Rechtspraak
Hoge Raad
2023-09-08
ECLI:NL:HR:2023:1177
Bestuursrecht; Belastingrecht
Cassatie
437 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 22/03528
Datum 8 september 2023
ARREST
Gewezen op het hierna vermelde verzoek van de erven van [A], gewoond hebbende te [Z], (hierna: belanghebbenden).
1Beroep in cassatie, intrekking en verzoek
De Staatssecretaris van Financiën (hierna: de Staatssecretaris), vertegenwoordigd door [P], heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 augustus 2022, nrs. BK-ARN 21/00155 en BKARN 21/00156, betreffende de aan belanghebbenden over de jaren 2015 en 2016 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente. Na intrekking door de Staatssecretaris van het beroep in cassatie hebben belanghebbenden, vertegenwoordigd door A.J. Bokkers, de Hoge Raad verzocht de Staatssecretaris te veroordelen in de kosten in verband met de behandeling van het beroep in cassatie.
Beoordeling
In het verweerschrift heeft de Staatssecretaris laten weten dat belanghebbenden in aanmerking komen voor forfaitaire vergoeding van de proceskosten.
Dictum
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbenden, vastgesteld op € 1.674 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2023.
ECLI:NL:GHARL:2022:7191.