Rechtspraak
Hoge Raad
2024-09-13
ECLI:NL:HR:2024:1175
Civiel recht
Artikel 81 RO-zaken
1,504 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/02391
Datum 13 september 2024
ARREST
In de zaak van
STICHTING KARMEDIA,
gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Karmedia,
advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens,
tegen
1. GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelende te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaten: M.W. Scheltema en J.W. de Jong,
2. MARKTHAL ROTTERDAM B.V.,
gevestigd te Den Haag,
hierna: Markthal,
3. PROVASTGOED NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Den Haag,
hierna: Provastgoed,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaten: J.P. Heering.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/10/561873 / HA ZA 18-1051 van de rechtbank Rotterdam van 3 juli 2019 en 12 mei 2021;
b. de arresten in de zaak 200.302.193/01 van het gerechtshof Den Haag van 7 december 2021 en 21 maart 2023.
Karmedia heeft tegen het arrest van het hof van 21 maart 2023 beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente, Markthal en Provastgoed hebben ieder afzonderlijk een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Karmedia heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Karmedia in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Karmedia deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, en aan de zijde van Markthal en Provastgoed begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 september 2024.
Volledig
ECLI:NL:HR:2024:1175 text/xml public 2026-04-14T10:15:17 2024-09-12 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2024-09-13 23/02391 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie NL Civiel recht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:715 In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2023:655 Rechtspraak.nl RvdW 2024/843 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1175 text/html public 2024-09-13T13:25:11 2024-09-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2024:1175 Hoge Raad , 13-09-2024 / 23/02391 Art. 81 lid 1 RO. Collectieve actie. Niet-ontvankelijkheid. Vorderingen o.g.v. schending van staatssteun- en aanbestedingsrecht bij totstandkoming Markthal te Rotterdam. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 23/02391 Datum 13 september 2024 ARREST In de zaak van STICHTING KARMEDIA, gevestigd te Rotterdam, EISERES tot cassatie, hierna: Karmedia, advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens, tegen 1. GEMEENTE ROTTERDAM, zetelende te Rotterdam, VERWEERSTER in cassatie, hierna: de Gemeente, advocaten: M.W. Scheltema en J.W. de Jong, 2. MARKTHAL ROTTERDAM B.V., gevestigd te Den Haag, hierna: Markthal, 3. PROVASTGOED NEDERLAND B.V., gevestigd te Den Haag, hierna: Provastgoed, VERWEERSTERS in cassatie, advocaten: J.P. Heering. 1 Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/10/561873 / HA ZA 18-1051 van de rechtbank Rotterdam van 3 juli 2019 en 12 mei 2021; b. de arresten in de zaak 200.302.193/01 van het gerechtshof Den Haag van 7 december 2021 en 21 maart 2023. Karmedia heeft tegen het arrest van het hof van 21 maart 2023 beroep in cassatie ingesteld. De Gemeente, Markthal en Provastgoed hebben ieder afzonderlijk een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van Karmedia heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2 Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - veroordeelt Karmedia in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Karmedia deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, en aan de zijde van Markthal en Provastgoed begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 september 2024 .