Rechtspraak
Hoge Raad
2023-09-22
ECLI:NL:HR:2023:1274
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
472 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 23/00147
Datum 22 september 2023
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door G. Gieben,
tegen
het DAGELIJKSE BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING GEMEENTEN EN WATERSCHAPPEN LIMBURG, vertegenwoordigd door [P],
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 december 2022, nr. 21/00665, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg (nr. AWB 20/1540) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Gennep voor het jaar 2020 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].
Beoordeling
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2023.
ECLI:NL:GHSHE:2022:4441.