Rechtspraak
Hoge Raad
2025-07-18
ECLI:NL:HR:2025:1189
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
392 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 24/02319
Datum 18 juli 2025
ARREST
op een door [X] (hierna: belanghebbende) ingesteld beroep in cassatie.
Beoordeling
1.1
Belanghebbende heeft schriftelijk beroep in cassatie ingesteld. Aan de hand van het door belanghebbende ingediende beroepschrift in cassatie kan niet worden bepaald tegen welke uitspraak het beroep in cassatie is gericht noch op welk besluit het geschil betrekking heeft. De griffier van de Hoge Raad heeft daarom belanghebbende bij aangetekende brief van 28 juni 2024 verzocht om binnen zes weken een afschrift van de bestreden uitspraak over te leggen. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Belanghebbende heeft geen gevolg gegeven aan dat verzoek.
1.2
Aangezien het op basis van de voorhanden zijnde gegevens niet mogelijk is te bepalen tegen welke uitspraak het beroep in cassatie is gericht, zal de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2025.