 In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2023:3018 Rechtspraak.nl RvdW 2026/112 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1876 text/html public 2025-12-09T10:46:20 2025-12-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2025:1876 Hoge Raad , 09-12-2025 / 23/04905 Profijtontneming, w.v.v. uit mensensmokkel, valsheid in geschrift, oplichting en deelname aan criminele organisatie en uit soortgelijke feiten a.b.i. art. 36e.2 (oud) Sr. 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep (regiezitting) gedaan en op nadere tz. in h.b. (inhoudelijke behandeling) gehandhaafd en op volgende tz. in h.b. (inhoudelijke behandeling) herhaald verzoek om vreemdelingen als getuigen te horen, wegens onvoldoende onderbouwing en specificatie (ttz. in h.b.), waarna hof herhaald verzoek in arrest onbesproken heeft gelaten omdat het uitsluitend ziet op periode vóór 1-1-2006 die door hof niet bij voordeelberekening is betrokken. 2. Motivering schatting w.v.v. Heeft hof zijn oordeel gebaseerd op aannames en onvoldoende onderbouwde schattingen, terwijl verdediging een concrete berekening had ingebracht? 3. Heeft hof verzuimd te beslissen op verweer dat zaak ex art. 423.2 Sv had moeten worden teruggewezen naar Rb? HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04905 P Datum 9 december 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 12 december 2023, nummer 22-003840-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van [betrokkene] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, hierna: de betrokkene. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat A.M.J. Comans bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025 .