Rechtspraak
Hoge Raad
2023-06-16
ECLI:NL:HR:2023:928
Civiel recht
Artikel 81 RO-zaken
531 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/02448
Datum 16 juni 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser], handelende onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [A],
advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms,
tegen
TOPREK RIGGING B.V.,
gevestigd te Etten-Leur,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Toprek,
niet verschenen.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/02/332295/HA ZA 17-430 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 18 oktober 2017, 18 april 2018, 27 maart 2019 en 22 juli 2020;
b. het arrest in de zaak 200.285.063/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 april 2022.
[A] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Toprek is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [A] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Dictum
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [A] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Toprek begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, H.M. Wattendorff en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 16 juni 2023.