Rechtspraak
Hoge Raad
2023-08-29
ECLI:NL:HR:2023:1136
Strafrecht
Cassatie
575 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/04386
Datum 29 augustus 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 oktober 2021, nummer 21-000721-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft bij conclusie van 11 april 2023 geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over de onder parketnummer 18-238714-19 tenlastegelegde feiten en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, teneinde de zaak in zoverre opnieuw te berechten en af te doen.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en van het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 7 februari 2020 en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.
2Overlijden van de verdachte
Volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Leeuwarden gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de verdachte op 1 maart 2023 overleden.
Daarom is op grond van artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.
Dictum
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 7 februari 2020;
- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 augustus 2023.