Rechtspraak
Hoge Raad
2024-11-29
ECLI:NL:HR:2024:1754
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
375 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 24/02835
Datum 29 november 2024
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie.
Beoordeling
De griffier van de Hoge Raad heeft op 22 juli 2024 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende geplaatst waarbij belanghebbende is verzocht binnen zes weken een afschrift van de bestreden uitspraak over te leggen. Van de plaatsing van het hiervoor vermelde bericht in dit digitale dossier is eveneens op 22 juli 2024 een kennisgeving verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven e-mailadres. Op grond hiervan neemt de Hoge Raad aan dat belanghebbende dit bericht heeft ontvangen, en wel, gelet op artikel 8:36c, lid 2, Awb, op 22 juli 2024. Belanghebbende heeft geen gevolg gegeven aan dat verzoek.
Nu het niet mogelijk is te bepalen waarop het geschil betrekking heeft, zal de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2024.